is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 38, 17-09-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

400

meer een begin worden gemaakt, zoodat hij in het daarop volgende of 9e jaar na het begin der werken voltooid kan zijn.

In het 10e jaar kan begonnen worden met den dijk voor het zuidoostelijk gedeelte, welke dijk in vier jaar, dus in het 13e jaar, kan worden voltooid.

Ten einde eene ongeveer gelijke verdeeling te verkrijgen der werkzaamheden voor het verkavelen en in cultuur brengen der drooggemaakte gronden, worde in het 19e jaar met den dijk voor de indijking van het zuidwestelijk gedeelte begonnen, welke dan in het 22e jaar voltooid kan zijn. In het 24e jaar na den aanvang der werken wordt begonnen met den dijk der laatste indijking, welke in het 27e jaar zal tot stand gekomen zijn. Daarna zijn er nog 5 jaar noodig om die bedijking te verkavelen, zoodat een tijdsverloop van 32 jaar voor het geheeie werk zal benoodigd zijn.

Onmiddellijk nadat voor eene indijking de dijk gereed is, kan met de bemaling worden begonnen en zoodra een gedeelte land langs de oevers droog valt, kan met de verkaveling een aanvang worden gemaakt. De droogmaking en verkaveling zullen dus voor elke indijking bij gedeelten worden uitgevoerd, zoodat elk jaar slechts een bepaalde hoeveelheid grond wordt in cultuur gebracht.

De tijdsbepaling is zoodanig genomen, dat jaarlijks gemiddeld 10,000 H.A. aan de markt kunnen gebracht worden.

Volgens de verschillende begrootingen worden de gezamenlijke kosten als volgt geraamd:

1°. Afsluiting met sluizen en bijkomende werken f 42,000,000.

2°. Indijking en droogmaking van het Wieringermeer . • - 14,000,000.

3°. Indijking en droogmaking van het zuidoostelijk gedeelte der Zuiderzee (Muiden—Ketel) . . - 57,500,000.

4°. Indijking en droogmaking van het zuidwestelijk gedeelte der Zuiderzee (Enkhuizen—Uitdam) - 43,100,000.

5°. Indijking en droogmaking van het noordoostelijk gedeelte der Zuiderzee (Lemmer— Overijselsche kust) - 33,400,000.

Te zamen f 190,000,000.

De droog te maken oppervlakte bedraagt in het geheel 232,000 H.A.. waarvan na aftrek van wegen, kanalen, slooten enz., aan verkoopbaar land overblijft ongeveer 216,000 H.A.

De kosten der werken zonder het renteverlies zijn dus per H.A. verkoopbaar land geraamd op f 880, wanneer de kosten der afsluiting ten laste der droogmaking worden gebracht, en f 685 wanneer de kosten der afsluiting niet ten laste der droogmaking worden gebracht.

Bij de bepaling van het renteverlies is gerekend dat slechts de enkele rente zal moeten betaald worden, terwijl deze op 3lA percent is aangenomen, Voorts is aangenomen dat de drooggemaakte gronden één jaar na de verkaveling in gebruik zullen worden genomen en dat voor elke leening de rente over het eerste jaar voor de helft in rekening wordt gebracht. Op deze wijze komt men tot het besluit, dat, wanneer de kosten der afsluiting geheel ten laste van de droogmaking worden gebracht, de kosten van afsluiting, indijking en droogmaking per H.A. verkoopbaar land met inbegrip van het renteverlies zullen zijn f1032.

Daarentegen vindt men, wanneer de kosten der afsluiting niet ten laste der droogmaking worden gebracht, volgens gelijksoortige berekening, dat de kosten van indijking en droogmaking na de afsluiting per H.A. verkoopbaar land met inbegrip van het renteverlies zullen zijn f746.—

Aangezien nu volgens hetgeen in Hoofdstuk VIII behandeld is, de laatste onderstelling te gunstig, de eerste daarentegen te ongunstig is, zoo zal een gedeelte van de kosten van de afsluiting, als zijnde op zich zelf een zeer nuttig werk, buiten bezwaar van de droogmaking dienen gesteld te worden.

De kosten van afsluiting en droogmaking met inbegrip der renten, zijn berekend in de onderstelling dat jaarlijks ongeveer 10,000 H.A. in cultuur worden gebracht.

