is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 18, 1861, no 24, 15-12-1861

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

221

L. De Idylle van Speer is niet onverdienstelijk, hie en daar echter wat stijf.

R. Vooral in de voorlaatste maat van pag. 5 waa het fortissimo dadelijk het spannende wegneemt dat doo de modulatie naar Es dar was verkregen. Het is tech nisch niet kwaad bewerkt. In de tweede maat had il liever het akkoord van C-dur behouden. Hoe vindt gi de poëtische gehalte?

L. O ja! Het is een lentegroet.

R. En dan het gedicht van Geibel dat er voorbedruk staat. - ö

Du feuchter Frühlingsabend Wie hab' ich dich so gein — Der Himmel Wolkenverhangen , Nur hie und da ein Stern.

Wie leiser Liebesodera Wandelt so lau die Luft, Es steigt aus allen Thalern Ein warmer Veilchenduft.

Ich mbchte ein Lied ersinnen Das diesem Abeud gleich, Und kann den Klang nicht finden , So dimkel , mild und weich.

L. Ik vind dat mijnheer Speer die twee laatste regels wel besclieidenlijk kan onderteckeiien.

R. De Tarantelle van Schefler onderscheidt zich door eene driestheid in modtilatiën , die niet de eer heeft mij te bevallen , die zelfs armoede en ongeschiktheid verraden. Het hoofdthema is niet kwaad, daar is gang in. De akkoorden-opvolging op pag. 3 van H-moll, F, Des, E, G en B-dur is toch wat bar.

L. Als de componist die drie laatste regels in het aangegeven presto tempo zonder capitulatie voor den dag brengt dan is hij een stout octavenspeler, daarvoor zou hij een eere-diploma verdienen.

R. Zie hier de maan-vertellingen van Schulz. L. Is dit eene navolging van het Bilderbnch ohne Bilder van Andersen. Ge kent dit toch? Het is een arme knaap, die pas van het land komt en in eene der smalste straten der stad woont en toch ontbreekt het hem niet aan licht, want zijne woning is een dakkamertje en heeft het mtzigt over alle daken. In de eerste dagen was het hem eng en eenzaam. In stede van het woud met zijne gebladerde zuilen en de liefelijke natuurzangers, in stede van groene heuvelen zag hij niet dan schoorsteenen aan den horizont. Niet een vriend bezat hij, niet een bekend gezigt begroette hein. Op een avond stond

hij zeer bedroefd aan zijn venster. Doch wat vreugde!

Daar ziet hij eene bekende verschijning , een rond vriendelijk gezigt, den besten vriend van zijn geboortegrond. Het was de maan, de lieve oude maan, onveranderlijk dezelfde. De knaap wierp luna kushandjes toe en deze die lijnregt in de kamer scheen beloofde den knaap, hem iederen avond te zullen vertellen , wat zij in de vori°e nacht had gezien. »Schilder wat ik u vertel, sprak de maan , en ge zult een aardig schetsboek bekomen." Of de maan op gelijke wijze den heer Schulz heeft toegefluisterd en zoodoende de rol van medium gespeeld (ge kent de leer van het spiritisme) weet ik niet, het zou voor velen het componeren gemakkelijk maken.

R. Zeker, maar ge weet ook dat het medium, aan zijn patroon wel eens eene poets speelt. Laat ons zien of de heer Schulz het regte gehad heeft. Wat een allerliefst vignet, de opschriften der zes nummers verzinnelijkende. Heimliche Liebe. Des Jagers Traum. Der Zigeuner. Die Waldmiihle. Der Schatzgraber. Elfen-

r spiele. — De componist heeft talent voor karakterschildering. De klavierschrijfwijze is goed, zonder nieuws r of eigendommelijks. N°. 2 is eene goede studie voor r den pols.

L. Zou dc maan die ook aanbevolen hebben? . R. Zoo de veelvuldige sequenzen, waarvan deze stuk: jes wemelen ook door luna zijn ingefluisterd, dan was zij een booze genius.

L. Het fortissimo aan het slot van N°. I heeft wei: mg met die heimliche Liebe te maken. Ook de variante der melodie in 6/s maat op pag. 6 is nog al stijf.

R. Wij hebben bier niet met een componist van den eerste rang te doen al is het een opus 65. Deze stukjes zijn lief en kunnen sommigen aangenaam onderhouden, meer niet. Degelijk zijn ze niet. N". 5 en 6 bevallen mij wat het muzikale aangaat het best. Der Schatzgraber ballade N°. 5 heeft echter niet veel karakteristieks. De Elfen bewegen zich in N°. 6 in de overigens allerliefste wals tamelijk materieel. Deze stukjes zijn ook afzonderlijk te verkrijgen.

L. Dat is zeer goed, want die zes maans-onbescheidenheden of toefluisteringen achter elkaar aan te hooien, dat is wat kras. Ik voor mij —

R. Het is genoeg! Ik dank je voor je hulp. Amsterdam, 20 Nov. 1861. ' Richabd Hol.

Nationaal concert ten behoeve van het op te rigten Fondels-gedenkteeken, op Woensdag 27 Nou. 1861, in hel Park te Amsterdam.

Er is reeds vroeger in dit blad op het verblijdend verschijnsel gewezen, dat zich in de hoofdstad in het muzikale leven openbaart. — De heer H. J. J. van B ree heeft door zijne concerten in dezen winter aan de Hollandsche toonkunstenaren gelegenheid gegeven ook hunne instrumentaalwerken door een voortreffelijk orchest te doen uitvoeren; de liedertafcl Amstels-marmenkoor, die sinds hare opngting, voor tien jaren, met volharding het nationaal element op het gebied des mannenzangs heeft beoefend , heeft met dit concert de schoone resultaten aangewezen die haar ijverig pogen heeft weten te verkiijgen. Lof zij haar daarvoor tocgebragt; waar zoo vele bezwaren, zoo vele vooroordeelen te overwinnen zijn geweest, weet een ieder, die dc zucht voor het vreemde bij ons heeft opgemerkt, weet eenieder, die de vooroordeelen omtrent onze moedertaal kent.

Het programma was schoon en bood veel voortreffelijks aan; drie instrumentaalwerken en vijf nieuwe compositiën voor mannenkoor met orchest, die voor deze gelegenheid in het leven zijn geroepen en meest allen meer dan gewone kunstwaarde bezitten; de plaatsing van de motet van Klein op het nationaal coucert komt met onze zienswijze niet overeen; wij hoorden wel dat dit geschiedde om het bewijs te geven dat men niet uitsluitend wilde zijn, doch dit moest men toch voor eene bekende zaak gehouden hebben ; nu rijst het denkbeeld bij sommigen op dat dit nummer uit gebrek aan een of ander nationaal stuk dienen moest.

Over al de nieuwe compositiën , die nog in inanus:ript zijn, kunnen wij na e'éne auditie natuurlijk geen afdoende critiek leveren , wij zullen dus maar kortelijk tiet programma kunnen bespreken.

N°. 1. Ouverture Gijsbrecht van Aemstel, van Vermist, uitmuntende door klaarheid van vorm en gedachte was eene gepaste inleiding, inzonderheid trof on.shet slot. In N°. 2, Bede, van R. Hol, voor mannenkoor\ so\i'