is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur jrg 14, 1899, no 1, 07-01-1899

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M l.

10

ontslag nam met de onbaatzuchtige bedoeling om de uitgaven der maatschappij, die toen geen tijdperk van financieelen bloei doorleefde, niet door zijn tractement te drukken.

In 1873 werd hij benoemd tot commissaris der maatschappij en tot aan zijn dood bleef hij door het telkenmale hernieuwd vertrouwen der aandeelhouders in het bestuur zitting houden ; na het overlijden van den heer van Eeqhen, tevens als voorzitter van het college van commissarissen.

De heer de Bordes was tevens directeur der Ned. ZuidoosterSpoorwegmaatschappij. Maar ondanks de drukke bezigheden, die deze functiën hem oplegden, vond hij steeds tijd en gelegenheid nog tot kort vóór zijn dood nog op andere wijze werkzaam te zijn. Zijne belangstelling in de openbare zaken hield daarmede gelijken tred en ten bewijze daarvan zij slechts herinnerd, dat hij tevens gedurende vele jaren aan het hoofd stond van den Raad van Bestuur van het Kon. Instituut van Ingenieurs, in welke functie hij indertijd de feestelijke receptie van Ferdinand de Lesseps leidde. Menige instelling of vereeniging in de stad j zijner inwoning, die de ontwikkeling der welvaart, vooral op technisch industrieel gebied, in haar banier schrijft, bezat in de Bordes een ijverig medewerker en eene krachtige drijfkracht, j

Simon Stevin.

Donderdag j.1. wapperden de vlaggen van België en Nederland uit het instituut van den heer J. W. Michaël, te 's-Gravenhage Raamstraat 47, ter gelegenheid van de voorgenomen onthulling van den gedenksteen voor Simon Stevin, welke gedenksteen is geplaatst in den gevel van de woning waarin de beroemde wiskunstenaar van 1612 tot 1620 heeft geleefd en gewerkt.

Het bestuur en vele leden van de vereeniging «Die Haghe», die het initiatief tot deze gedachtenisviering had genomen, waren tegen halfdrie vereenigd in de met groen getooide vertrekken op de bovenverdieping der woning. Bovendien waren daar aanwezig de wethouder Dr. Mouton, vertegenwoordiger van het gemeentebestuur, de heeren J. F. W. Conrad, voorzitter van het Koninklijk Instituut van Ingenieurs, G. Van Diesen, oud-hoofdinspecteur van den waterstaat, de heer J. W. de Tesch, vertegenwoordiger van het wiskundig genootschap Onvermoeide Arbeid komt Alles te boven, te Amsterdam, en de heer en mevrouw Michaël.

De voorzitter van «Die Haghe» Kolonel De Bas, opende de aan de plechtigheid voorafgegane bijeenkomst met de mededeeling dat tot de uitgenoodigden ook behoorden de Belgische gezant bij ons hof en de ministers van buitenlandsche en van binnenlandsche zaken, die echter niet verschenen bleken. De president vereenigde in een woord van oprechten dank allen die hunne medewerking hadden verleend. Nadat Kolonel De Bas nog gelegd had dat het voornemen van «Die Haghe» warme sympathie heeft mogen ondervinden bij den gemeenteraad van Brugge, die ook zijn financieelen steun aanbood, waarvan echter geen gebruik behoefde te worden gemaakt, gaf hij het woord aan den heer Morren, die een uitgebreide levensschets gaf van Simon Stevin.

Daarna werd de gedenksteen, vervaardigd van Fransche zandsteen, door den heer Bourgonjon, alhier, naar een portret van Stevin, berustende in de universiteitsbibliotheek te Leiden, onthuld. Onder de buste leest men: «Hier woonde Simon Stevin, anno 1620.»

Even na afloop van de onthulling kwam de Belgische gezant, graaf de Greixe Roger. Het bleek dat er een misverstand omtrent het uur van aanvang had bestaan. Hij onderhield zich nog enkele oogenblikken met den voorzitter en eenige bestuursleden, en vernam van hen, dat «Die Haghe» aan den gemeenteraad van Brugge, evenals trouwens aan dien van 's-Gravenhage, een afgietsel van den gedenksteen zal aanbieden.

Spoor- en tramwegen in lndië.

De door den Minister van Koloniën benoemde commissie — de heeren E. B. Kielstra, voorzitter, R. W. J. C. van den Wall Bake, J. Th. Gerlings, J. Sluiter, J. C. Schippers, leden, mr. R. M. J. M. Begdin, secretaris —■ heeft dezer dagen hare voorstellen omtrent de voorwaarden, waarop bij verder te verleenen concessiën voor den aanleg van spoor- en tramwegen in Nederl.-Indië deze door den Staat zullen kunnen worden genaast, aan de Regeering ingezonden.

Het is zeer te wenschen dat die voorstellen aannemelijk zullen blijken, want eene deugdelijke regeling der naastingsvoorwaarden wordt, nu telkens nieuwe consessiën worden aangevraagd, bij den dag noodzakelijker.

Batavia Electrische Trammaatschappij.

De directie deelt mede, dat de aanleg van den tramweg te Batavia zoo ver gevorderd is, dat het gedeelte Harmonie—Tanababang—Dierentuin vermoedelijk einde Februari voor het publiek verkeer zal worden opengesteld. Het verdere gedeelte over Passar Senen naar Batavia— Benedenstad zal volgens bericht van den chef van aanleg ca. 3 maanden later voor exploitatie gereed komen. In verband hiermede vertrekt de directeur de heer J. D. Otten, den 7den dezer naar Batavia, ten einde de exploitatie voor te bereiden en nader te regelen.

