is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 10, 07-03-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

!

96

bovenstuk, dat de gietgallen bevat, ontdaan. Daarna wordt elke bandage in een afzonderlijke wals nagerold.

De voordeelen die de heer Munton voor zijn systeem aanvoert, zijn : lo. dat het staal niet zoo onder de bewerking beschadigd wordt als bij de oude werkwijze door het uithameren het geval is- 2o dat de bewerking veel sneller gaat; 3o. geeft het doorsnijden der ingots tot twee bandages, de mogelijkheid deze voor één as volkomen o-elijk te maken; 4o. wordt de warmte van het gieten van den ingot geheel benuttigd om de bandage gereed te maken, terwijl anders de ingot op nieuw verwarmd moet worden. Wordt door omstandigheden een bandage wat te groot, zoo kan men door het wegnemen van de binnenwals, de middellijn verkleinen. Op die wijze kunnen ook gebreken weggehakt worden, waarna de bandage zooveel kleiner gewalsd wordt dat zij vol is. De inrichting van den walstoestel wordt uiteengezet. Tengevolge van de daaraan voorhanden automatische regulateurs werkt hij met een zeer gering aantal werklieden.

(Wordt vervolgd.)

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN.

Spoorwegen in Ned.-lndië.

Bij de jongste discussiën in de Eerste Kamer over de Begrooting voor het Departement van Koloniën voor 1891. heeft de Minister herhaald de reeds vroeger gedane toezegging der spoedige indiening van een wetsontwerp, houdende algemeene bepalingen op het verleenen van rentegarantie aan particuliere spoorwegen op Java, ter uitbreiding van het spoorwegwezen aldaar. °

Het doel van dat wetsontwerp, dat weldra bij de Staten-Generaal zal worden ingediend, is om aan de uitgifte van concessie voor den aanleg en de exploitatie van een viertal spoorwegen, sedert lang als hoogst gewenscht erkend (zoowei gewone als secundaire spoorwegen) waarvoor zonder geldelijken waarborg van Staatswege het benoódin-d kapitaal gebleken is niet bijeengebracht te kunnen worden °-edurende

w«« «.ww, me _c uc^wivi,, aamai jaren rentegarantie te verbinden JJie spoorwegen zijn:

lo. een lijn van Krawang over Karangsambong naar Cheribon ter lengte van 154 kilometer;

2o. een lijn van Cheribon naar Samarang, lang 244 kilometer-

3o. een lijn van Probolingo naar Panaroekan of naar Sitoebondo door het binnenland van de Residentiën Probolingo en Bezoekie ter lengte van 186 a 220 kilometer, en

4o. van Maos door het Seraijo-dal naar Bandjernegara, lano- 80 kilometer. ° ' =

Bij een afzonderlijke voordracht zal de vraag behandeld moeten worden, of ook rentewaarborg zal te verleenen zijn voor een onder die voorwaarde door de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappii in concessie gevraagde lijn van Djocjocarta over Magelang naar Ambarawa, ter lengte van 85 kilometer.

De beslissing over deze aanvraag hangt samen met andere spoorweg-aangelegenheden, waarin die Maatschappij betrokken is en waaromtrent de onderhandelingen nog voortduren.'

De exploitatie van het Ombiliën-kolenveld.

Ten aanzien van de exploitatie van het Ombiliën-kelenveld heeft de ttegeenng als haar standpunt nader het volgende ontvouwd •

Daar het voorhands niet wel mogelijk zou zijn om, bijaldien men de kolenwmmng aan particulieren zou willen ov8rlaten, een deuodeInken grondslag te vinden voor den te bedingen cijns, wordt — afgescheiden van de vraag of staats- boven particuliere exploitatie bij voortduring te verkiezen zal zijn - althans gedurende den eersten tijd door de Regeering aan eene ontginning in eigen beheer de voorkeur gegeven. Spoorweg-exploitatie en - kolen-ontginning dienen naar haar oordeel in eene hand te zijn, zooals in 1856 in de bedoeling lag, toen het denkbeeld nog bestond om de kolenconcessie in de Ombiliënstreek m uitbesteding te brengen en aan den eventueelen concessionaris tevens de verplichting tot het bouwen en exploiteeren van een afvoerspoorweg op te leggen. Plannen voor eene gouvernementskolen-ontgmning zijn thans in Indië in bewerking.

