is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 54, 1939, no 11

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een Vlootplan gevraagd

onzer zeemacht is naar onze innige overtuiging een noodzakelijkheid van de allereerste orde.

Wij deelen niet de meening van enkele optimisten, die nog immer gelooven in een toekomstigen status-quo in het Verre Oosten, waarbij èen vloot met de principiëele samenstelling van het vlootplan 1930 ons een in voldoende mate redelijke veiligheid kan waarborgen.

Wij zijn er niet van overtuigd, dat Nederland na het barsten van den bom op den duur niet in het conflict zal worden betrokken. Onder de bestaande omstandigheden kunnen wij geen enkele reden bedenken, waarom dit niet het geval zou kunnen zijn. De eenige mogelijkheid, waardoor deze omstandigheden in ons voordeel te veranderen zijn, zien wij in een Nederlandsche zeemacht, die daadWerkelijk in staat is, om krachtig mede te spreken in den toekomstigen strijd om het meesterschap ter zee.

Er zijn er, die betoogen, dat het voor ons te laat is om tijdig gereed te zijn. Dit is geen argument. Het is nooit te laat om oude fouten goed te maken. Maar dat iederen dag uitstel funeste gevolgen zal kan hebben, is zeker.

Anderen vreezen, dat wij met ons vlootplan te hoog grijpen; dat het mogelijk moge zijn, gebruik makende van de stemmingen van het oogenblik het plan er door te krijgen, doch dat ons volkskarakter, zooals dit in de historie gevormd en gegroeid is, wanneer later weder een periode van rust en vrede is aangebroken, de offervaardigheid voor de defensie snel zal doen afnemen en dat, hoe hooger wij thans grijpen, des te dieper later de val zal zijn.

Ongetwijfeld is dit gevaar in zekere mate aanwezig, maar tegenover deze kwade eigenschap van ons volk staan toch andere eigenschappen van nuchtere zakelijkheid, zin voor werkelijkheid, doorzettingsvermogen en taaie volharding.

En wanneer de toekomst ons, naar wij innig hopen, tenslotte Regeeringen zal brengen die óók in opvoedkundigen zin, inzake voorlichting, opwekking en geestesvorming weten te regeeren en te leiden, dan is er toch zeker een gegronde hoop aanwezig, dat een zeemacht, als in dit plan globaal aangegeven, door de jaren heen stand zal weten te houden.

Vermanende stemmen waarschuwden ons, het tempo niet te forceren. Wij nemen deze waarschuwingen zeker ter harte. Met al te groote sprongen het einddoel nastreven zou ongetwijfeld voeren tot desorganisatie met ernstige gevolgen. Toch zijn wij overtuigd, dat het tot zekere grenzen forceeren van het tempo zeer wel mogelijk is, «lits men voorzichtig en bedachtzaam blijft. Doch men wachte zich voor de Hollandsche eigenschap, welke zeer diep in de marine is

1359

I