is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 6, 1891, no 47, 21-11-1891

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

441

Het gebouw bestaat uit een middengedeelte, lang 19.41 M., breed in het midden 18.11 M., en twee vleugels, de oostelijke lang 17.64, de westelijke lang 19.66 M. Aan de stadszijde van het middengedeelte wordt een marquise, aan de baanzijde van het gebouw een perron aangebracht. Middengedeelte en vleugels zijn van verdiepingen voorzien ; de bovenkant der kapranden reikt bij de vleugels tot 14.12 M. + AP., bij het middengedeelte tot 19.55 M. + AP.

Op den hoek van den oostelijken gevel wordt een doorrit uitgebouwd, van waar door middel van een marmeren trap een wachtkamer voor hooge personages bereikt wordt, die onmiddellijk toegang geeft tot het perron langs de achterzijde van het gebouw.

De kosten van het gebouw met bijkomende werken zijn geraamd op f 211,000. De eerste oplevering moet geschieden op 1 Mei 1893.

Ook Vlaardingen zal weldra aan het intercommunaal telephoonnet

aangesloten zijn. De gemeenteraad heeft de door de Ned. Bell-teiephoonmaatschappij daaromtrent gestelde voorwaarden aangenomen.

De Amsterdamsche duinwaterquaestie.

De heer Th. Stang, directeur der waterleiding te 's-Gravenhage, heeft in een nota aan Burg. en Weths. van Amsterdam, die ter stadsdrukkerij verkrijgbaar is. de redenen uiteengezet, waarom hij indertijd als lid van de commissie van onderzoek in zake de Amsterdamsche duinwaterquaestie bedankt heeft.

Hieruit blijkt dat, terwijl in de commissie volkomen eenstemmigheid heerschte ten opzichte van de wenschelijkheid en noodzakelijkheid om in het beschikbaar draineergebied van de Amsterdamsche duinwaterleiding de voor het eerst in de' Haagsche prise d'eau ingevoerde draineermethode toe te passen, de commissie met algemeene stemmen, op de zijne na, een plan van uitvoering aannam, waartegen hij, tengevolge van jarenlange ondervinding, bedenkingen moest hebben.

Niet alleen toch was met tamelijke zekerheid na te gaan, dat een aanvang met de werken voor de verbetering van de prise d'eau op 2000 Meter afstand van den binnenzoom van het duin, noodelooze groote onkosten zou vereischen, maar dat daardoor ook gevaar zou ontstaan, dat men de 2000 M. breede binnenstrook van het duin ongebruikt zou moeten laten liggen. Het blijkt nu ook dat de draineering van het Nieuwe-, Van Lennep- en Schusterkanaal volgens het rapport f 475,000 zal kosten, of ruim f127 per Meter, terwijl het 1800 M. lange Sprenkelkanaal gebetonneerd en gebruikt wordt voor afvoerkanaal, zoodat 1800 M. verloren gaat van de 4000 breede duinstrook.

Voorts noemt de heer Stang de conclusie der commissie in zake het watergevend vermogen der duinen ongerijmd, en betoogt met cijfers, dat, wanneer diezelfde commissie in 1880 rapport had moeten uitbrengen over de 's-Gravenhaagsche duinwaterleiding, zij op grond van dezelfde redeneering tot de conclusie zou zijn gekomen, dat, om in 1890 aan het waterverbruik te kunnen voldoen, eene oppervlakte van 1633 H.A. zouden noodig zijn, terwijl die thans op zijn hoogst 800 H.A. is en een meer dan voldoend watergevend vermogen heeft. Zijns inziens is dan ook het beschikbare draineergebied van de prise d'eau der Amsterdamsche duinwaterleiding, dat gebracht kan worden op 3750 H.A., meer dan voldoende om in 1910 in het waterverbruik te voorzien, terwijl de commissie van oordeel is dat er dan een te kort zou zijn van 540 H.A., «zelfs al heeft men het gebied zuidwaarts van het Van Stisrumkanaal met de aldaar beschikbare 350 H.A. vergroot, waardoor »het geheele duinterrein tusschen Noordwijkerhout en het Noordzee»kanaal in beslag genomen is."

Als resumé van zijne beschouwingen deelt de heer Stang mede, dat naar zijne overtuiging:

1°. het thans beschikbare draineergebied volkomen voldoende is om in 1910 minstens 20 millioen M3 duinwater te leveren, terwijl dat gebied nog belangrijk kan vergroot worden door het thans verwaarloosde gedeelte (Sprenkelkanaal en kom) te gebruiken;

2°. om dit doel te bereiken het alleen noodig is om de draineering uit te voeren op dezelfde wijze als deze plaats heeft in de Wassenaarsche duinen ten behoeve van de 's-Gravenhaagsche duinwaterleiding.

Ten slotte voegt hij nog aan zijne beschouwing toe, dat bij eene meer doelmatige inrichting van de beschikbare duinen zonder eenigen twijfel aan het draineergebied eene oppervlakte kan gegeven worden van 4500 H.A., terwijl de ervaring van de laatste jaren in verband met de uitkomst van de door de commissie verrichte boringen hem de overtuiging geeft dat het geheele draineergebied tusschen Noordwijkerhout en IJmuiden moet geraamd worden op minstens 9000 H.A., waaruit stellig kan getrokken worden 40 a 50 millioen M3 water per jaar. Neemt men daarbij in aanmerking dat de Vechtwaterleiding, mits goed geëxploiteerd, zal voldoen aan de behoefte van de industrie en van den openbaren dienst, dan kan men aannemen dat het verbruik bij eene nauwgezette controle beperkt kan worden tot 80 liter per hoofd, zoodat de bovenstaande hoeveelheid dus voldoende zal zijn voor eene bevolking van 1,375,000 zielen.