,,D°o0Qr de Kamer v. Koophandel en Fabrieken van 's-Gravenhage werd dd. 28 lebr.1.1 een circulaire alom verspreid tot opwekking tot eene protectionnistische beweging in zake tariefwijziging der inkomende rechten. De gedane stap vindt zijne aanleiding in de omstandigheid, dat door onderscheidene landen de bestaande tractaten zijn opo-ezeo-d

In de bedoelde circulaire wordt er op gewezen hoe ?n bijna alle landen m den laatsten tijd bescherming van landbouw en nijverheid nuttioen noodig is geoordeeld. De vrijhandel is volgens het schrijven eigenlijk eene bescherming van den in-, uit- en doorvoerhandel ten koste van landbouw en nijverheid, door het groote aandeel dat het Rijk heeft in den aanleg van havens, rivier- en kanaalwerken, in een woord van alle verkeerswegen te land en te water.

De K. v. K. heeft de overtuiging, dat protectie vermeerdering van arbeid zal ten gevolge hebben zonder den handel te schaden.

Zij beoogt met de op touw gezette beweging eene wijziging van de tariefswetgeving (alleen wat de invoerrechten betreft) te bevorderen Haar plan is op een nader te bepalen tijdstip op een centraalpunt in iNederland, b v. Utrecht, eene vergadering te houden van afgevaardigden uit de verschillende Kamers van Koophandel, Vereenigin°en Instellingen enz., die bereid zijn tot bovengenoemd doel mede te'werken en gezamenlijk de middelen te beramen om het gewenscht resultaat te verkrijgen.

Onder voorzitterschap van den heer J. F. W. Conrad, Inspecteur van 's Rijkswaterstaat, is den 2en Maart jl. te 's-Gravenhage In het Valkenhuis het examen aangevangen ter verkrijging van een diploma van bekwaamheid voor opzichter van 's Rijkswaterstaat hier te lande of in Ned.-lndië, 51 sollicitanten nemen aan het examen deel.

Volfi-ens dft llitknmctpn Hot- noUlnrron „nr. OR T7„k„ ;i : r r, .t j.

i j ii , ^'""B1-" ><*" i cui. ji. i» van ai tmaaiL

als grondslhg voor de getijseinen, van den waterweg van Rotterdam naar Zee, bij gewoon laagwater, aangenomen 74 dM., zijnde dit het minste water in de 100 M. breede vaargeul, van 50 M. benoorden tot 50 M. bezuiden de lichtenlijnen.

Kon. Fabriek van Stoom- en Werktuigen te Amsterdam.

Naar het «Vaderland» met zekerheid verneemt, heeft de Minister van Marine de contracten met de Kon. Fabriek van Stoom- en andere Werktuigen te Amsterdam voor den bonw van het ramschip Reinier Claeszen en het pantserdektorenschip Wilhelmina der Nederlanden opgezegd.

De schepen zullen thans op 's Rijks werf in eigen beheer voltooid of — wat de Wilhelmina betreft, waarvan de kiel nog niet is gelegd — gebouwd worden, terwijl voor de machines en stoomketels contracten zullen worden aangegaan met andere industrieele ondernemingen.

In de zitting van den gemeenteraad van Rotterdam van 26 Febr. jl. is het voorstel van Burg. en Weths., ter verbetering van den wateraanvoer uit de drinkwaterleiding naar Feijenoord, aangenomen.

Door de rivier de Maas zal een zinker van 0,60 M. worden gelegd en het buizennet op Feijenoord aanzienlijk worden uitgebreid. De kosten van een en ander zijn geraamd op f 240,000.

