is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 51, 17-12-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

543

De kaden aan den linkeroever zijn:

Maaskade O.z. 570 M. lang, met eene diepte van 3 M.

Maaskade W.z. 560 M. lang, met eene diepte van 4 M. voor aanlegplaats van binnenlandsche stoombooten.

Prins Hendrikkade O.z. 500 M. lang, 5.60 M. diep.

Prins Hendrikkade W.z. 380 M. lang, 5.50 M. diep, aanlegplaats voor zeeschepen in de groote vaart.

Nassaukade 580 M. lang, 6.50 M. diep.

Stieltjeskade 350 M. lang, 7.00 M. diep.

Wilhelminakade 740 M- lang, 7.00 M. diep.

Katendrechtsche kade 670 M. lang, 7.00 M. diep, voor zeeschepen met hout. , ,

St. Janskade 850 M. lang, 7.00 M. diep, voor de petroleum-etabhsse-

menten.

De havens aan den linkeroever:

Fabriekshaven 600 M. lang en 80 tot 50 M. breed.

Binnenhaven 1000 M. lang, 80 M. breed, op eene diepte van 7 tot 7.50 M. -4- L.W. ,.

Entrepöthaven 200 M. lang, 60 M. breed, / M. -- L.W. diep.

Spoorweghaven 1100 M. lang, 115 M. breed, 6.50 tot 7 M. ~ L.W.

Rijnhaven nog niet geheel gereed, doch bij eene diepte van 7 M, eene oppervlakte van 29 hectaren."

Katendrechtsche haven 70 M. lang, 145 M. breed, 7 M. — L.W. diep.

Dokhaven 320 M. lang, 135 M. breed, 6 tot 10 M. -4- L.W. diep.

St Janshaven 125 M. lang, 60 M. breed, 3 M. 4- L.W. diep.

Petroleumhaven 165 M. lang, 60 M. breed, 3 tot 7 M. -f-L.W. diep.

Bij elkaar geteld, alzoo:

Oppervlakte der Lengte der havens. kaden.

Rechteroever 53.15 H.A. 12.080 K.M.

Linkeroever _ >' 8-805 »

Te zamen ■. . . 107.29 H.A. 20.885 K.M.

Hierbij is de Koningshaven niet onder de oppervlakten der havens opgenomen, terwijl daarenboven op de rivier aan de boeien nog ligplaats is voor 26 zeeschepen.

Des niettegenstaande gebeurt het des winters dat alle havens overvol zijn en weldra zal men plaats te kort komen.

24 Januari 1892 bevonden zich binnen Rotterdam, de kleine vaartuigen buiten rekening latende, 56 zeestoombooten, 31 zee-zeilschepen, 607 rijnschepen, 973 binnenvaartuigen en 140 binnenstoombooten.

Uit een staat van de inklaringen uit zee op Rotterdam en m het geheele Rijk blijkt, dat het percentsgewijze aandeel van Rotterdam in het geheel bedroeg, wat betreft het aantal schepen en de scheepsruimte

in 1850 28 °/0 schepen, 36 °/0 scheepsruimte, >, 1860 28 » » 41 » »

» 1870 36 » » 50 » »

» 1880 42 » » 49 » »

» 1890 48 t » 54 » »

Inklaringen te Antwerpen en te Rotterdam.

Schepen. "~Tonnen.~ Schepen. Tonnen. 1885 . 4198 3,393,527 3724 2,120,347

1887 . . 5022 3.801,952 4153 2,488,284 1889 4356 4:050,549 4547 2,809,203

1891 . . . 4461 4^93,238 4467 3,008,779 Verkeer der voornaamste Nederlandsche havens met Duitschland 1891 in tonnen:

Rotterdam 2,598,924

SSF: : l|f

SrgenSS

Arnhem |Mjjjj

Gorinchem oz,o»"

Het aandeel van Rotterdam in het goederenvervoer dezer havens et Duitschland, was in:

1885 1887 1889 1891 80 °L. 82 °/0. 84 %. 84 °/0.