Proefneming met vloeibare waterstof.

Prof. James Dewar heeft in de Royal Society te Londen een korte, maar belangwekkende mededeeling gedaan over de nieuwste proefnemingen met vloeibare waterstof. Eerst toonde hij, hoe men door middel van vloeibare waterstof, die een temperatuur van ongeveer — 240° C. heeft, een glazen buis in een nog niet bereikte mate luchtledig kan maken. Als men namelijk zulk een buis, welker luchtvolumen met de luchtpomp van te voren sterk verdund is, in vloeibare waterstof houdt, verandert tengevolge van de buitengewone temperatuursverlaging de in de buis nog aanwezige lucht in een vast lichaam. Deze bevroren lucht verzamelt zich in het uiteinde van de buis, dat in de waterstof staat. Men kan nu met gebruik van een blaaspijpvlam, het glas dicht daarboven zoo sterk verhitten, dat men de buis uittrekken en zoo van het met vaste lucht gevulde deel geheel kan scheiden. De rest van de buis is dan zoo luchtledig als men haar tot dusver nog niet had kunnen maken, zoodat een electrische stroom er nauwelijks meer binnen doorheenslaat. Deze methode vereischt niet meer dan een minuut tijds, en Sir VVilliam Crookes constateerde dat men zulk een sterke luchtverdunning met een gewone luchtpomp niet eens na een arbeid van verscheidene uren kon bereiken. Men mocht nu benieuwd zijn, of in zulk een buis nog wel eenige stof zou aan te toonen zijn, en onderzocht haar daarom met den spectroscoop. Te zien waren de lijnen van koolzuur, en als de buis niet geheel droog was, die van waterstof. In een van de buizen vond Crookes behalve het spectrum van waterstof nog een gele lijn, die toe te schrijven was aan het nieuwe atmosferische element neon, en in een andere buis toonde men helium aan.

Een tweede nog onverklaarbare ontdekking deed Dewar, toen hij de vloeibare waterstof onder verminderden druk liet verdampen. Alle vloeibaar gemaakte gassen veroorzaken in zulk een toestand een temperatuurverlaging, die voor waterstof theoretisch op ongeveer 9° berekend was; in plaats daarvan daalde een platinum-thermometer maar 1°. Heeft de platinum-thermometer bij zulke lage temperaturen zijn grens van betrouwbaarheid bereikt of gedraagt vloeibare waterstof zich in dezen anders dan andere vloeibare gassen ? Misschien zal men door ,de voortzetting van de merkwaardige proeven binnenkort het antwoord op deze vraag kunnen geven.

Geologisch onderzoek.

De gewone vergadering der afdeeling voor Wis- en Natuurkunde van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, welke Zaterdag 24 Dec. j.1. te Amsterdam gehouden werd, kwam in behandeling de circulaire van het bestuur van het Internationaal Geologisch Congres, waarin der Akademie wordt verzocht, bij onze Regeering aan te dringen op deel-

i neming in de oprichting en het onderhoud van een Instituut Fiottant i International. De voorzitter deelde mede, dat het bureau der afdeeling in overweging gaf, het congresbestuur te raden, zich rechtstreeks tot onze Regeering te wenden ; de afdeeling kon dit namelijk moeielijk doen nu dezer dagen weder gebleken is, dat op onze Staatsbegrooting zelfs

geen gelei voor geologisch, onderzoek, van ons eigen land oversclnet. Na eene opmerking van den heer Martin werd overeenkomstig de zienswijze van het bureau besloten.

BENOEMINGEN, VERPLAATSINGEN, ENZ.

Bij Kon. besluit van 31 December j.1. is aan den kapitein A. J. Doorman, van den staf der genie, adjudant van den Minister van Oorlog, vergunning verleend tot het aannemen en dragen der ordeteekenen van commandeur in de orde van St. Stanislaus, hem door Z. M. den Keizer aller Russen geschonken.

De heer E. J. Bruins te Delft is benoemd tot assistent in het teekenen aan de Polytechnische School.

Bij Kon. besluit van 3 dezer is, met ingang van 16 Januari 1899, A. Klaassen, te Leeuwarden, benoemd tot bureelambtenaar der 3e kl. van den Rijkswaterstaat.

Bij Kon. besluit van 4 Januari j.1. is, met ingang van 16 Januari a.s., aan den bureelambtenaar van den Rijkswaterstaat, H. Palier, op zijn verzoek, eervol ontslag als zoodanig verleend.

Bij Kon. besluit van 31 Dec. j.1. is de civiel-ingenieur C. C. van 't Groenewout alhier met ingang van 1 Januari 1899 benoemd tot district-inspecteur der spoorwegdiensten.

Met ingang van 1 dezer is de heer K. H. Beijen, chef der 3« afdeeling van den centralen dienst bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, eervol ontheven van de waarneming der betrekking van chef van de 1= afdeeling van dezen dienst. Verder heeft de directeur-generaal bepaald, dat voortaan ook de chef der 3e afdeeling onder rechtstreeksche leiding van hem zal werkzaam zijn.

Tot leeraar (tijdelijk) in de wis- en natuurkunde aan de Rijks hoogeve burgerschool te Venlo is benoemd de heer A. J. M. Garjeanne, te Amersfoort.