is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 35, 28-08-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

413

Toch is er no°- veel te doen, maar reeds hebben zich hier en daar toestanden" ontwikkeld, die zeer moeielijk voor wijziging vatbaar zullen blijken te zijn. De gewenschte regeling zou, bij al te lan^e afwachting, wel eens als het hinkende paard achteraan kunnen komen.

In de tweede plaats, meen ik, moet, zij het ook met een enkel woord, aangegeven kunnen worden onder welke voorwaarden het reserveeren van die terreinen doeltreffend zal kunnen zijn. Naar ik gis is dit niet zoo erg eenvoudig.

Op het hygiënisch congres, in het vorig jaar te 's-Gravenhage gehouden, werd door een der leden de vraag gedaan, waarom niet onderzocht wordt of onze duinen ook geïrrigeerd kunnen worden, om daaidoor tegemoet te komen, eensdeels aan de duincultuur, die gezegd wordt te lijden onder wateronttrekking, anderdeels aan het gebrek aan water voor duinwatervoorziening onzer steden. Ik meen, dat met deze eenvoudige vraag een zeer belangrijk onderwerp op het gebied der hygiène is aangeroerd. Of dit onderzoek tot den werkkring van den Staat, of wel tot dien van de gemeenten behoort, daarover kan wellicht lang gestreden worden, maar van mijne zijde vestig ik er de aandacht op, dat hier nauw verband bestaat tusschen bevloeiing en winning van drinkwater. Maar geen bevloeiing met rioolvocht heb ik hier op het oog, maar ik bedoel alleen bevloeiing met goed daarvoor geschikt of daarvoor geschikt ge¬

maakt rivierwater.

Waar onze duinen veelal in alle opzichten uitmuntend drinkwater kunnen geven, daar is het te betreuren, dat dit water reeds nu hier en daar niet meer in voldoende hoeveelheid aanwezig is, en ik meen, dat het niet alleen een gemeentebelang, maar misschien zelfs een Staatsbelang is te onderzoeken of en in hoever het mogelijk is door irrigatie de hoeveelheid bruikbaar duinwater te vermeerderen, niet alleen voor drinkwater onzer steden in de nabijheid der duinen gelegen, maar ook in het belang der cultuur van in en naast de duinen gelegen terreinen.

Zij, die zich rangschikken onder de tegenstanders van wat in de boeken «natuurlijke filtratie» genoemd wordt, en wier meening ik niet voorbij ga, zullen schokschouderend dit vraagstuk als onoplosbaar ter zijde stellen, maar met eene dergelijke eenzijdige beschouwing wordt, dunkt mij, het algemeen belang weinig gediend.

Ik heb veel over deze technisch en hygiënisch belangrijke zaak nagedacht, en op gevaar af, dat het nader blijken mocht, dat ik haar verkeerd inzie, ben en blijf ik de meening toegedaan, dat een ernstig onderzoek gebiedend noodzakelijk is. In de toekomst heeft wellicht de geheele streek van den Helder tot Rotterdam er belang bij.

Zou het op den weg van den Staat kunnen liggen om als bijdrage tot de oplossing van dit vraagstuk een proef op ruimen schaal te ondernemen ?

Haarlem, Aug. '97.

J. M. K. Pennink.

De Spoorwegen der Aarde.

De totale lengte der in exploitatie zijnde spoorwegen bedraagt 687.550 KM. Deze lengte overtreft het 17-voudige van den omvang der aarde aan den equator (40070 KM.) met meer dan 6000 KM. en het 1.7-voudige van den gemiddelden afstand van de maan tot de aarde (384420 KM.) met 34036 KM. Meer dan de helft dezer spoorweglengte — 364.975 KM. — komt op Amerika. Daarna volgen, naar rato van de ontwikkeling van het spoorwegnet, Europa met 245300 KM., Azië met 4197U KM., Australië met 22202 KM. en eindelijk Afrika met slechts 13103 KM. .. ,

De vermeerdering, die de spoorweglengte der aarde in den tijd van het einde van het jaar 1890 tot aan het einde van het jaar 1894 heeft ondergaan, bedraagt 71623 KM. of 11.6 pU.

In de periode 1885—1889 heeft deze vermeerdering met ïust-uu KM. of 22.3 pCt. zijn grootste hoogte bereikt, daarna verminderde het in de jaren 1886—1890 tot 101407 KM. of 19.6 PU., in de jaren 1887-1891 tot 84917 KM. of 15.4 pCt.,m de jaren 1888—1892 tot 80135 KM. of 14 pCt. en in de jaren 188y-18yd tot 75086 KM. of 12.6 pCt. De vermeerdering is dus ook in de hier beschouwde tijdruimte verder gedaald, zooals ook reeds m onze mededeeling van vóór twee jaar voorzien werd. Deze daling in de vermeerdering aan spoorweglengte mag echter met tenminste niet in den geheelen omvang — als eene algemeene achteruitgang in de werkzaamheid in den spoorwegbouw aan¬

gezien worden, daar in vele landen aanzienlijke uitgaven voor de met het vermeerderd verkeer overeenkomende inrichting deiaanwezige spoorwegen, het leggen van dubbel spoor, de vergrooting en verbetering van stationsinrichtingen, zoomede inrichtingen tot verhooging der zekerheid enz., gedaan zijn.