De Kamer van Koophandel te Rotterdam heeft besloten hare adhaesie te schenken aan een adres van de schippersvereeniging «Schuttevaer» aan den Minister van Waterstaat, ten einde eene vluchthaven onder Oude Tonge te verkrijgen.

De Kamer heeft daartoe een dergelijk adres aan den Minister verzonden, waarin zij er op wijst dat de vaartuigen, die met tij van Holland naar Zeeland of van Zeeland naar Holland gaan, meestal tot Oude Tonge kunnen komen, doch op die hoogte in het Krammer moeten ankeren, en bij hevige Z. W. of W. wind daar geheel onbe¬

schut liggen. Volgens verstrekte inlichtingen zoude op de aangegeven plaats met betrekkelijk geringe kosten eene reede te maken zijn, door den berm vóór Oude Tonge te verlengen en dan oostwaarts te doen afbuigen. Wordt de aldus verkregen dijk op de noodige hoogte gebracht, dan kan men daarbinnen door uitdieping eene vluchthaven krijgen, waar ook bij hevige Wester- of Z.-Westerstormen de binnenschepen eene veilige ligplaats zullen vinden.

Ten bewijze hoe belangrijk de binnenscheepvaart tusschen Holland en Zeeland (België), is, wijst de Kamer op het feit dat alleen van Rotterdam per week in vaste lijnen daarheen vertrekken 64 zeilschepen, heen en weer dus 128 zeilvaartuigen per week die het Krammer passeeren, of 6656 per jaar. Daarbij komen natuurlijk nog de losse schepen, waarvan het getal niet kan worden opgegeven, terwijl, zooals uit de statistiek blijkt, het aantal schepen, dat in de beide richtingen door het kanaal van Zuid-Beveland gaat, meer dan 32,000 'sjaars bedraagt, of bijna 100 schepen daags.

BENOEMINGEN, VERPLAATSINGEN, ENZ.

Bij Kon. besluit van 10 November j.1. is aan den gewezen inspecteur van den Waterstaat J. F. W. Conrad, een pensioen verleend van f 3667 'sjaars.

Door den Minister van Koloniën zijn de mijnen-ingenieurs F. Beijerinck en S. J. Vermaes Jr. gesteld ter beschikking van den Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië om te worden benoemd tot ingenieur der 3de klasse bij den dienst van het mijnwezen daar te lande.

Op de voordracht voor directeur der gasfabriek te Assen staan de heeren G. Daams, opzichter aan de gasfabriek te Groningen, J. W. J. Klaassen, oud-directeur der gasfabriek te Schagen, en A. Adriaans, directeur-boekhouder aan de gasfabriek te Winschoten.

Tot opzichter bij den dienst van Weg en Werken der Mij. tot Expl. van Staatsspoorwegen is benoemd de heer J. B. van Kreel te Tilburg.

In Ned.-Indië.

Bij den Waterstaat en 'sLands B. O. W.

Toegevoegd: aan den chef der le afd., de opzichter 2e kl. N. Christiaans en de opzichter 3e kl. C. Bakker.

Geplaatst: in het gouvernement Sumatra's Westkust, de ambtenaar ter beschikking, dienstdoende als opzichter 3e kl., C. Schermers.

Overgeplaatst: van de residentie Madioen naar de res. Palembang, de opzichter le kl. J. M. Lethé ; van de res. PreangerRegentschappen naar de res. Batavia, de opzichter 2e kl. P. Young en van de res. Menado naar de res. Ternate, de opzichter 3e kl. C. F. J. Hamel.

Gesteld: ter beschikking van den directeur der burgerlijke openbare werken, ten einde dienst te doen als opzichter 3de kl., S. J. Fischer.

Afd. Spoor- en Tramwegen en Stoomwezen van het Dep. van B. O. W.

Bij den aanleg van Staatsspoorwegen op Java.

Gedetacheerd: de onderopzichter le kl. W. Moojen.

Bij de exploitatie der Staatsspoorwegen op Java.

Benoemd: tot onderopzichter le kl. de onderopzichter 2e kl. ,1. de Boer; tot onderopzichter 2e kl. de onderopzichter 3e kl. O. B. Andersen.

Opgedragen: de functiën van chef der 4e afd. van de exploitatie der Oosterlijnen aan den adjunct-chef der 3e afd. J. J. R. Raat.

Bij de Genie.

Geplaatst: bij den geniedienst in de le mil. afd. te Batavia, de 2e luit. L. C. H. Derx ; bij den geniedienst in de 2e mil. afd. te Willem I, de kapt. E. Tielenius Kruijthoff.

Overgeplaatst: bij den geniedienst te Magelang, de le luit. J. S. Redeker, en bij den dienst te Tjilatjap, de le luit. C. de Vries.

Ingetrokken: de overplaatsing naar Willem I, van den kapt. H. A. Berkhout, die overgeplaatst wordt bij het korps genietroepen te Malang.

OPEN BETREKKINGEN.

Twee Ingenieurs bij de Rijks driehoeksmeting. Aanvankelijke bezoldiging f 900 's jaars, en f 4.50 daags terreingeld. (Zie Adv.)

Opzichter 3e kl. bij den Provincialen Waterstaat in Gelderland. Jaarwedde f 1200. (Zie Adv. in n°. 46.)