is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 4, 15-02-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35

zondere persoonlijkheid om zich heen verspreidde. Bovendien leidde de luister der onmiddelijke werking de gedachten der bewondering op de aanhoudende vlijt en de overwinning van allerlei onnoemelijke zwarigheden. Iedere bedwinging van zwarigheden, die door de logheid der natuurstof gesteld worden, is reeds een kunstelement. Vereenigt zich nu met de grootere vaardigheid der ligchamelijke organen eene hoogere ontwikkeling der instrumenten , geven omgekeerd de laatste wederom geheel nieuwe zwarigheden om te overwinnen , heffen zich beide elementen , de een ten gevolge van den anderen, zóó in de hoogte, dat er iets ongehoords, dat tot nu toe niet bereikt is, te voorschijn treedt, dan kan het niet anders of bij de virtuozen komt de muzijk niet meer alleen in rekening, maar ook tevens de techniek der reproductive kracht. De verhouding moét dan noodzakelijk zoodanig worden , dat de virtuositeit niet meer reproductie van geestige toongedichten is, maar tevens zinnelijke productie wordt en het ligt in den aard der zaak dat de magt der zinnelijke voorstelling, als het specifiek nieuwe element, wat de werking betreft, voor het oogenblik op den voorgrond treedt.

Kalkbrenner heeft nog veel waarlijk schoone elementen in zijne verschijning als virtuoos, en wat hij in zijne »Schule" uitspreekt, kenschetst hem als den denkenden kunstenaar, die zich moeite geeft om den zamenhang mei den normalen grond te bewaren. Hoe weinig men voor een opzettelijk laten varen van dezen zamenhang bij de volgende virtuozen kan aannemen of aantoonen, was toch het los maken van dien zamenhang geheel het gevolg van de gesteldheid en voornamelijk van de werking, die de vernieuwde bevalligheid van het klavier medebragt. Maar het zou onregtvaardig zijn, dit verval als algemeen karakter der moderne virtuositeit te kenschetsen; moge het grootere deel der pianisten ook werkelijk voor die gevaren bezwijken, toch bevinden zich , wat de geestige zijde betreft, kostbare kiemen onder dat oppervlakkige, waaraan een zóó verblindend schitteren gedurende bijna 20 jaren vergund was.

De historische voortgang was naauwkeuriger beschouwd de volgende. Had zich eenmaal de techniek als afzonderlijke kunst van het algemeene ideaal losgemaakt, golden luister, vlugheid , bravour meer dan uitdrukking , waarheid en harmonische eenheid, toch hadden die eigenschappen in de laatste meesters der Weener school volstrekt niet hare volkomen ontwikkeling verkregen. De moderne virtuositeit erkende zoowel dit gebrek , als ook het tweede, dat zich, niettegenstaande eenen technischen vooruitgang, toch een betere smaak in het aanwenden der uitwendige middelen moest vertoonen. Bijna werd de technische ontwikkeling tot aan hare grenzen opgevoerd. Nu berust echter iedere ontwikkeling op kennis, die in den geest doordringt, en iedere kennis op het verdiepen in onderscheidingen.

Derhalve bestond de verdere ontwikkeling der techniek daarin, dat elk harer bijzonderheden afzonderlijk in behandeling genomen en tot het toppunt van volmaaktheid opgevoerd werd. Erkenden de Weener virtuozen, als Hummel, Kalkbrenner enz., reeds meer magt op liet veld der techniek dan vroegere virtuozen en leverden zij daarin iets gewigtigers, zoo vatten LisztenThalberg iedere bijzonderheid als afzonderlijken vorm zóó volstrekt eenzijdig aan , dat de vroegere virtuositeit bij haar bijna een mikroskopisch beeld schijnt. Evenzoo kwam de passage op als contrast tegenover de cantilene, het instrumentale beginsel tegenover het vocale, de beweging tegenover de rust. Nu is bijna alles beweging, de contrasten treden slechts op in de verschillende figuren der

