is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De levensmiddelenvoorziening, enz.

van transporten naar het eskader (van hun vaartuigen is echter slechts éénmaal gebruik gemaakt en wel voor een transport vanuit Billiton).

B. Voorraden, aanvulling en op peil houden ervan, alsmede de verstrekking van levensmiddelen aan de zeegaande vloot.

Bij het afkondigen der mobilisatie was, ingevolge de toenmalig geldende intendance-voorschriften, in de magazijnen in Indië een voorraad z.g. pakhuisvictualie aanwezig, toereikend voor de behoefte gedurende 3 maanden.

Deze voorraad werd gedurende de mobilisatie nog aanmerkelijk opgevoerd.

De magazijnen waren gevestigd te Soerabaia (marine-etablissement) en te Batavia ('s-Lands pakhuis).

Voor wat de z.g ververschingen en andere leveranciersvictualie betreft, zij vermeld, dat de loopende contracten van kracht konden blijven. Ze waren gesloten voor levering te Soerabaja, Tg. Priok, Ambon, Makassar, Lombok, Padang, alsmede op eenige plaatsen in de buitenbezittingen.

Voor leveringen aan plotseling binnenvallende scheepsmachten als het eskader, was alleen het contract te Soerabaja volwaardig en kon dat te Batavia slechts als halfwaardig aangemerkt worden. Die in de overige plaatsen waren van geringe beteekenis, aangezien de leveranciers, alles wat in groote hoeveelheden noodig was, vanuit Soerabaia moesten laten komen.

Door den intendant der zeemacht te Soerabaia werd onmiddellijk na de mobilisatie een „walvoorraad leveranciersvictualie" op het marine-etabl. opgeslagen.

Door den esfcader-intendant werd onmiddellijk op een der ingehuurde paketbooten den z.g. „eskader-voorraad" aangelegd. Deze bestond uit pakhuisvictualie en ververschingen; uiteraard werden zooveel mogelijk versche artikelen medegevoerd als de houdbaarheid gedoogde. Met het bewaren, ontvangen van en afgeven uit den voorraad, was belast de eerste officier der paketboot, die ter zake aan den eskader-intendant verantwoordelijk was.

Begin Augustus hadden de pantserschepen en torpedobootjagers direct „vol gevictualieerd", welke voorraden in geval van nood resp. voor eenige maanden en eenige weken toereikend zouden kunnen zijn. Verder werd elk der pantserschepen aangewezen om als moederschip voor één of twee bepaald aangewezen jagers zoonoodig op te treden.

Voor het op peil houden der voorraden droegen zorg:

de alg. intendant te Batavia: voor die in de pakhuizen aan den wal;

de intendant te Soerabaia: voor den ververschingen-voorraad;

217