is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 30, 23-07-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

315

ringswege flink worde aangevat en dat zij nimmer eene partyzaak worft. In Nederland, waar dynastie en zelfstandig.volksbestaan een onverbrekelijk verband bezitten, zullen die beide schatten slechts duurzamer worden, wanneer het grondgebied des Rnks vermeerderd wordt

"IZ^^tk^tnÏ was betuigd voor zijne inleiding, werd den heer F W. Westeroüen van Meeteken gelegenheid gegeven, een en ander toe te voegen aan zijn reeds gepubliceerd rapport over de industriële rechtspleging en de' stelsels in verschillende landen van Europa Het rapport bevat uitvoerige opgaven betreffende bu tenaands?hTPwetgevmgenP; de werkzaamheid «»«*^,^ï^ de vak- of beroepsrechtbanken; de raden van vroede. m«™en £e scheidsgerechten; de raden van verzoening en van arbitrage^eweibe Gerichte en ten' slotte den stand van ^t vraagstuk m N^«Ierland Het streven van den heer van Meeteken is geweesteene^ uiteen zettino- te geven van al wat hem zelf omtrent het te Denanaeien

PteltT Veemskerk - hulde brengend aan den veelden arbeid van den heer van Meeteren, - merkt op dat het ^^ fou zijn het onderwerp in Nederland m de wetgeving niet geregeldIzou zajn Men kan toegeven dat er op dit punt leemten bestaan, ^r^f& ongeregeld is het onderwerp met; noch m de wetgeving noch in ae rechtspraak, die bepalingen omtrent loon en arbeidscontract^ bevat.

De afgevaardigde van 's-Gravenhage was van oordeel, dat arbeios raden uit patroons en werklieden samengesteld, dit voordeel hebben dat zij deskundig zijn. Nochtans is het best, de totstandkoming dezer raden aan het particulier initiatief over te laten

Ook de afgevaardigde van Haarlem acht het m he-leven roepen van arbeidsraden van staatswege gevaarlijk, maar door het particulier initiatief wenschelijk. „„matter dat

Aangezien niemand meer het woord verlangt zegt de vomzitter avi hij aan het Congres geen andere conclusie kan voorleggen dan de wensch des inleiders dat deze Maatschappij de zaak tei hart* zal nemen, wellicht in gelijken geest a s dat door de Je een.g.ng bevordering van fabrieks- en handwerksmjverheid is geschied

Hierna werd de vergadering voor volkshuishoudkunde groten en werd na de pauze diewor landbouw geopend, onder voorzitting van den heer van Limburg Stirum. „„„„„ Wplke

De heer Schober van Putten, besprak allereerst de vraag, welKt behandenng van den 'heidegrond bij'ontginning, tot aanleg van dennenbosch Sn ondervinding, als oordeelkundig is aan te nemen, in verband me riP nnbrennst in een bepaald getal jaren en tevens met den vermoedelijke! ïoestand Bde waarde en de geschiktheid van. den grond tot wederaan.eg n,H,t hot pprste hnsch. daar aeproeid, zal zijn gerooid. .

Uit een aantal numerieke gegevens, - weiKe spreitei ie, der redactie van het Tijdschrift stelde - toonde:Mr. SoHOBER de voor deelen aan eener beplanting met inlandsche en Amerikaansehedenn™ soorten. Verder deelde hij vergelijkende uitkomsten medie den groei en de houtwaarde van verschillende soorten conifeer. met vermelding van hetgeen daarop betrekking kan hebben bijvjrond, grondbewerking, ligging, behandeling, ouderdom enz. en tevens^ komsten, in vergelijking met den Pinus sylvestris over de neeidere of mindere geschiktheid tot het aanplanten van of.he^ beplwten mrt Pinus, Abies, Picea, Larise en TTittj/a-soorten. De heer van Leden deed èene mededeeling betreffende duinbeplanting, die eveneens in net voordeel sprak van de methode des heeren Schober.

