is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 5, 01-03-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

48

'sGRAVENHAGE, 16 Februarij 1861.

De in het vorige nummer der Caecilia besproken liefdadigheids-concerten, zijn op Woensdag jl. besloten met eene uitvoering ten behoeve der watersnoodlijdenden, door het hier gevestigde muzijkgezelschap Polyhymnia gegeven. Getrouw aan ons voornemen, om kieschheidshalve de welgemeende pogingen tot leniging der nood, wanneer zij zich ten minste op muzikaal gebied bewegen , aan geene kritiek te onderwerpen, zouden wij ook thans over deze uitvoering gezwegen hebben, te meer nog, omdat dit concert uitging van een gesloten gezelschap, dat zich tot regel gesteld heeft niet naar buiten uit te werken, — ware het niet, dat een hoogdravend en met echt fransche puff, tot in het belagchelijke opgeschroefd artikel in het Journal des Pays-bas, van den löden dezer, waarover men zich hier algemeen heeft vrolijk gemaakt, deze uitvoering in een min of meer bespottelijk daglicht had geplaatst. Men is toch ten onzent aan de manier van recenseren, zooals men die in Frankrijk in dagbladen van den 2en en 3en rang aantreft, gelukkig nog te weinig gewoon, om niet over zulke zamengeraapte phrases, die hoogdravendheid aan onjuistheid paren , hartelijk den spot te drijven , en het kan wel niet anders , of een gedeelte van dien spot moet op het onderwerp der recensie overgaan, iets waartegen wij moeten protesteren, zoowel om het private karakter van 't gezelschap , dat alleen met een menschlievend oogmerk naar buiten werkte, als ook omdat daarbij twee kunstenaren betrokken zijn, onze Verhulst, die de directie, bij de uitvoering van een deinummers van 't programma , zijne hymne Eeuwig is God, wel op zich had willen nemen, en de klaviervirtuoos v. d. Does, die de oefeningen van 't gezelschap leidt, en bij het overige programma als directeur optrad.

De hoogdravende uitboezemingen van den recensent in het Journal des Pays bas, voor zijne rekening latende , meenen wij te moeten mededeelen , dat de menschlievende daad van dit muzijkgezelschap met een, ook geldelijk, gunstig gevolg is bekroond. Door een koor van naar onze raming, ruim tachtig personen , werden een aantal zaken van kleineren omvang, waaronder, behalve de hymne van Verhulst, de koren uit Mendelssohn's onafgewerkt oratorium Christus, en Niel's Gade's Frühlings Botschaft voorkwamen, zeer verdienstelijk uitgevoerd. Ontbrak het ook , over 't geheel, aan de noodige nuancering , en , niettegenstaande de getalsterkte van het kool-personeel, tusschenbeide aan kracht en vermisten wij de , vooral in de Frühlings Botschaft zoo noodzakelijke , fijnheid en delicatesse in de voordragt, zoo was er toch ook veel goeds, terwijl wij daarbij gaarne in het oog houden , dat men aan dit private gezelschap, over hoevele muzijkale krachten het ook beschikken kan, niet al te hooge eischen stellen mag. De hymne van Verhulst, onder de voortreffelijke leiding van den componist uitgevoerd, was het best gelukte nummer van 't programma.

Vergeten wij niet met een enkel woord de meesterlijke voordragt te herdenken, der aria uit Mozart's Titus met obligaat clarinet, gezongen naar men ons berigt door een lid van het gezelschap. Uit die voordragt sprak de kunst-opvatting van eene artiste in den besten zin des woords, die aan de kunst heeft ontwoekerd, wat de natuur welligt aan hare stem heeft onthouden. Gelukkig het gezelschap, dat zulk eene kunstenares onder zijne leden mag tellen.

ROTTERDAM.

Examen en prijsuitdeeling der muzijkschool van de afdeeling Rotterdam der Maatschappij tot bevordering der Toonkunst, den 5. Februarij 1861 , in de groote zaal der sociëteit Harmonie.

Programma. Eerste afdeeling. Marsch uit Faust, van Ch. Gounod, voor vier handen gezet door J. B. H. Bremer , door de 2e pianoklasse, le en 2e afdeeling. Variatiën van L. Jansa, op een thema uit Norma, van V. Bellini , door een leerling der le vioolklasse , 2e afdeeling. Hymne van den abt Stadler , driestemmig gezet door W. Hutschcnruyter, door de 2e en 3e jongens-zangklassen. Divertissement over Oostenrijksche volksliederen, van B. Romberg, door een leerling der 2e violoncelklasse. Saksisch air met variatiën van J. B. Cramer, door de 3e pianoklasse, 2e afdeeling. Fantaisie van C. de Bériot, over thema's uit le Pré aux Clercs, van He'rold, door één leerling der 2e vioolklasse. Fantaisie élégante van S. Lee, over thema's uit VÊtoile du Nord, van G. Meijerbeer, door één leerling der 3e violoncelklasse. Driestemmige liederen : a. Feestgezang, van F. Mendelssohn Bartholdy, b. Lente en Bloemen , van F. Lachner, dooide 2e en 3e meisjes-en 3e jongens-zangklassen. Tweede afdeeling. Rondo militaire voor vier handen, van C. Czerny, op een thema ven W. A. Mozart, door de 2e pianoklasse, 2e en 3e afdeeling. Souvenir de Paris, introductie en rondo, van S. Lee, door één leerling der 4e violoncelklasse. Eenstemmige liederen van J. J. H. Verhulst: a. Klein Zusje, b. Hobbelpaard. Tweestemmig lied: Op 't Duin , van S. de Lange , door de le meisjes-zangklasse. Driestemmig lied: hel Zonnetje vati binnen , van J. B. H. Bremer , door de

2e en 3e meisjes- en 3e jongens-zaugklassen. Fantaisie pastorale van J. B. Singelée, door één leerling der 2e vioolklasse. Sérénade voor vier violoncellen, van den graaf van Stainlain , door drie leerlingen, met den heer onderwijzer der violoncelklassen. Driestemmige liederen van S. de Lange: a. Hooger Lente, b. Beneden en boven, door de 2e en 3e meisjes-zangklassen. Grave en allegro comodo uit de groote sonate voor vier handen , van S. N. Hummel, door de 4e pianoklasse. Prijsuitdeeling. Ouverture Egmonl, van L. van Beethoven voor vier handen , door de 3e en 4e pianoklassen.

De belangstelling in deze muzijkschool is, blijkens het voortdurend toenemend aantal leerlingen, (blijkens het jongste verslag was hun getal in het laatste jaar van 277 tot 329 gestegen), steeds klimmende. Daarvoor wordt dan ook voldoenden grond gevonden, evenzeer in de bekwaamheid der onderwijzers, als in de goede vruchten die hun onderrigt, blijkens de bij vroegere en ook bij deze gelegenheid daarvan verschafte proeven, afwerpt. Dit jaarlijksch examen wordt altijd voorafgegaan door een bijzonder examen aan de school zelf, waarbij de ouders ook tegenwoordig kunnen zijn en waar dan de vorderingen van elk der leerlingen afzonderlijk worden ter toetse gebragt. Het bestuur had, blijkens zijne keunisgeving, dat bijzonder examen ditmaal meer uitgebreid en dienvolgens op het algemeen examen thans de werkzaamheden der lagere klassen meer ingekrompen en die der meer gevorderde daarentegen eenigzins uitgebreid. Deze schikking verdient goedkeuring, wijl zij het dubbele voordeel heeft van de verrigtingen op het algemeen examen belangwekkender te doen zijn en den te langen duur,