Van de Europeesche Staten wijst Rusland met 4603 KM. of 14.9 pCt. de aanzienlijkste vermeerdering aan. De Russische Regeering heeft de voortzetting van den bouw van het spoorwegnet in het inwendige van het uitgestrekte rijk in het belang zijner huishoudelijke ontwikkeling als eene noodzakelijkheid erkend en volgt dit doel met groote energie. De jaarlijksche vermeerdering zal daarom nog in langen tijd niet onaanzienlijk zijn. Op Rusland volgen in Europa naar rato van de grootte der vermeerdering Frankrijk met 3307 KM. of 9 pCt., Oostenrijk-Hongarije met 3023 KM. of 11.2 pCt. Duitschland volgt daarna met 2593 KM. of 6 pCt.; daar is in de laatste jaren veel gedaan voor verbetering der spoorwegen. Een naar verhouding groote vermeerdering wijzen Spanje met 2269 KM. of 23 pCt., Italië met 1771 KM. of 13.8 pCt. en Zweden met 1216 KM. of 15.1 pOt. aan.

In Amerika vooral maakt zich de stilstand in den spoorwegbouw geldend; de vermeerdering is hier van 47062 KM. of 15.4 pCt. in de periode 1888—1892 tot 42678 KM. of 13.4 pCt. in de jaren 1889—1893 en verder tot 34399 KM. of 10.4 pCt. ;^ j„ : <Qnn \ 9.QA rroHtiolr! navanAa dns ppnp verminderi n2

tegenover de voorafgaande tijdruimte van meer dan 8000 KM. Vooral sterk zijn bij deze daling de Vereenigde Staten begrepen, wier vermeerdering van 29936 KM. of 11.9 pCt. in de jaren 1888—1892 tot 26496 KM. of 10.2 pCt. in de jaren 1889— 1893 en tot 20051 KM. of 7.5 pCt. in de jaren 1890-1894 geslonken is. In Britsch Noord-Amerika daarentegen vinden wij eene, al is het dan ook niet aanzienlijke verhooging der vermeerdering tegen de voorafgaande tijdruimte — 4042 KM. of 19 pCt. in de jaren 1890-1894 tegen 2733 KM. of 12.8 pCt. in 'de jaren 1889-1893 en 3483 KM. of 17 pCt. in de jaren 1888—1892. Bij alle overige Staten van Amerika heeft een achteruitgang plaatsgevonden.

In Azië is sedert 1893 Siberië in de rij der spoorweglanden getreden. In genoemd jaar werden de eerste 108 KM. van den grooten, het geheele Aziatische vasteland doorsnijdenden Siberischen spoorweg, welks bouw door de Russische Regeering met groote energie wordt bevorderd, in exploitatie genomen. Aan het einde van het jaar 1894 waren reeds 1618 KM. van dezen spoorweg geopend. Van de oude spoorweglanden van Azië wijst Britsch Indië wederom eene aanzienlijke vermeerdering van 3921 KM. of Air. n. i oniairM \ K Q nP.t nvev Hp. neriode 1889—■

1893. Tegen dé vermeerdering in de jaren 1888—1892 — 5324 KM. of 22 9 pCt — is die van de beide laatste perioden echter meer dan 1000 KM. achtergebleven. Dat ook Japan voortdurend bezig is het spoorwegnet verder uit te breiden toont de vei meerdering van 1267 KM of54 3pCt. tegen 1295 KM. of 66.3pCt.in de jaren 1889— 1893 en 1560 KM. of 106.8 pCt. in de jaren 1888—1892. Buitendien wijzen in Azië ook Nederlandsch-Indië en Klein-Azië naar verhouding niet onaanzienlijke vermeerdering van spoorweglengte aan.

In Afrika geven tengevolge van het ontdekken van rijke metaalschatten snel in bloei toegenomen Staten van het zuiden, de Zuid-Afrikaansche Republiek, de Oranje-Vrijstaat en de Engelsche Kaapkolonie een naar verhouding aanzienlijke vermeerdering aan spoorweglengte en wel de Kaapkolonie 601 KM of 181 pCt. in de jaren 1890—1894 tegen 1059 KM. of 36.9 pCt. in de jaren 1889-1893 en 1074 KM. of 37.6 pCt iri de jaren 1888-1892, de Zuid-Afrikaansche Republiek 870 KM. tegen 596 KM. in de jaren 1889-1893 en 231 KM. in de jaren 1888—1892, de Oranje-Vrijstaat 763 KM. tegen 1000'KM. in de jaren 1889-1893 en 900 KM. in de jaren 1888-1892. in laatstgenoemden Staat werd de eerste spoorweg inl8yu geopend terwijl de Zuid-Afrikaansche Republiek eerst in het jaar 188/ met eene lengte van 81 KM. in de rij der spoorweglanden trad.

In Australië is vooral eene sterke vermeerdering in de kolonie WpsI Australië gekomen, 1049 KM. of 131.0 pCt. tegen 362 S of 45 3 P0t in de'jaren 1889-1893 en 343 KM. of 61.6 pCt' in de' jaren 1888—1892. De vermeerdering in de kolonie Victoria is daarentegen minder geworden en heeft in de jaren 1890—1894 slechts 618 KM. of 14.3 pCt. bedragen tegen 1105 KM of 30 pCt. in de jaren 1889-1893 en 1212 KM. of 34.8 pCt in de jaren 1888—1892. De overige koloniën geven tamelijk gelijke vermeerdering als in de laatste voorgaande jaren.