Daarna las de heer F. W. Van Eeden eene schnftehjke meded^lmg vom van 'den heer C. Westenberg (Amsterdam) betreffende den bOSChDOUW in de koloniën en den invoer van koloniale houtsoorten. nnt^orten Met het oog op de groote geschiktheid der koloniale houtsoort en voor timmer- en meubelwerk, huis- en scheepsbouw, rijtuigmakenj en vooral voor waterstaat en openbare werken, stelde hij de vraag, weme middelen kunnen worden aanbevolen aan de Regeering, om.zoow den boschbouw en de houtontginmng in de kolomen als den geregeiaeu aanvoer in Nederland te bevorderen.

Reeds lang is het, maar niet bij het groote publiek te-end dat ons Indische djatti- (teak) hout een der duurzaamste houtsoorten is ra zich uitstekend eigent tot het gebruik bij huis-, bruggen- en sch^, bouw, bij beeldhouw- en meubelwerk. Daarnaast levert Ind.eeen aantal andere zeer geschikte houtsoorten op, die van nog minder hekenane zijn. Eene andere opmerking geldt de vrees voor langzame™™rg° leidelijke uitputting van den houtstand in Nederla^ndsch-Indie doordien de bosschen onbeschermd zijn tegen de onkunde van den' en den roofbouw der Chineezen. Vooral het Djatti-houl moet, be schermd worden en daarnevens de ontginning van aangewakkerd worden. Wat ten deze reeds geschiedt, is met voldoe^ Voordat het te laat is, moeten er ten spoedlgste maatregelen genomen worden, om uitputting te voorkomen. i^oort de «tel-

Het boschpersoneel moet uitgebreid worder'-.Daarbij behoort de.tel regel door het Rijk te worden gevolgd, dat bij Rijks jatowerl enen andere werken het hout uit onze eigen koloniën gebe^gdj0'^^^0^™ van djatti-hout zijn een weinig hooger-dan van goed.eikenhout dat het in duurzaamheid verre overtreft. De mee™S *»* h2*f"J™?% teakhout beter zijn zou dan ons djatti (teak) « onjmst• Om Jatti 's zelfs beter, en daarom moet er gezorgd worden dat Engeland van deze houtsoort niet langer de hoofdmarkt bhjtt hnntmnnsters-ter De heer Westenberg - die eene fraaie e01160116.^"*^0"8^*^ bezichtiging had medegebracht - deed hierna aanwijzing van de beste me hode om d b™omra zóó te vellen dat bet hout goed droog wordt _ n 1 door een tijd vooraf ze van het onderste gedeelte van den bast te ontdoen. Op die wijze loopen de sappen er uit. Als de Chineezen

! die manier volgden, zou er hier niet zooveel hout van minder goede hoedanigheid aangevoerd worden. ... .

De heer Westeroden van Meeteren, mededeelende dat hij m vereeniging met anderen indertijd ook getracht heeft de prachtige WestIndische houtsoorten op de markt hier te doen ingang vinden, schreet de mislukking dier poging toe aan het moeilijk te voorkomen geknoei van negers en Chineezen, die o. a. met groote vaardigheid holle stammen weten te vullen. En nu vroeg hij, hoe er waarborgen tegen dergelijke ongerechtigheden en aanvoeren van gelijkmatige quahteit te verkrijgen zouden zijn.

De heer Westenberg antwoordde daarop, dat alleen bescherming en scherp toezicht van Regeeringswege ook zou doen bereiken wat de vorige spreker wenschte; houtkapping naar de vereischten reeds zou

daartoe leiden. , , n„„„„„

De heer van Meeteren wees daarna er nog op, dat Engelsch Guyana o-oed hout aanvoert, en Hollandsch Guyana niet. De Engelsche bezitting fn West-Indië heeft een goeden naam weten te verkrijgen, en zou dat onderscheid niet ook in Engelsch en Nederlandsch Oost-Indië aan dezelfde oorzaken zijn toe te schrijven?