Nu is op dezelfde wijze berekend hoe groot de kosten per H.A. zullen zijn, indien jaarlijks slechts 5000 in plaats van 10,000 H.A. in cultuur kunnen worden gebracht en het resultaat van deze berekening is geweest, dat deze zullen bedragen met inbegrip van het renteverlies f 1053.— per H.A. zoo de kosten van afsluiting geheel ten laste van de indijkingen droogmaking worden gebracht en f752.— wanneer deze kosten niet ten laste van de indijking en de droogmaking worden berekend.

Resumeerende valt dus uit voorgaande beschouwingen af te leiden:

1°. dat binnen de ontworpen afsluiting over Wieringen achtereenvolgens vier gedeelten kunnen ingedijkt worden, namelijk: het Wieringermeer; » zuidoostelijk gedeelte; » zuidwestelijk s » noordoostelijk j> 2°. dat elk dezer indijkingen partieel moet worden drooggemaakt, zoodat nimmer eene belangrijk grootere oppervlakte land wordt drooggemaakt dan in enkele jaren in cultuur kan worden gebracht.

3°. dat deze indijkingen zullen bestaan uit: 164,100 H.A. klei. 24,700 » zavel. 19,000 » lichte zavel. 21,900 » zand. 2.300 » veen. Te zamen 232,000 H.A. 4°. dat van de totale oppervlakte der vier indijkingen, na aftrek van de kanalen, tochten, slooten, wegen, enz. als verkoopbaar land overblijft, ongeveer 216,000 H.A., waarvan in ronde cijfers zullen zijn:

71 pet. kleigrond,

19 » lichte klei-, zavel- en lichte zavelgrond, 10 » zand- en veengrond. 5°. a. dat de kleigronden, als bouwlanden, van groote waarde zullen zijn, van gelijke qualiteit als de kleigronden der IJpolders of als de beste bouwlanden uit ons land.

b. dat de lichtere klei-, zavel- en lichte zavelgronden grootendeels ook nog uitmuntende bouwlanden zullen zijn, meerendeels van gelijke qualiteit als de zavelachtige gronden uit de Groninger noordelijke zeepolders.

c. dat de zand- en veengronden slechts geringe waarde zullen hebben.

6°. dat, evenals zulks bij de IJpolders het geval is geweest, ook de gronden der Zuiderzee zeer spoedig na de droogmaking voor de cultuur geschikt zullen zijn, wanneer voor eene uitmuntende afwatering wordt zorg gedragen ;

7°. dat, wanneer de kosten der afsluiting Noord-Holland— Wieringen—Friesland geheel worden gebracht ten laste der indijking en droogmaking, de kosten per H.A. verkoopbaar land zijn berekend:

a, zonder het renteverlies op f 880 en

b. met inbegrip van het renteverlies op f 1032 indien gemiddeld 10,000 H.A. per jaar in cultuur worden gebracht,

en op f 1053 indien gemiddeld 5000 H.A. per jaar in cultuur worden gebracht;

8'. dat wanneer de kosten der afsluiting Noord-Holland— Wieringen—Friesland niet worden gebracht ten laste der indijking en droogmaking, de kosten per H.A. verkoopbaar land zijn berekend :

a. zonder het renteverlies op f 685 ;

b. met inbegrip van het renteverlies op f 746 indien gemiddeld 10,000 H.A. per jaar in cultuur worden gebracht,

en op f 752 indien gemiddeld 5000 H.A. per jaar in cultuur worden gebracht.

9°. dat met het oog op de belangen, welke aan de afsluiting op zich zelve voor de waterkeering, waterloozing en waterverversching der provinciën langs de Zuiderzee en voor eene spoorwegverbinding tusschen Noord-Holland en Friesland zijn verbonden, het rationeel is de kosten der afsluiting slechts gedeeltelijk ten laste van de indijking en droogmaking te brengen.

Hoofdstuk xi

Ten slotte is in de laatste nota van het technisch onderzoek der Zuiderzee-Vereeniging eene vergelijking gemaakt tusschen de verschillende ontwerpen tot afsluiting en droogmaking der Zuiderzee. In de nummers 13 en 14 van dit weekblad van dit jaar komt een uitvoerig resumé van deze achtste nota voor, zoodat hiernaar kan verwezen worden, alleen zij hier nogmaals de uitkomst in herinnering gebracht:

Het resultaat van het ingestelde technisch onderzoek betreffende het Zuiderzee-vraagstuk kan in de volgende stellingen worden samengevat:

1°. Van het gebied der geheeie Zuiderzee, de Wadden en de Lauwerzee komen voor indijking en droogmaking in aanmerking:

a. het zuidelijk gedeelte der Zuiderzee;

b. het gedeelte ten zoorden van Urk;