is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 6, 06-02-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

58

teekens te geven, die, behalve de plaatsaanduiding van den overweg, enkele vastgestelde mededeelingen behelzen. Wordt, tengevolge van het ontvangen van zulk een teeken, een hulplocomotief naar de plaats van den overweg gezonden, dan wordt een op het station aanwezig draagbaar telegraaftoestel medegenomen en aan de klok in de telegraaflijn geschakeld, die de beide stations aan weerszijden van den overweg verbindt; op deze wijze kan verdere telegrafische gemeenschap met die stations onderhouden worden.

De firma Siemens & Halske stelde de klokseininrichting ten toon, zooals die op den St. Gotthardspoorweg en op verschillende Italiaansche spoorwegen met enkel spoor in gebruik is. Deze inrichting onderscheidt zich van de vorige hierdoor, dat van uit iedere klok alle klokken langs het baanvak tusschen twee stations in werking kunnen gebracht worden, zoodat iedere overwegwachter in de gelegenheid is, noodseinen langs het geheele baanvak te geven, in tegenstelling met de vorige inrichting, waarbij die noodseinen slechts aan de beide naastbij gelegen stations — eindpunten van het baanvak — gegeven kunnen worden.

Terwijl bij het eerstgenoemde stelsel de klokken in beweging worden gebracht door een inductorstroom, welke van het station van vertrek uitgaat en alle klokken tot het volgend station doorloopt, worden bij het laatstgenoemde stelsel de klokken in beweging gebracht door een sterken batterijstroom. In beide gevallen zal de electrische stroom in iedere klok het anker van een electromagneet aantrekken, waardoor aan het slagwerk de gelegenheid gegeven wordt, door de werking van een gewicht, een bepaald aantal slagen af te loopen.

Bij het laatstgenoemde stelsel moet dus, zoowel aan de eindstations van het baanvak, als aan iedere klok een inrichting aanwezig zijn, om den gewenschten batterijstroom in de lijn te zenden. Te dien einde doorloopt een zwakke ruststroom de geheele lijn; de weerstand der electromagneten van de wachtersklokken is echter zoo gering, dat deze ruststroom geen werking op het anker uitoefent. Daarentegen is de weerstand van het slagwerk, op een der beide stations geplaatst, zoo groot, dat aldaar het anker voortdurend aangetrokken blijft.

Bij het verbreken van den ruststroom valt dit anker terug en stelt zich dit slagwerk in gang. Deze toestel is nu zoodanig ingericht dat, bij de eerste beweging, de lijn tijdelijk in verbinding wordt gebracht met de batterij, die den verlangden krachtigen werkstroom levert, welke de ankers van de electromagneten der wachtersklokken aantrekt en deze in gang brengt. Bij iedere stroomverbreking geven alle wachtersklokken één enkelen slag; door dus de noodige afwisseling te brengen in het aantal slagen en de pauzen tusschen deze slagen, kan men hoorbare seinteekens geven.

De achtereenvolgende verbrekingen van den ruststroom geschieden, zoowel bij het vertrek van een trein van een station daar ter plaatse, als aan de klokken ingeval noodseinen gegeven moeten worden, door een z. g. n. zelfwerkenden seingever, eene inrichting, waardoor men, door het omlaagtrekken van een knop, een werk opwindt dat, tijdens het afloopen, zelfwerkend de stroomonderbrekingen in de gewenschte volgorde bewerkstelligt.

Tot soortgelijke inrichtingen behooren nog twee klokken, welke bestemd zijn om bij onbewaakte overwegen op locaalspoorwegen de nadering van een trein aan te kondigen; beide behoorden tot de inzendingen der Pruische Staatsspoorwegen.

De inrichting dezer toestellen is slechts verschillend uit een oogpunt van constructie; het grondbeginsel, waarop de werking berust, is in beide gevallen hetzelfde.

Aan beide zijden van den overweg is, langs het spoor, op een bepaalden afstand van den overweg, een pedaal geplaatst, hetwelk in verbinding is met de aan den overweg geplaatste klok. Zoodra een trein het pedaal overschrijdt, wordt een batterijstroom gesloten, het anker van een electromagneet in de klok aangetrokken en het slagwerk in werking gesteld. Dit laatste is zoodanig ingericht, dat het kloksein duurt totdat de trein den overweg gepasseerd is; de afstand van het pedaal tot den overweg wordt geregeld naar de gemiddelde snelheid der treinen en den naar behoefte vast te stellen duur van het kloksein.

Aangezien de onbewaakte overwegen meestal zullen gevonden worden op spoorwegen met enkel spoor en beide pedalen aan weerszijden van den overweg dus langs hetzelfde spoor zijn aangebracht, is zoodanige richting getroffen, dat het slagwerk alleen in werking wordt gesteld wanneer een trein het pedaal vóór den overweg overschrijdt en dat het overschrijden van het pedaal aan de andere zijde van den overweg geen uitwerking op het slagwerk heeft.