De heer Westenberg gaf nog de verzekering, dat bij bescneimmg van onzen Indischen houtstand, deze na een aantal jaren beter zal zijn dan de Engelsche. ,, x ... . „

De heer van Deinze bracht in herinnering, dat terwijl in Europa teakhouten dwarsliggers gebezigd worden, er in onze koloniën voor den spoorwegaanleg ijzeren liggers van hier worden aangevoerd waarna de heer Molenaar (Arnhem) eene motie voorstelde om het hoofdbestuur door het congres te doen uitnoodigen, zich bij adres tot Hp hono-e Regeering te wenden, met het verzoek meer en meer

■ haar hiizondere zorg te wijden aan de boschcultuur in de koloniën e7 aaïln uitvoe,g van handelswaardige producten in het algemeen

, en naar het vaderland in het bijzonder. Deze vorm werd aan de motie : gegeven dp voorstel van den heer J. Heemskerk Az, die de wensche1 Uikheïd wilde zien uitgesproken van bevordering van dien uitvoer

■ óók naar andere landen - en als voorbeeld wees hijop Zu.d-Afrika waar groote schaarsche aan hout heerscht, en wellicht uitmuntende

i débouché's voor onzen Indischen houthandel zouden zijn te scheppen, i De motie werd bij acclamatie goedgekeurd, waarna de vergaderinguiteenging.

Den volenden dag werd, nadat de Secretaris verslag had uitgeoiacm. van de afdeelingen Volkshuishoudkunde en Landbouw en de motie ten aanzien der wenschelijkheid om de boschcultuur in de Kolomen te beschermen en te bevorderen was aangenomen, het congres gesloten en de algemeene vergadering heropend. .

Wn ouden te uitvoerig worden met al de onderwerpen die daarm behandeld werden hier te bespreken en zullen ons daarom alleen tot

de We-emhet Srtèment Purmerend was voorgesteld om jaarlijks een som beschikbaar te stellen, ten einde in de gemeenten waar departementen * ve igd zijn, degeli ke werklieden in de gelegenheid te stellen om onder kleide van met handwerksnijverheid vertrouwde personen, de musea de"r maatschappij te bezoeken en de voorwerpen die z.j naar aanleiding van dergelijk bezoek zullen maken, na jaarhjksche tentoonstelling ter gelegenheid van de algemeene vergadering aan te koopen voor den prijs door directeuren te bepalen, indien die voorwerpen, naar hun oordeel, blijk geven dat de betrokken Werkman de musea met vrucht bezocht heeft. . . *«„„„„„,

Op verzoek van Directeuren bracht de commissie voor het Museum van Kunstnijverheid hierover advies uit en werd besloten :

"" om in gemeenten waar departementen gevestigd zijn, degelijke werklieden in de gelegenheid te stellen de musea te bezoeken tot oefeS 5ontwikkling van ambachtslieden, die in de bouwvakken en in de vakken van kunstnijverheid werkzaam zijn en daardoor de veredeling Van het ambacht op deze en alle andere, gepaste wijzen in de

h32°d to^hrt "houden eener tentoonstelling van platen en voorwerpen uit bet Museum van Kunstnijverheid te Haarlem, ten einde de beoefenaaïwlTachten in de geheid testellen met goede voorbeelden in hun vak kennis te maken, en hen voor de uitoefening van hun vak te ^helpen b^w ^""'en op ae begrooting in uitgaaf van een som van f 200 om de departementen, die de kosten niet kunnen dragen, daarin te semoet te komen in 1893.

Voorts kwam in behandeling een voorstel van directeuren om een nriiwraaa uit te schrijven vooreen nieuw diploma voor de bekroninaen der Maatschappij, ten aanzien waarvan de commissie voor het Museum van Kunstnijverheid had ingediend een gunstig preadvies,

"fo^jStg'moïgScmkt zijn voor reproductie Debeantwoorders'moeten opgeien wellfe soort va'n reproductie, lichtdruk,steendruk, enz zii voor hunne ontwerpen wenschelijk achten.

2° De grootte van het blad moet zijn tot den buitenrand: lengte 53 cM breedte 44 c.M. De smalste zijden moeten den boven- en benedenrand vormen, de breedste zijden de zijranden. Bovenaan de woorden «Maatschappij ter bevordering van Nijverheid», en daaronder genoeg ruimte om den verderen tekst te bevatten.

De vertegenwoordiger van • Leiden stelde hierop voor ook nog een tweeden nriis uit te loven, waarmede directeuren zich vereemgden, zoodat er alsdan eene gouden en eene zilveren medaille zouden worden nitü-eloofd Het aldus gewijzigd voorstel werd goedgekeurd

Vanwege de commissie tot veredeling van het ambacht, was nog