is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 31, 30-07-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

329

is door de Tweede Kamer der Staten-Generaal zonder stemming goedgekeurd Wanneer de Eerste Kamer zich nu ook met het ontwerp fereenigt, dan zullen de werkzaamheden die thans door het!3Utata«* Instituut verricht worden met eene Rijkssubsidie van f 20OU sjaars voor het vervolg grootendeels overgebracht worden naar de nieuwe Rijkscommissie, aan wie een bezoldigd «-tó"^^^ Minister raamt de gezamenlijke uitgaven ten behoeve der commissie, welker leden hun arbeid kosteloos zullen verrichten, op f 15,UUU sjaars.

Door den heer T. Atjkes te Rotterdam is concessie aangevraagd voor den aanleg en de exploitatie van een buurtspoorweg| var^ R°os~ over Wouw, Steenbergen, Sint Philipsland, Bruinisse, Oosterland, Nieuwerkerke en Kapelle naar Zierikzee.

PROVINCIALE STATEN. Zomerzittingen. Friesland.

Naar aanleiding van een in de zomervergadering van 1889' met algemeene stemmen aangenomen, door Mr H. Huber voorgestelde motie.

luidende: «De vergauermg, genoom uC«» »,».0.^ ,

uit te overwegen, of het niet wenschehjk is ten ^p^wJérstaat

reis- en verblijfkosten der opzichters bij. den Provinc.alen Waterstaa

een gewijzigde'regeling te treffen en, zoo ,a, daartoe de noodig, voor stellen te doen,, werd door Gedep. Staten thans voorgesteld en <toor de Staten goedgekeurd om in het reglement betreffende de mncMing van den Provincialen Waterstaat een bepaling op te nemer waarb. aan de opzichters aanspraak op vergoeding wordt toegekend we=ens reiskosten indien zij, binnen hun district werkzaam zijnde, in_het betg van den dien'st gebruik maken van openbare v^mƒ eten voor zoodanige reizen, als vermeld zijn op een voor ieder district aooi Gedep. Staten vast te stellen lijst. . ovêrwe-

Door den hoofdingenieur van den provincialen waterstaat was m ovenrc ging gegeven om de vergoeding te regelen op denzelfden vort ate voor m

en den ingenieur, natuurlijk met macntnen}«w ™" ~~ * f een lagere klasse, in citsu de vierde, van het Kon. besluit van TsM.™. 4) en'met bepaling dal-buitengewone ^rm^eten met

het uitzondering moet

SC en zich mort beperken tot brt geval van nachtverblijf bu.tensh I dewhl dan uitgaven voor verblijfkosten volstrekt noodzakelijk zi n.

in den regel zal echter, volgens Gedep. Staten, de opzichter_de inrichting^ zijnef huishouding'wel°zoo weten te regelen, dat draven, uitgezonderd het geval van nachtverbli f, tot een minimum mknmpen waarvan de vergoeding moet worden geacht in hunne jaarwedde te

"•'Bovendien" gaven Gedep. Staten te kennen, dat het niet raadzaam is de vrXeicl van beweging, die men ten aanzien der vergoedingjan verbfijfkosten om bijzondere consideratie* gaarne laat> aMi denhoofd_ ingenieur en den ingenieur, ook over te dragen op subalterne

^k^elooft gemeld college niet, dat een soortgelijke regeling in het

der werken tot verbetering van het groot scheepsvaarwater van Lee» warden naar Harlingen werd door Gedep Staten het vcgemd vooi^l gedaan, dat door de Staten is goedgekeurd: 1°. te bepalen dat de u Uoerm dier werken, zoover daartoe niet alreeds is over gegaan (1 zal worden

