is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 1, 1897 (1e deel) [volgno 11]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

897

De voordrachten toch zal men in haar geheel kunnen genieten, als zij in druk zijn verschenen.

Wij moeten volstaan met het mededeelen van enkele losse aanteekeningen:

In de Indische afdeeling sprak de heer Senart over de omstandigheden waaronder het Kharoshthi-handschrift van eene recensie van het Dhammapada is ontdekt, en stelde voor, dat hoogst belangrijke, overoude handschrift den naam Dutreuil de Rhins te geven, ter eere van de nagedachtenis van een ijverig onderzoeker.

Prof. Deussen bood aan de afdeeling zijn nieuwe werk: „Sechzig Upanishads des Veda, übersetzt, mit Einleitung und Anmerkungen" aan, terwijl hij de aandacht vestigde op den invloed dien z. i. de denkbeelden van de Upanishads op het godsdienstig en wijsgeerig leven van Europa moeten oefenen.

Op voorstel van de heeren Lefövre-Pontalis en Aymonier besloot de afdeeling voor Indo-China en den Maleischen archipel om, wegens de belangrijkheid van de oude bouwwerken in Indo-China, bij de Fransche Regeering aan te dringen op het treffen van maatregelen ter plaatse, om de verstrooiing van stukken van oudheidkundige waarde tegen te gaan.

In de Semietische afdeeling vestigde de heer Halévy de aandacht op de gewichtige vruchten die de ontdekking van een nieuwen tekst van het Boek van Jezus Sirach voor de letterkundige geschiedenis van den Bijbel zal dragen. Het jongst gevonden manuscript toch bewijst dat Sirach omstreeks 290 v. Chr. is geboren. Degeheele chronologie van dien tijd zou daardoor niet minder dan 100 jaren worden verschoven.

De heer De Reinach behandelde de woorden in Flavius Josephus over Christus, en gaf als zijne meening tc kennen dat Josephus van Christus heeft gesproken, en dat een christenhand de woorden heeft ingevoegd.

In de Afrikaansche afdeeling opperde de heer Spiegel-

59