is toegevoegd aan uw favorieten.

Marineblad jrg 55, 1940, no 5

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooruitgang der machine- en keteltechniek op oorlogsschepen

bij minder diepgang. Nu kan dit laatste door den machinebouw niet altijd worden toegejuicht, soms kan zelfs de situatie zóó worden, dat het gemakkelijker is binnen het toegestane gewicht te blijven, dan binnen de toegestane ruimte, vooral met het oog op de beschikbare hoogte. Het pantserdek toch wordt in het algemeen gaarne aangehouden op een bepaalden afstand van de waterlijn, aan den anderen kant blijft het, naast het inbrengen van de installatie, toch een zeer belangrijk punt om de installatie zooveel mogelijk met boordmiddelen te kunnen blijven onderhouden en herstellingen en voorzieningen te verrichten zonder dat te veel moet worden losgenomen voor nazien van één bepaald onderdeel. Zóó nijpend kan zelfs het gebrek aan ruimte worden, dat belangrijke onderdeden, die de zuinigheid bevorderen, moeten worden weggelaten. Zoo heeft schrijver eens een buitenlandsche installatie gezien, waarbij zooveel belangrijke dingen waren weggelaten, dat er eigenlijk een wanverhouding was ontstaan.

Op ketelgebied valt ditmaal weinig nieuws mede te deelen, de meeste marines zijn erg gesloten geworden. Volgens enkele verspreid staande gegevens experimenteert de Duitsche marine op de „Schnellboote" met zeer lichte turbine-installaties; de ketels van het normale type zijn zeer licht geconstrueerd (er bestond reeds ervaring met lichte Wagner-Deschimag ketels) met een pijpdiameter van

V

10—15 mm. Deze booten zouden een —~= bezitten van ± 8, zoo-

l/L

dat vermoedelijk het installatiegewicht in de buurt van 9 kg/apk zal liggen. Het schijnt verder, dat meerdere marines den La Mont-ketel in beproeving hebben genomen, maar het hangt natuurlijk van subjectieve inzichten af of men prijs stelt op eerst beproeven qua principe en constructie zonder direct de volle voordeelen te beoogen, of dat men direct op het doel, n.1. meerdere economie, afstevent. Reeds vroeger werd medegedeeld, dat de Duitsche marine kennelijk de laatste tactiek volgt. Er zijn ook nog eenige groote marines bezig met de beproeving van den Benson-ketel. Omtrent dezen laatsten ketel is uiterst weinig medegedeeld, hetgeen wel een gevolg daarvan zal zijn, dat deze ketel werkt met fijne regelinstrumenten en een juiste constructie van den ketel o.a. met het oog op de plaatsing der verwarmde oppervlakken onderling, zeer belangrijk is, zoodat bij den een de ervaring anders kan uitvallen dan bij den ander. Wij handhaven overigens nog steeds onze meening, dat de La Mont-ketel beter geschikt is voor toepassing op oorlogsschepen; het behoud van het noodige buffervermogen bij manoeuvreeren, het niet geheel uitvallen van den ketel, indien de circulatiepomp mocht stoppen en de groote overeenkomst met het normale type, wegen wel op tegen het gemis van een stoomhouder en het mindere gewicht.

679