beweging. De techniek ontwikkelt zich in alles. Het kleinste valt onder het bereik der oefening, in de onbeduidendste bijzonderheid vertoont zich de luister van technische oefening, de mechanische voltooijing brengt de geringste atomen onder de eischen der materiële bevalligheid. Wat anders als naauwelijks opgemerkt ornament tusschen de menigte van gedachten zijne plaats vond, wordt nu in eene stelselmatige herhaling, in voortloopende figuren op de manier van études als eisch gesteld voor de tot in het bespottelijke toenemende overwinning der zwarigheden. De étude is de heerschende vorm. Zij dringt haar beginsel in den ruimen kring van alle vormen zóó diep in, dat de vrijheid van het scheppen geheel onder hare magt valt, en er bijna niets overblijft van de inhoudrijke compositie-manier van vroegere tijden. Deze bedwelming der technische kunstenmakerij sleept in zijnen loop onstuimig alles mede wat kiemen van gedachten zou kunnen doen ontwikkelen en de psychische uitdrukking wordt eene zeldzaamheid. De techniek voert hare passages als muren op, is de eene inde hoogte geheven, dan hoopt zich eene tweede daarop en tusschen zulke metalen monumenten kan geen zachte bloesem gedijen.

Hiermede is het echter niet gedaan. De moderne techniek wil niet alleen in onafgebroken herhaling , in eene zaak in het groot in zekere mate de ornamenten van den vroegeren detail-handel veranderen, maar zij vermeerdert ook haar aantal met nieuwe proeven. De ouden worden als antiquarische overblijfsels van een tot de lappenmarkt overgebragt pakhuis, slechts indien het noodig is, gebruikt, de uitvinding combineert iets nieuws en altijd wat nieuws. Ook wordt er een andere maatstaf lot grondslag gelegd in de afmeting. Vroeger gold de octavenspanning als regel, Chopin en Henselt voeren decimaal-maat in. Het gebied der oude techniek komt ook ten opzigte hiervan voor als een miniatuurbeeld. De oneindigheid van figuren van den nieuwen maatstaf wordt met den ouden vereenigd, nieuwe toonprikkels en maniereu van aanslag worden uitgevonden , in de qualiteit en quanliteit wordt zoo veel nieuws geschapen, dat het uitgeput naar rust en een bedachtzaam overzigt verlangen moest. Eene andere zijde der oude virtuositeit was de volharding in de physiscbe krachtvoortbrenging. De moderniteit is een reus tegenover de verschijning van gene. Waar de ouden geloofden zich buitengewoon in te spannen , begonnen de jongeren eerst belang te hebben bij de oefeningszucht.

Bij de vroegere manieren van aanslag komen de toonvormingen door handgewricht en arm. Kalkbrenner had hierin reeds te voren gearbeid, maar de kracht en buigzaamheid der spieren wordt nu eerst volmaakt. Daarbij komt, dat het gebruik der Engelsche instrumenten de overhand verkreeg. De meer dichterlijke en aan kleur rijkere toon der Weener mechaniek, die, niettegenstaande hare zwakte, de geringste beving der vingertoppen veel buigzamer en meer gevoelend te gemoel kwam, wijkt voor den prachtig, stijf en groot aanslaanden concerttoon van het Engelsche mechanisme. In die mate als de hand ophoudt, een door de fijnere polsslagen van het gemoed bezield organisme te zijn en slechts zinnelijk kunstig mechanisme is, moet ook de kunst van den instrumentenbouw eerst arbeiden ten behoeve van den luister van den piano-toon. Het zinnelijke effect van den toon ligt reeds in de mechaniek der piano , de hand behoeft geene bijzondere kunst te ontwikkelen , om haar dit gedeelte af te winnen. Maar toch moet de mechaniek der piano zeer ernstig behandeld worden, namelijk met grootere inspanning; ongelukkig de pianist, die eene zwakke