is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 3

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Neutraliteit

Britsch-Fransche practijk blijkbaar nogal geprikkeld. Een Amerikaansch protest van 27 December 1939 werd, blijkens persbericht uit Londen dd. 20 Jan. j.L, van de hand gewezen. Daarbij wordt in herinnering gebracht, dat de Ver. Staten in 1916 in beginsel het recht hebben erkend om de postzakken te onderzoeken, teneinde na te gaan of deze geen contrabande bevatten en verder wordt opgemerkt, dat het geschil eigenlijk loopt over het wegnemen van de post van Amerikaansche schepen, die geen Britsche havens aandoen, dus in volle zee. Als reden daarvoor werd ook ditmaal weder opgegeven het bestaan van een .georganiseerd belangrijk vervoer per post van contrabande tusschen pro-Duitsche elementen in de Ver. Staten en Duitschland, waartegen Groot-Brittannië tevoren reeds gewaarschuwd had.

Ten aanzien van het wegnemen van de luchtpost, zooals bijv. van het K.L.M.-vliegtuig „Nandoe" op zijn terugweg te Singapore is geschied, kon een protest niet op de Conventie van 1907 worden gegrond. De Ned. Regeering deed daaromtrent weten, dat h.i. de censuur door een land van een tusschenhaven in strijd is met de algemeen erkende vrijheid van doorvoer, welke voor landen met postverbinding noodig is en in het bijzonder voor de verbinding tusschen Nederland en Ned.-Indië. En dat die censuur nauwelijks in overeenstemming schijnt met de vriendschappelijke verhoudingen, welke inzake het overvliegen tusschen Nederlandsche en Britsche gebiedsdeelen bestaan.

Er is terzake van het onderzoek van de Indische luchtpost — al of niet naar aanleiding van dat protest — door de Britsche censuur of door de regeering faciliteit verleend ter voorkoming van groote vertraging. Zij moet bestaan in een sorteering van de post vóór de verzending door de Ned.-Indische posterijen. Dat moet men tenminste opmaken uit kritiek, die daarop is uitgeoefend in de Italiaansche pers, die de medewerking van den Indischen postdienst „onneutraal" achtte. Hoe die zaak precies in elkander zit is mij niet bekend; van Nederlandsche zijde zijn er, zoover ik weet, geen berichten over gepubliceerd.

Heeft het nut om over deze postkwestie een samenvattend oordeel te vormen? Als ik denk aan alles, wat er in dezen oorlog op het spel staat, zou ik geneigd zijn om te zeggen: laat die postkwestie maar voor wat zij is. Groot onrecht zie ik er niet in. De strekking van het verdrag van 1907 is een beperking van het prijsrecht. Beperking van een recht kan zonder instemming van den rechthebbende niet verder gaan, dan bepaaldelijk is overeengekomen. Vast staat dus de onschendbaarheid van alle aan de post toevertrouwde brieven aan boord van schepen in volle zee. Het in beslag nemen van zulke brieven, het censureeren van die correspondentie, is dus onrechtmatig. De verplichting is aangegaan om brieven zonder meer zoo spoedig mogelijk door te sturen. Zelfs indien het schip, dat ze vervoert, genomen is. Dit is voor een oorlog-

325