In zake het onderzoek, omtrent het al of niet nadeelige voor den landbouw, van het maken van een prise d'eau voor de drinkwaterleiding te Breda, op het perceel domeingrond onder Dorst, (gem. Oosterhout), zijn door den Minister van Financiën benoemd de heeren prof. N. H. Henket, te Delft; Th. Stang, directeur der waterleiding, te 's-Gravenhage ; Gronenman, landbouwkundige te Wieringerwaard en Dr. O. Pitsch, leeraar aan de landbouwschool te Wageningen.

De heer Jan Lels, van Kinderdijk, heeft te Hellevoetsluis voor een talrijk publiek de volgende twee stellingen verdedigd:

I. Het onderzoek naar de gevolgen op economisch gebied van de droogmaking der Zuiderzee eischt meer aandacht dan daaraan tot heden werd gewijd.

II. Dit onderzoek heeft steeds achtergestaan bij dat naar de mogelijkheid van technische uitvoerbaarheid van het werk.

De heer Lels wees er op, dat er nimmer een opzettelijk onderzoek is ingesteld naar den invloed, dien de afsluiting der Zuiderzee en het in bebouwing brengen van de nieuwe gronden op de welvaart des lands zouden hebben. En toch verdient het aanbeveling onder cijfers

« "'C"BH'! uuoi uiougiuaiung venoren en gewonnen kauworden.

Spreker gaf een overzicht van de verschillende plannen en trok daaruit de slotsom, dat men, wordt het zuidelijk deel der Zuiderzee drooggemaakt, zal krijgen 160,000 HA., die zullen kosten tot op het oogenblik der drooglegging f 1000 per HA. Voor het maken van den afsluitdijk, 40 KM. lang, rekent men 8 jaren; voor de droogmaking ook 8 jaren, en voor het gereedmaken der gronden voor de bebouwing zooveel jaren, dat er een menscherileeftijd is voorbijgegaan eer de nieuwe provincie bevolkt zal zijn.

Achtereenvolgens bestreed de heer Lels alle utiliteitsargumenten die voor droogmaking werden aangevoerd. Het voordeel van de kleinere kunstlijn achtte hij niet geheel verzekerd wegens de hooge onderhoudskosten voor een afsluitdijk. In verband met de reeds aanhoudende klachten van de Iandheeren over lage pacht, en den treurigen toestand van de boerenarbeiders in het noorden rees bij hem de vraag of de aanwinst van 130,000 HA. land niet eerder een vloek dan een ze°-en zou blijken te zijn.

Dat honderdduizenden door het maken van eene nieuwe provincie het brood zouden vinden achtte hij evenmin zeker. Hij vreesde bij de uitvoering, door eventueele strikes invoering van vreemde werklieden, en na voltooiing der werken was het nog niet zoo zeker dat vele arbeiders werk zouden vinden, daar den handenarbeid bij de nieuwere bouwwijze hoe langer hoe meer verdwijnt.

Tegenover dit alles zette hij met een groot aantal cijfers en statistische gegevens uiteen wat men door de droogmaking zou verliezen. Wat betreft de'visscherij wees hij er op dat dit minstens f1,089,000 s jaars, zou bedragen, behalve de waardevermindering van vaartuigen, vischgereedschappen, rookerijen, zouterijen, pakkerijen enz. Terwijl Spr. met het oog op de scheepvaart tal van cijfers gaf ten betooge, dat aan de schipperij een zeer gevoeligen slag zou worden toegebracht. Ten slotte wees hij er op, dat het wellicht wenschelijk zou zijn, dat allereerst van regeeringswege een onderzoek werd ingesteld naar de economische gevolgen van de drooglegging der Zuiderzee.

Verplaatsing van het voormalige Rijnspoorwegstation te Amsterdam en overbrugging van den Buiten-Amstel.

De heer Mr. D. Josephus Jitta, lid van den Gemeenteraad van Amsterdam, heeft den 28 Febr. jl. in de vergadering van de vereeniging «Algemeen Belang. Buurt Y Y» een voordracht gehouden tot toelichting van het door hem bij den Gemeenteraad ingediende plan