De reederrjen neonen in net aigeioopen jaar mwuk g™»» Over het algemeen waren de vracliten lag.

De resultaten van de Ned.-Amerikaansche Stoomvaart-Maatschappij waren niet gunstig.

De Rotterdamsche Llovd deelde 6K 0/o uit, tegen 7 °|0 in 1890.

De Stoomvaart-Maatschappij Rotterdam is geliquideerd.

Op het etablissement van de Ned. Stoomboot-Maatschappij te Feijenoord werkten gemiddeld 1274 werklieden, tegen 1707 in 1890.

Op de fabriek «De Maas» waren gemiddeld 382 werklieden in dienst.

De toestand der branderijen bleef in 1891 even kwijnend als in de voorgaande jaren, die der distilleerderijen kan niet bloeiend genoemd worden; de flnancieele resultaten der bierbrouwerijen waren over het algemeen niet onbevredigend. Jon. Krap.

STATEN-GENER AAL.

Waterstaatsbegrooting voor 1893.

Voorloopig Verslag. (Vervolg van blz. 533.) Stoomgemaal en verbetering van het vaarwater buiten den afsluitdijk bij Schellingwoude. Artt. 83 en 84. sBlijkens de Memorie van Toelichting worden de uitgaven voor het stoomgemaal te Schellingwoude en de afsluiting

van het vaarwater buiten den afsluitdijk aldaar, oorspronkelijk geraamd op f 284,000 en f 500,000, thans gesteld op f 598,430 en f 802,750. Deze mededeelingen hadden op zeer vele leden een hoogst onaangenamen indruk gemaakt, omdat de redenen voor de overschrijding der oorspronkelijke ramingen aangevoerd, weinig afdoende voorkwamen.

Ten aanzien van het stoomgemaal werd reeds in 1890 opgemerkt, dat voor f 284,000 geen stoomgemaal van 300 paardekrachten was te verkrijgen (zie Handelingen 1890—1891, bladz. 497). Nu beroept men zich in de eerste plaats op de slapte van den bodem, maar met die omstandigheid was men reeds lang, ook door den bouw der Oranjesluizen, bekend. Dat de kosten der stoomwerktuigen tegenvielen, was verder' het gevolg der oppervlakkige raming: immers blijkens de Memorie van Toelichting werd geen uitgewerkt ontwerp opgemaakt. Verder spreekt die Memorie van kosten van woningen van het personeel, maar was het noodig hiervoor geld uit te geven, waar bij het oude stoomgemaal woningen beschikbaar zijn ? Eindelijk wordt

gewaagd van de kosten van buitengewoon toezicht wegens den omvang der werken en de vervaardiging der stoomwerktuigen in het buitenland. Maar op de kosten van dat toezicht had bij de raming gerekend moeten worden, terwijl het ten deze weinig verschil maakt of de werktuigen in het buitenland of hier te lande vervaardrgd worden. Uit de Memorie van Toelichting blijkt niet duidelijk of er komen zal een stoomgemaal van 300 waterpaardek rachten of wel van meer capaciteit. Daaromtrent ontving men gaarne nadere inlichting.

De overschrijding der geraamde kosten van de verbetering van het vaarwater buiten den afsluitdijk, schenen eveneens voornamelijk aan te lao-e raming geweten te moeten worden.

Men herinnerde dat de toenmalige Minister in 1888 (Handelingen

jdoo AQQCï V.lr.A„ 7/.!^ hflri verltlnnrH dat dit. werk eene zaak van

zeer eenvoüdigen aard was, maar dat destijds reeds van de zijde der Kamer op de onzekerheid der raming was gewezen. Inzonderheid wekte het bevreemding dat eene zoo veel grootere hoeveelheid zand noodio- is geweest dan waarop gerekend was.

