is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 9

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kern van de harmonische vloot

snelheid voorbij vloog 40 % tot 47 %, waarbij als treffer werd aangenomen ieder springpunt op minder dan 30 meter van het vliegtuig. (Er werd geschoten met 180° verlegd trefpunt).6)

Deze vredes-gegevens werden echter door luchtmacht-aanhangers als van onwaarde verworpen; zij hielden zich liever aan de cijfers uit den wereldoorlog, toen in het laatst van 1918 nog 1500 schoten op ieder neergeschoten vliegtuig kwamen. Dat hierbij vele schoten waren naar vliegtuigen, welke vrij in hun bewegingen waren, vermeldden zij er niet bij en ook niet, dat desondanks alleen in 1918 door de Fransche afweerbatterijen 220 vliegtuigen werden neergeschoten en door de Duitsche batterijen zelfs 748 6). De oorlogservaring uit 1917 en 1918 leert overigens, dat het zoo bespotte luchtafweervuur de vliegtuigen uit die dagen bij hun aanvallen op verdedigde objecten, zooals b.v. Pola, naar hoogten boven 3500 meter dwong, waar de trefkans der bommen zeer gering was, en dat de luchtafweer dag-aanvallen op zeer sterke objecten, zooals Londen en Parijs onmogelijk maakte. De ervaring leerde, dat men niet meer aanviel, zoodra het verlies-percentage de 20 % a 25 % ging overtreffen8). Toch was men hooge verliescijfers gewend, want het verband voor onafhankelijke opdrachten van de Royal Air Force verloor in de maanden Juni—November 1918 352 vliegtuigen, waarvan 263 bij dag-aanvallen en 89 bij nachtaanvallen. Bij de dag-aanvallen was de gemiddelde levensduur van een vliegtuig 36 vlieguren, zoodat het verlies-percentage op circa 14% gesteld kan worden9) (gemiddelde vliegduur per opdracht stellende op 5 vlieg-uren). Weliswaar vielen de meeste vliegtuigen in 1917 en 1918 ten offer aan het vijandelijke jachtvliegtuig, maar dat neemt toch niet weg, dat ook het luchtdoelgeschut een niet onbelangrijk deel voor zijn rekening nam (Duitsche batterijen in 1918 totaal 748 vliegtuigen).

De onvermoeide luchtmacht-propaganda had deze ervaringen echter spoedig doen vergeten en wees slechts op de geringe trefkans van de afweer-artillerie tegen het machtige luchtwapen. Een nieuwe oorlog was dan ook noodig om de oogen weder voor de werkelijkheid te openen. In Spanje traden eenige maanden na het begin van den burgeroorlog aan Franco-zijde Duitsche luchtafweerbatterijen op. Tot schade van de verraste „roode" vliegers en tot verbazing van alle omstanders, schoten deze batterijen vele vliegtuigen, die zich binnen hun werkingssfeer waagden, neer. In het speciale nummer van „die Wehrmacht", dat gewijd is aan het legioen „Condor" is het eerste ingrijpen van een dergelijke batterij in Spanje beschreven. Twee ,,roode" vliegtuigen naderden op 2500 meter hoogte, de batterij opende het vuur en na ruim 10 schoten stortte het eerste vliegtuig neer, terwijl het tweede, dat daarna onder vuur werd genomen, ge-

1057