is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 4, 15-02-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43

is naar ons inzien (behalve al zijne andere deugden) zijne gemakkelijkheid en rust bij de voordragt der moeijelijkste zaken zeer te bewonderen. Verder zongen twee dilettanten , mej. Bastiaans en van Delden, een duet van Kücken (Die Madchen am Strande) en een duet uit de Profeet, op bare gewone schoone wijze.

Het orchest: de 7e symphonie van v. Beethoven, Lodo'isca van Chérubini, Obcron van v. Weber.

Op het tweede concert (8 Januarij) waren de solovoordragten geheel in banden van dilettanten. Mejufvrouvv de Sturler speelde het eoncert nationale van Litolff en eene fantaisie van Prudent. Wij stemmen met het berigt, opgenomen in N°. 2 van dit Tijdschrift, gaarne in , hoewel het door het woordje furore wel wat sterk gekleurd is. Mej. L. Nouhuis (uit Zutphen) droeg hare stukken zeer lief voor en zong bovendien nog een lied Ons Vaderland, van R. Hol. De heer J. van Delden, een goed violoncellist en uitmuntende type van dilettant, (waarnaar andere heeren dilettanten zich mogen vormen), speelde eene nocturne van van Hamm en variatiën op een thema uit Het vrouwtje van den Donau , die de heer van Delden zelf gecomponeerd had, hoewel zijne bescheidenheid zijn naam niet op het programma heeft doen vermelden. Daar wij echter die deugd in minder mate bezitten , voegen wij bij het berigt, voorkomende in N°. 1, 1861, van dit Tijdschrift, nog dit: dat het intermezzo (entr'acte uit de muzijk voor Hofdijk's historisch-dramatisch gedicht: de laatste dag van Heemkerck's beleg) onze compositie was, en dat mev. Offer mans van Hove, behalve de stukken daarin vermeld, ook ons op. 1 heeft voorgedragen, Zweiklagen , van HofTmann von Fallersleben. (Weygand en Beuster. Haag).

En nu het orchest — men gaat van hier wel eens naar Amsterdam , om er eene uitvoering bij te wonen ; wel zoude men met hetzelfde regt van elders eens hier kunnen komen , om te hooren op welk eene hoogte de uitvoeringen in eene provinciestad kunnen gebragt worden , en al zoudt ge soms meenen, dat hier het koper wat sterk, daar de tympani wat hard, hier eens een blaas-instrument wat onzuiver, daar weder een viool wat ruw was, toch zoudt gij zeer voldaan zijn en steeds met genoegen aan dit orchest terugdenken ').

5 FebrVaiV 1861. MarI,JS A' Bbakdts' Bon-

FBÜILLETOM.

Amsterdam. De lieer Bertelsman, directeur der liedertafel Teutonia, heeft voor die betrekking bedankt, en de heer R. Gollin is in zijne plaats benoemd.

Den <8. Februarij ek. zal de derde Quartet-uitvoering, door de HH. Frans Coenen en F B. Buntc, met medewerking van de heeren W. C. den Dekker en W. A. Sickler, in het Odeion volgen. Verkort programma. Quatuor van Mozart, N°. 6. (Op verzoek). Quatuor van Chérubini, N3. i. Quatuor van Beethoven, op. 132.

Utrecht. Den 4. Februarij jl. gaf het Hoogduilsche operagezelschap uit Rotterdam haar zevende voorstelling. Mozart's

t) Referent overdrijft dit niet. Alle deskundigen, die deDeventersche concerten bezochten en ons daarover hunne mecning hebben medegedeeld , spraken steeds met zeer veel lof over de uitvoeringen door het orchest aldaar, waaraan de heer C. A. Brandts Buys, als directeur, door zijne uitmuntende directie zooveel heeft bijgedragen.

(De Redactie}.

Zauberflöte werd met ontzaggelijk veel succes opgevoerd. Tot ons leedwezen konden wij daarbij niet tegenwoordig zijn en kunnen dus bij eigen aanschouwing in geene bijzonderheden treden. De Tannhauser schijnt achterwege le blijven en dit stelt vele opera-bezoekers te lear.

In het 3e stads-concert traden mev. NoëmideRoissi, de heer Danieli (zang) en mej. Boekelman (piano) met bijzonder veel bijval op.

Den 12. Februarij jl. bragten de liedertafel Aurora en de Ulcechtsche mannenzangvereenlglng, benevens andere dilettanten, door eene welgelukte uitvoering het hunne toe tot verzachting van het lot der noodlijdenden door den watersnood. Omtrent het een en ander kunnen wij niet eerder dan in ons volgende N°. in bijzonderheden treden.