Bij dezelfde inzending was nog een stationsslagwerk aanwezig,

ingericht om van meerdere richtingen kloksein te ontvangen; het is bestemd voor stations, waar meerdere spoorwegtakken te zamen komen en dient om de verschillende slagwerken te vervangen, welke noodig zouden zijn, wanneer voor iedere richting een afzonderlijk exemplaar opgesteld werd.

Wordt van een der richtingen kloksein gegeven, dan valt een valschijf van den toestel, welke de richting doet herkennen en tevens een locale batterij inschakelt, die het slagwerk doet aanslaan.

De Beijersche Staatsspoorwegen stelden nog eene inrichting ten toon, die ten doel heeft het geven der kloksignalen automatisch te registreeren. Uit de opeenvolging der teekens, welke op een door een uurwerk bewogen papierband gegeven worden door den electrischen stroom, die de klokken langs de lijn doet slaan, kan beoordeeld worden, of het kloksein voor alle treinen in de juiste volgorde gegeven is.

Van de reeds meermaal genoemde pedalen, welke langs de rails worden aangebracht om den trein zelf tot een of ander doel te doen medewerken, was op de tentoonstelling een groote verscheidenheid aanwezig.

Allen berusten op hetzelfde grondbeginsel: op het oogenblik dat de trein daarover passeert, wordt in het pedaal een electrische stroom gesloten die de gewenschte werking zal uitoefenen, 't zij daartoe gebruik wordt gemaakt van de doorbuiging van de rail onder het gewicht van den trein, 't zij een beweegbaar deel door de velling der raderen wordt omlaag gedrukt.

Onder de verschillende constructiën zou men ééne kunnen aanmerken, als door deugdelijkheid uitmuntende boven alle anderen, n. 1. het doorbuigingskwikcontact der firma Siemens & Halske.

Bij deze inrichting wordt de doorbuiging van de rail overgebracht op een membraan, waardoor een hoeveelheid kwik in een gesloten vat zich verplaatst en het contact gevormd wordt.

In even groote verscheidenheid troffen wij optische signaalcontroleurs aan, inrichtingen welke dienen om, ingeval een sein vau uit de plaats van bediening niet zichtbaar is, aldaar langs electrischen weg een beeld van den stand van het sein te geven.

Ofschoon wellicht in enkele constructiedetails verschillend, kwamen allen bijna geheel met elkaar overeen. In een kastje is, achter een glasplaat, een kleine nagebootste semafoor aangebracht, waarvan de vleugel bewogen wordt door het anker van een electromagneet, die in eene electrische geleiding geschakeld is, waarin ook een contact aan den vleugel van den seinpaal voorkomt. Bij het op veilig stellen van het sein wordt dit contact gesloten en het anker aangetrokken, waardoor de kleine vleugel van den signaalcontroleur de beweging van het sein volgt.

Bij enkele dezer toestellen was de inrichting zoodanig getroffen, dat een bijzonder teeken aanduidt of de electrische geleiding defect is, zoodat vergissingen, welke zouden ontstaan wanneer de controleur niet juist den stand van het sein aanwijst, hierdoor voorkomen worden.

Van de inrichtingen, welke dienen om den waterstand in een reservoir aan te geven, noemen wij die volgens het «systeem Sesemann», waarbij een contactrol door een kleinen watermotor voortdurend in eenparige beweging wordt gehouden. Langs deze contactrol wordt een messingveer, door een drijver, in de richting van de as verplaatst. De contactrol is langs den omtrek voorzien van messingstrooken van verschillende lengte, welke zoodanig geplaatst zijn, dat de contactveer, naarmate van den stand, 1,2, 3 of meer messingstrooken ontmoet; contactrol en veer zijn in een gesloten keten geschakeld, waarin ook een batterij en een Morse-toestel of telefoon geschakeld zijn. In het eene geval zal de stand van den waterspiegel door het aantal teekens op een bepaalde lengte van den band, in het andere geval door het aantal tonen in de telefoon worden aangeduid. De verdeelingen zijn zoodanig gemaakt, dat het aantal teekens overeenkomt met het aantal centimeters hoogte van den waterspiegel.

Als laatste toepassing der electriciteit tot dit gebied behoorende noemen wij een electrischen treinaankondiger.

Deze toestel dient om van uit een verwijderd punt in de wachtkamers het sein tot instappen voor de treinen te geven.

Bij het sluiten van een electrische geleiding wordt een electromotor in beweging gesteld, welke een bord te voorschijn brengt waarop met groote letters de richting van den trein en het woord «instappen» vermeld staat. Tijdens het verschijnen van het bord wordt de aandacht daarop gevestigd door een luid klinkende schel, welke eveneens aanslaat wanneer het bord weder verdwijnt ; dit laatste geschiedt wanneer een stroom in tegenge-