Tegenover deze beschouwingen werd aangevoerd, dat ramingen voor werken als de onderhavige altijd kunnen tegenvallen, al worden ze ook zoo nauwkeurig mogelijk opgemaakt. Voor het stoomgemaal is in 1888, toen het vraagstuk ten aanzien van het vereischt vermogen onderzocht werd, wèl een avant-projet, maar geen in alle onderdeelen uitgewerkt ontwerp gemaakt; de berekening der kosten berustte toen op°de voor aanleg van soortgelijke werken geldende regelen en bij fabrikanten verkregen inlichtingen, en is bovendien getoetst aan de aanleo-kosten van reeds uitgevoerde stoomgemalen. Eerst toen tot den aanleo- van het stoomgemaal besloten was, is een m alle onderdeelen uitgewerkt ontwerp opgemaakt, ingericht naar de eischen die, afwijkende van die van het avant-projet, daarvoor toen gesteld zijn, en zyn ,.„j „„i v>oi,ar>rio fcKvilrünt«n nno-aven s-evraaerd omtrent de

kosten der uitvoering van dat ontwerp. Dat voor aanleg van den dam eene zooveel grootere hoeveelheid zand noodig is, was verder, naar men meende, het gevolg van de omstandigheid dat men gestuit was op eene aangeslibte geul, waarvan het bestaan geheel onbekend was.

Voorts werd nog betoogd dat het nut van een afgesloten baggerbero-plaats — waarvan bij de oorspronkelijke raming geen sprake was — twijfelachtig is, aangezien achter den strekdam geen scheepvaart is en het nederstorten van den bagger voor de uitwatering niet nadeehg kan wezen. Deze meening werd door andere leden niet gedeeld. De te maken bergplaats werd noodig geacht om op de minst kostbare wrjze de groote hoeveelheid specie te bergen, die tot het maken en op de diepte houden der vaargeul benoorden het open IJ gebaggerd moet worden Bovendien leverde deze werkwijze het groote voordeel op, dat men binnen zeker tijdsverloop in de nabijheid van Amsterdam eene zeer productieve landaanwinning verkrijgt."

Oranjesluizen.

»De klacht werd geuit, dat gedurende zes weken de binnenvloeddeuren van de zuiderschutsluis der Oranjesluizen ter reparatie zijn weggenomen, hetgeen voor de drukke scheepvaart veel vertraging veroorzaakte. Naar vernomen was zou het volgende jaar hetzelfde gebeuren met de deuren der noorderschutsluis.. Gevraagd werd of m de hieruit voor de scheepvaart voortvloeiende bezwaren niet door aanschaffing van een stel nooddeuren voorzien kon worden.

Daar voortdurend wordt geklaagd over de ondiepte van de vaargeul tusschen de Oranjesluizen en den vuurtoren van het Y, waardoor de grootere schepen bij harde zuidenwinden vaak vast raken, uitte men den wensch, dat met het baggerwerk spoedig zou worden begonnen. Visschershaven te IJmuiden.

Art. 85. »Door de vereeniging »IJmuidens belang" en vele andere belanghebbenden zijn tot den Minister adressen gericht, waarbij in het belang der visscherij op krachtiger voortzetting van den aanleg eener visschershaven te IJmuiden wordt aangedrongen. Men vestigde de aandacht des Ministers op de groote bezwaren, die de tegenwoordige toestand voor de visscherij oplevert. Het werk schijnt tot dusverre met weinig kracht te zijn aangevat. Naar beweerd werd, wacht men veelal met het verrichten van werkzaamheden aan ^ deze haven, totdat behoefte bestaat aan het daaruit te graven zand."

Kanaal door Zuid-Beveland.

Art 91 «Volgens de Memorie van Toelichting zijn sedert jaren klachten vernomen over het oponthoud, dat de scheepvaart bij het doorvaren der drie bruggen voor het gewoon verkeer over het Kanaal door Zuid-Beveland ondervindt. Het was sommigen leden met duidelijk hoe hierover geklaagd kon worden. Immers worden de bruggen altijd