Heden avond kunnen de leden onzer afdeeling van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst eene soiree, te geven door het Zanggenootschap, onder directie van den heer Kufferath, bijwonen. O. a. worden Elia op Horeb, van Fr. Coenen , en de Loreley van Hiller voorgedragen.

Eene commissie uit het hoofdbestuur der Maatschappij, met gecommitteelden uit de afdeelingen Amsterdam, >s Hage en Utrecht, zal zich in het laatste dezer of in het begin der volgende maand vereenigen, ter bespreking van het voorstel Utrecht, betreffende de invoering van den Diapason normal hier te lande.

Naar wij vernemen heeft de violoncellist de heer P. Bekker in de concerten te Kampen en Zwolle — waardoor hij een hem aangeboden concert in Félix Meritis op den 1. Februarij jl. niet kon aannemen — zoo als wel te verwachten was, een zeer groot succes gehad.

Door het technisch comité voor het dit jaar te vieren nationaal Zangersfeest te Nijmegen is het onderstaande programma vastgesteld. De heeren Mars, Heinze, deVliegh, Dr. Everts en Deibei waren in de vergadering tegenwoordig, de heeren Meijer, Cluwe, Hol en Verhulst verhinderd haar bij te wonen.

Programma, i. Liebe und Gnade, hymne van F. Otto. 2. Nachtgezang, van Abt. 3. Altdeutsches Slachtgesang, van Rietz, (met orchest). 4. Avondzon, van Viotta. 5. Turkisches Schenkenlted, van Mendelssohn. 6. Koor uit de Siège de Corinthe, van Rossini, (met orchest). 7. Im Walde, voor soli en koor, van Jul. Otto, met orchest. 8. Das Gebet der Erde, van Zöllner. 9. Scène en aria INC. 6 uit Eaust, van Spohr, (met orchest). 10. Avondlied, van Bastiaans. tl. Aufmunterung zur Jagd, van Belljens. t2. De geboortegrond, van Dupont. 13. Bacchuskoor uit de Antigone, van Mendelssohn, (met orchest), en tot slot: het Nederlandsch volkslied.

Nijmegen. Alhier is eene afdeeliug van de Maatschappij tot bevordering der Toonkunst opgerigt, welke reeds ruim 60 leden telt. Het bestuur is zamengesteld uit Jhr. G. E. Dommer van Poldersveld, (Eere-Voorziller). P. O. van Wassenaar Pancras Clifford, (Voorzitter). F. J. Hallo, (Secretaris). F. T. H. J. Dobbelman, (Penningmeester), en A. J. Schaap, (Bibliothecaris).

In het kleine OudeWatcr is eene liedertafel Crescendo, onder directie van den heer J. van 't Kruys, werkzaam. In een concert van 8 Januarij jl., teu voordeele der algemeene armen dier gemeente, gaf zij het volgende programma ter uitvoering: Eerste afdeeling. Das Gebet der Erde, van Zöllner. Muggendans , van v. Bree. Die jungen Musikanten , van Kücken. Het land der Zaligen, van Renaud. Vlaggelled, van Verhulst. Das Bild der Rose, van Reichard. Marsen van Becker. Tweede afdeeling. Das Kirchlein, van Becker. Jagerslust, vanAstholtz. Des Heeren Huis, van J. van 't Kruys. Beneden en boven van de Vliegh. Duet van Kücken. De Geboortegrond, van Dupont. Marsch van Zöllner.

Den 21. Januarij gaf Crescendo eene soiree musicalc. Programma. Eerste afdeeling. In 't Bosch, van Smits. Trio in Bes, voor piano, viool en violoncel, le deel (allegro), van Beethoven. Schwanenlied, van de Vliegh. Sangerliebe, (quartetsolo), van Otto. Fantaisie voor viool en piano sur la romance C'est une larme, van Lafont en Herz. Champagnerlied, van Schater. Hymne van J. A. van Eyken. Trio, 2e deel (adagio), van v. Beethoven. Alles was die Erd' enthall, van CaII. Abendlied, (trio-solo), van Gründer. Trio, 3e deel (thema met variatiën), van Beethoven, Het A. B, C., van

Wecnen. Den 22. Januarij heeft de fluitist Tcrschak, het wonder van den dag, in een concert met een bijna voorbeel-