is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 12, 19-03-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

128

kleiner zijn dan voor een drager uit 3 balken, zoo zal men blijkens de formule (24) mogen verwachten, dat de uitkomsten voor deze dragers gunstiger zouden geweest zijn, dan die voor de proefliggers. Herhaling der proefnemingen ook met deze dragers zou dus wenschelijk zijn.

Mat men daarbij niet alleen de verschuivingen in de uiteinden der voegen, maar ook in alle verbindingspunten, zoo zouden deze proeven met betrekkelijk geringe kosten te nemen zijn, daar de dragers niet zouden behoeven gebroken te worden. Verschuivingen en doorbuigingen zouden elkaar contróleeren, en men zou door het aanbrengen van de gewone belastingen der practijk gegevens genoeg krijgen om met volkomen zekerheid te kunnen zeggen, welke spanningen daarbij in den drager worden opgewekt.

Breda, December 1891. A. C. C. G. van Hemert.

Verticale waterbuizen-stoomketels, systeem Hohlfeld.

In de reeks zeer interessante stukken van de hand van den ingenieur F. C. Dufouh, welke in jaargang 1891 van «De Ingenieur», onder den titel «de Internationale Electro-technische Tentoonstelling te Frankfurt a/M.», verschenen, vindt men ook beschrijvingen, met teekeningen toegelicht, van de op die tentoonstelling gewerkt hebbende stoomketels.

De ketel van 150 M2. verwarmend oppervlak, systeem Hohlfeld, welke door de ketelfabriek dKaiserslauterny> voorheen

Fig. 1. Langsdoorsnede.

Boven het gewelf van den vuurhaard is een luchtkanaal gespaard waarin de lucht sterk wordt voorgewarmd ; deze lucht vermengt zich bij den voorsten bundel van pijpen met de verbrandingsgassen en brengt deze tot volkomene verbranding.

Ten gevolge van de verticale richting der pijpen kunnen de, ontwikkelde stoombellen ongehinderd naar boven ontwijken; elke schokkende beweging van het water wordt vermeden en geen water wordt medegesleept.

In den voorsten bundel zijn door het inhangen van gegalvaniseerd ijzeren buisjes afzonderlijke wegen voor stoom en voor water bereikt.

Door de eigenaardige plaatsing der pijpbundels geschiedt de voeding op het minst warme gedeelte, terwijl de voorste en warmste gedeelten van den ketel slechts zuiver en sterk voorgewarmd water ontvangen. De groepeering der pijpen verzekert eene goede opname van de warmte in den ketel.

Het verwarmend oppervlak is betrekkelijk groot en, op zich zelf beschouwd, toch klein; het levert snel stoom, die droog is.

De groote snelheid van het water verhindert het aanzetten en vastbranden van ketelsteen in de pijpen. De afscheiding der vaste bestanddeelen geschiedt in de onderketels en daar de vlammen daar niet omheen slaan, wordt daarin geen ketelsteen gevormd.

Om de ketels schoon te maken zijn mangaten en stompen aangebracht, waardoor men overal gemakkelijk bij kan komen en alle onreinheden verwijderen.

Aangezien de spanning over vele kleine elementen is verdeeld, terwijl de waterinhoud gering is, is er geen gevaar voor explosie

Fig. 2. Dwarsdoorsnede.

Herrmann & Schimmelbusch was tentoongesteld, werd in bedoelde stukken wel genoemd en vooral de rookvrije verbranding van het vuur beschreven, maar de ketelconstructie werd slechts vluchtig behandeld en niet door teekeningen toegelicht.

Het komt mij daarom nuttig voor over die nieuwe, sedert 1886 in Duitschland ingevoerde, hier te lande weinig bekende constructie, iets naders mede te deelen en ik volg daarbij hetgeen in Dingler's Polytechnisches Journal en in de' Deutsche Fabrikanten Zeitung, onder de mededeelingen van de Frankfurter Electrotechnische Tentoonstelling, omtrent dien ketel te vinden is.

De ketels bestaan (Zie fig. 1 en 2), naar gelang van de grootte van het verwarmend oppervlak, uit 2, 3 of meer bundels van buizen, welke zoo zijn aangebracht dat steeds twee cylindrische ketels door een aantal buizen zijn verbonden, waardoor de sluitstukken met dichtingen, bij andere buizenketels benoodigd, geheel achterwege blijven.

De voeding geschiedt in den achtersten onderketel; daaruit stroomt het water door den achtersten bundel buizen in den achtersten bovenketel, gaat van daar in den nevenliggenden bovenketel en door den middelsten bundel naar den middelsten onderketel, om ten slotte door den voorsten bundel buizen naar den voorsten bovenketel te komen.

De verbrandingsproducten trekken volgens het tegenstroombeginsel in omgekeerde richting; zij komen het eerst in aanraking met den voorsten bundel van buizen, slaan over de losse plaat °van hard gegoten ijzer en onder den vuurtong naar den tweeden bundel enz.

en kan met hooge spanning worden gewerkt. In het geval van watergebrek zullen de pijpen ondicht worden en zal het water het vuur dooven.

De tentoongestelde ketel had 150 M2. verwarmingsoppervlak,

......1.*„ * Q „* f„„,. Am,h Q„ „ovHamnto nw uur 3000

kilogram water. Hij leverde stoom voor eene stoommachine van Fein uit Stuttgart van 20 I.-P., voor eene stoommachine van Swiderski te Leipzig van 50 I.-P., en voor 2 stoomdynamo's van 25 en van 30 I.-P. van Pokory en Wittekind te Bockenheim.

.C. A. Huijgen, O.-L

Een installatie voor electrisch licht met gas als beweegkracht.

Het beddenmagazijn van den heer Gogarn, Westnieuwland te Rotterdam, wordt sinds het begin van Februari 1892 electrisch verlicht.

In den kelder staan een gasmotor van Crossley (Otto) en een dynamo-machine uit de fabriek van Willem Smit & Co.

De tundeering dezer machines oestaat un ^ ïjieieu uu™™ T- balken op een afstand van ± 1.20 M. geplaatst en door schroefbouten met elkaar verbonden. De tusschenruimte is ter plaatse waar de machines staan met metselwerk opgevuld. Het geheel rust op den vloer van den kelder die bestaat uit in cement gelegde tegels. De gasmotor is op vilt geplaatst om het gedruisch van de machine zooveel mogelijk te verminderen.