uiLtoerdTe veroeteringeTvan Lorden tot en met Franekg lmen4 geraamd op ! 201,200, en in ^/e verbetenn^n het overige gedeelte van dat vaarwater met de afsnijding ten westenvan ae Koetille geraamd op f 181,500, onverminderd de aan Gedep. Staten Seg^kSe levoegdheiS om bovendien zoodanige afsmjdingen en verbeteringen te doen uitvoeren, als door den hoofdmgemeu. M deoor spronkelijk door hem ingediende plannen werden voorgesteld voor zoover die ook 'door hen in het belang der provincie —hehjworden geoordeeld- 2°. te besluiten, dat de kosten der m 189o uite voeren Sén voorloopig zulten worden gevonden uit de opbrengsten eener tijdelijke geldte£fng gelijk die «^SK ontwerp-provinciale begroeting voor 1893 tot een bedrag ™ dj ' ; 3°. Gedep Staten uit te noodigen, ter bekwamer M de noouig stellen te doen tot het aangaan eener geldleeningmt wie. opwengn de uitgaven voor buitengewone werken tot verbetering der vaarwaters in deze provincie, waartoe in de winterzitting van 1891 wera oesioten, kan worden bestreden. c,o).n vnr. Friesland

Bij net in de jongste winterzHting der Pro-^

vastgesteld algemeen reg.eme.u »»" X o-rnndsla-voor de onderhoudswelke het kadastraal inkomen strekt als gronQSlaf ftp(lp„ Statpn plichtigheid en het stemrecht, was (niet op voorstel van Gedep. Staten,

^TlWMt^ïjn de onlangs aanbestede werken: namelijk de afsnijding van het vaarwater bij Koetille enz.; en de uitbaggering der vaart bij Franeker.

maar op dat der commissie van rapporteurs en na uitvoerige gedachtenwisselin°-) bepaald, dat de binnen het waterschap wonende mannelijke stemgerechtigden zich niet mogen doen vertegenwoordigen. Daartegen was bij den Minister van Waterstaat, H. en N. bezwaar gerezen. Naar zijn oordeel werd hierdoor, enkel ten gevolge van verschil van woonplaats een geheel ongelijke rechtstoestand geboren tusschen ingelanden, waar stemrecht op denzelfden grondslag rust, daar toch het betrekkelijk artikel de uitoefening van het stemrecht voor inwonende ingelanden onmogelijk maakt, als zij om de eene of andere reden worden verhinderd persoonlijk ter stembus te komen, terwijl zij, die buiten het waterschap wonen, zich steeds kunnen doen vertegenwoordigen en alzoo aan de stemming kunnen deelnemen.

Gedep. Staten stelden daarom thans voor, het genoemd artikel in den verlangden zin te wijzigen, en eenvoudig te bepalen, dat de stemgerechtigden (dus allen) zich bij de verkiezingen bij lastgeving kunnen doen vertegenwoordigen; welk voorstel, na langdurige beraadslagingen, werd aangenomen. _

Voorts werd besloten tot de oprichting van een waterschap „De oude Wartena'ster trekvaart", in de gemeente Tietjerksteradeel, ter grootte

i i „ ™«t lnp+ Hr.pl rlp ornprlp hom a Hn o- npr in hp.t

an ruim /. nectaren, •"•» o-™- ™——& — ,

- , , „j^^o Ia(»a hnnilandpn t.iiHsns Aan o-rnso-rnei

van ruim /. nectaren, -~ o-™- ™—""t> — ,

waterschap opgenomen wordende lage hooilanden tijdens den grasgroei te bevorderen en een goed onderhoud der daartoe vereischte werken te verzekeren'; alsmede tot de oprichting van het waterschap „het Suawoudsterveld" in dezelfde gemeente, ter grootte van 360 H.A., 81 A 50 c A

Gedeo' Staten werden ook nog gemachtigd tot het doen vernieuwen van den hoofdpaalregel bij het Roode Klif, aan te vangen in 1893: om af te loopen in 1899, welk werk m het geheel geraamd is op f23,124, en waartoe voor 1893 uitgetrokken is f 4100. _

Aan verschillende zeewerende waterschappen werden mgevolge het Provinciaal reglement subsidiën tot een maximum bedrag van f 11,944.^0 toegekend en aan de school voor wis- en zeevaartkunde te Harlingen een subsidie van f 900 voor het aanstaande jaar verleend.

