is toegevoegd aan je favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 3, 01-02-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

25

der Lieder, van Frans Liszt. Le Trille du diabie , sonate voor viool , van Tartini , gecomp. in 1730. Alt-aria uit de opera de Propheet, van Meijerbeer. Twee mannenkoren, te zingeu door de liedeitafel A mstels-Munnenkoor, a. Het oog van den nacht, b. Goé morgen, van Richard Hol, teksten van Dr. J. P. Heije. Tweede deel. Twee quartetten voor sopraan, alt, tenor en bas, van Robert Schuinann. (Op vereerend verlangen :) Elegie voor violoncel, naar hel gedicht Suïdjah, uit den Max li'avelaar, van Richard Hol. Aria uit het oratorium Elias, van Mendelssohn Bartholdy. Fantaisie de concert voor viool , sur La Faoorile, van D. Alard. Twee liederen voor sopraan,

a. Nuchtwache der Liebe, concertlied van Richard Hol,

b. Wiegelied, van Eduard de Hartog.

Op de keuze der uit te voeren stukken kunnen wij geene aanmerkingen maken; verschillende riglingen worden er gerepresenteerd en aldus eenzijdigheid vermeden. De compositie van den heer R. Hol heeft ons zeer bevallen ; hoewel wij na eene eerste uitvoering het niet wagen en détails te treden , kunnen wij toch nu reeds verzekeren, dat ze door een duidelij ken vorm en boeijenden inhoud den kundigen musicus verraadt. Wij hopen dit nummer spoedig op nieuw te hooien. De uitvoering was goed ; wij raden echter den cellist aan , een andermaal wat rneer toon te geven , vooral als de componist onzen raad opvolgt, om in 't vervolg in plaats van eene pianino een concertvleugel te gebruiken. De concertgeefster zong die Loreley zeer schoon. De luide toejuichingen van het publiek waren ons een vernieuwd bewijs, dat de Zukunft musiker Liszt ook door de Mitwelt begiepen wordt. Over de sonaat van Tartini hebben wij reeds vroeger gesproken ; de uilvoering was ook ditmaal meesterlijk. Met de fantaisie maakte de jeugdige violist letterlijk furore; teruggeroepen , speelde hij nog een nummer. Mevrouw Collin-Tobisch zong de alt aria uit de Propheet zeer goed. Amslels-Mannenkoor loonde door de fijne voordragt van N°. 2, dat het met ijver op het ingeslagen pad voortgaat. Zoo zeer ons de compositie van den heer Hol behaagde , evenzoo mishaagde ons de tekst van Dr. Heije. Hel vierde couplet is zoo banaal en profaan, (hoewel de dichter zeer religieus wil zijn), dat het den goeden indruk, door de eerste coupletten gemaakt, geheel vernietigt. Schumann's quartetten werden door de dames Froschhart en Collin-Tobisch en twee heeren dilettanten uitmuntend gezongen; zelden booil men vier zulke sehoone stemmen vereenigd. De heer Appij speelde de Su'idjah elegie met veel succes, hoewel niet met dat vuur als de eerste maal. Een dilettant, wiens slem wij reeds bij de quartetten van Schurnann bewonderd hadden, zong eene aria uit de Elias uitstekend; teruggeroe pen , gaf hij nog een lied (als wij ons niet vergissen) van Fesea ten beste. Met de zeer sehoone voordragt der beide laatste nummers eindigde mej. Froschhart een conceit, dat zeker onder de beste van dezen winter mag gerekend worden.

Maatschappij Tor bevordering der Toonkunst.

Eerste uitvoering, op Zaturdag den 29. December 1860, ■in de zaal van het Park.

Oratorium Jephta und seine Tochter, van Carl Reinlhaler.

Deze uitvoering is over het algemeen zeer goed geslaagd. Het werk van den taleutvollen componist, dat weinig

geniaals, doch veel schoons bevat en flink is geschreven, heeft veel genoegen gedaan.

De heer B e h r uit Breinen , die de hoofdpartij Jephta vervulde, is een voortreffelijk zanger, die door zijne sehoone en krachtige slem en meesterlijke voordragt alle toehoorders verrukte. Het nfPehe mir," aria met koor, en de aria in D-dur, weiden Da capo verlangd en gezongen. Wij hopen dien uilstekenden zanger hier spoedig weer te hooien.

Mej. Cornélie Froschhart zong de partij van Mirjam zeer verdienstelijk. Wij meenden bij deze zangeres groote vorderingen te bespeuren. Goede uitspraak der woorden en onberispelijke zuiverheid stelden hare sehoone stem in het beste licht. Wat meer dramatisch leven en betere ademleiding kwamen ons wenschelijk voor.

De andere partijen waren aan dilettanten toevertrouwd. De meening van sommigen, dat men hen nog strenger zou moeten beoordeelen dan kunstenaars, omdat zij het niet voor het dagelijksch brood behoeven te doen en hier dus een andere en minder te verontschuldigen prikkel ïn het spel komt, deelen wij niet. Iedereen weet dat het aantal zangers en zangeressen van beroep in Holland luttel is ; waar zou het dus heen , als er niet van tijd tot tijd dilettanten in het publiek wilden zingen? Wij stellen dus onze eischen niet zoo hoog, verlangen echter van hen , die voor een groot auditorium optreden , sternvorming en muzikale ontwikkeling, voldoende om eene solo-partij flink te kunnen vervullen.

De dilettanten, alt en tenor, die bij deze uitvoering, naar wij meenen , voor hel eerst optraden, ontberen beiden de behoorlijke stemontwikkeling, zongen niet altijd zuiver, doch waren muzikaal zeker. Zij bezitten bovendien krachtige stemmen , die wel waard zijn door behoorlijke studiën beschaafd te worden. Behalve hen, verdienen ook zij, die de andere kleine partijen zongen, waaronder wij eene uitstekende bas-slem waarnamen, lof voor hunne welwillendheid, die men niet altijd aantreft wanneer het er op aankomt zich aan de openbaie kiitiek bloot te stellen.

De koren, door den directeur der afdeeling , Richard Ho! ingestudeerd, toonden veel zekerheid. Ware hier en daar meer kracht, vooral bij de tenoren, wenschelijk geweest, over het algemeen kunnen wij slechts prijzen.

Ook het orchest hield zich flink, enkele onreinheden in de stemming der houten blaas-instrumenten uilgezonderd.

De componist, die zelf zijn werk met vaste hand dirigeerde , werd dikwerf toegejuicht, aan het slot teruggeroepen en met fanfares begroet.

Concert van de vereeniging Vincentius di Paulo, gegeven in het Park, den 16. Januarij 1861.

Programma. 42e Psalm van Mendelssohn. Scène met koor uit de Orpheus, van Gluck. Finale Loreley, van Mendelssohn. 9e Symphonie van v. Beethoven.

Godsdienstzin, medelijden en kunstliefde vereenigden zich bij deze gelegenheid , om een uitstekend koor en groot publiek bijeen te brengen. Tot ons leedwezen toch moeien wij bekennen , dat één dezer factoren alleen en wel het minste de laatste daartoe niet in staat zouden geweest zijn.

Van het programma kunnen wij niets dan goeds zeggen. Het plan orn de 9e symphonie uit (e voeren verdient allen lof. Sinds de uitvoeringen in Félix Meritis en op een der hier gehouden mnz kfeeslen der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst (jaren geleden) hadden wij hier alleen de drie eerste deelen gehoord.