Utrecht.

In de zomerzitting van 1889 was eene commissie benoemd bestaande uit de heeren B. J. L. de Geer van Jutphaas, voorzitter; Doude van Troostwijk A. M. C. H. Kock, L. van den Berch van Heemstede en den oud-Mi'nister Bastert als rapporteur, om verslag uit te brengen omtrent de klachten over hooge waterstanden op de Vecht

In het rapport, dat in deze zomerzitting ter behandeling kwam, stelt de commissie op den voorgrond, dat van de invoering der provinciale wet in 1850 af geen onderwerp zoo herhaaldelijk aanleiding heeft gegeven tot klachten als juist, de waterstanden van de Vecht, en vooral in de laatste jaren bij noordenwind en zwaren regenval.

Het rapport gewaagt van 3 oorzaken dier standen: 1° de.verruiming en verbetering van de toevoerkanalen, die het water op hetbovenpand boven de Weerdsluis sneller doen toevloeien en waar het door een onbeperkt gebruik van schuiven en waaierdeuren op de Vecht wordt afgetapt- 2° de oprichting in de meeste waterschappen, die de Vecht alt boezem gebruiken, van stoomgemalen, die het water sneller en hooger opvoeren dan de vroegere molens; 3°. stijgt vermoedelijk de vloed bij Muiden bij noordenwind, waardoor de uitloozmg belemmerd wordt Verbetering in dezen is mogelijk niet alleen, doch noodzakelijk tevens Door de Staten was destijds besloten om bij behandeling der zaak in overleg te treden met de Staten van Noord-Holland. Op eene herhaalde uitnoodiging is door die Staten een weigerend antwoord gegeven, niettegenstaande uit een als bijlage toegevoegde nota van den te Muiden gestationneerden opzichter wordt beweerd, dat de geheele Vechtstreek onder Noord-Holland ressorteerende bij hoogen Vechtstand van boezemwater zal te lijden hebben.

Door de commissie wordt vervolgens als middel aanbevolen den xjuui uc um„m,ir„,.s van dien toevoer in de lasten

toevoer te Deperiieu ui uc — -- , ,

tot verbetering en ontlasting van den algemeenen boezem aan te slaan.

Overio-ens schijnt het der commissie niet vreemd toe de financieele hulp der hooge Regeering in te roepen, ten einde verbetering te ertenlangen te meer daar ook elders milhoenen worden ten koste gelegd voor dè verbetering van waterstaatkundige toestanden.

Eindelijk komt de commissie tot deze slotsom, welke h. ï. moet vaststaan bij allen, die in dezen tot oordeeten bevoegd zijn:

1° de toestand van den boezem is «voorbeeldeloos slecht»;

2°' verbetering daarvan is te wachten door de volgende middelen : a. beperking van toevoer; &. vergrooting der boezemoppervlakte; c.

af 3°al aan1 ^verordening van 1864 moet de waarde worden toegekend van'te zijn uitgangspunt eener gemeenschappelijke regeling binnen ae grenzen der bevoegdheid van de Provinciale Staten van Utiecnt, 8 4° deze verordening kon geen effect sorteeren, en de aanwending van 'de sub 2°. genoemde middelen is niet mogelijk zonder de medewerking van het Rijk en de provincie Noord-Hol and _- o JeM laatste weigerachtig bleef, door toepassing van art. 23 der wet van 1855. Daar nu art. 93 der Provinciale wet luidt:

«De Staten kunnen de belangen van hunne provincie en van hare

ingezetenen bij Ons (het noniniuijn gezogj Cu u.j uc cu-ua voorstaan,, en inderdaad een gedeelte van de provinciale bevolking liidt ondèr de tegenwoordige toestonden, is het h. ï. noodzakelijk de hulp der hooge Regeering met aandrang in te roepen.

On grond daarvan dus wordt door de commissie voorgesteld: 1° dat zij zal besluiten een eerbiedig verzoekschrift te richten tot H. M. de Koningin, daarin mededeeling doende van den toestand,