is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 12, 1897, no 38, 18-09-1897

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

445

M 38.

Hierna werd de morgenvergadering gesloten.

Te ruim 1 ure werd de wandeling langs den Mauritsweg aangevangen naar de nieuwe kerk. Nadat dit gebouw was bezichtigd, ging men verder naar de Veerkade om met de «Columbus» een tocht te maken op de rivier en langs de verschillende schoone havenwerken, waarbij de directeur der gemeentewerken, de heer G. J. de Jongh, alle gewenschte inlichtingen verschafte.

Na afloop der vergadering vereenigden zich de leden aan een gemeenschappelijken maaltijd in het gebouw der Diergaarde.

Weerkundige waarnemingen te de Bilt, 8 uur voormiddag.

Barometer- I ~ WÏS^aüt' Tempera- N^ïaï"

I 89 7. stang* ri^g. ggggt -ag«" „»._

10 Sept. 765.9 N. 2 13.6

II » 772.0 O.N.O. 1 13.4 —

12 » 770.0 N.O. 3 13.1 —

13 » 773.8 Stil. — 14.0 —

14 » 773.4 O.N.O. 3 14.2 —

15 » 770.0 N. 2 13.9 —

16 » 764.6 Z.W. 1 12.8

Na I Januari 1893 worden de opgaven der waterwaarnemingen aan de peilschalen langs de rivieren, voorkomende in de „Staatscourant", herleid tot het Amsterdamsche peil, volgens de uitkomsten der nauwkeurigheidswaterpassingen en de waterpassingen van den Algemeenen dienst van den Waterstaat.

Het Amsterdamsch peil wordt voor de hoogten die dienovereenkomstig zijn bepaald, aangegeven door N.A.P., en de waterhoogten worden dus voortaan in meters volgens N. A. P. uitgedrukt.

De waterhoogten betrekkelijk de nul der oude schaal blijven natuurlijk onveranderd.

Rivierberichten

Waterhoogten, in Meters -+• A.P. 8 uur voormiddag.

Keulen. ht,™„ i,„ Wester- Maas-

1897. 7 uur Lobith. NU™e- J™- voort, trioht. Venlo. Grave

vm. gen' n m' reg. pl. (brug).

11 Sept. 41.11 13.02 10.56 10.51 11.07 42.38 10.45 6.54

12 » 41.13 13.33 10.88 10.81 11.37 42.31 10.25 6.56

13 » 41.11 13 41 10.98 10.95 11.48 42.06 10.13 6.38

14 » 41.14 13.42 11.09 10.96 11.49 41.98 9.91 6.19

15 » 41.03 13.44 11.02 10.98 11.51 41.94 9.71 6.03

16 » 40.82 13.37 10.97 10.93 11.45 42.16 9.75 5.86

17 » 40.64 13.19 10.85 10.81 11.33 42.19 9.94 5.94

BINNEN- EN BUITENLANDSCHE BERICHTEN.

De Koning van Siam heeft tijdens zijn bezoek aan ons land zich moeite gegeven te bewerken dat van hier een bekwaam ingenieur naar zijn rijk zou worden gezonden.

Het land van Siam is gedeeltelijk een waterland als het onze en vertoont in zoover met Nederland veel punten van overeenkomst. Alleen is men er in waterbouwkunde minder ver gevorderd dan wij hier.

Vandaar ook dat het voornemen bestaat eenige jongelieden uit Siam hierheen te zenden om hen hier te doen toerusten met practische en theoretische kennis van waterbouwkunde, die hun later in hun vaderland uitmuntend te pas kan komen.

Technisch bureau aan het Departement van Koloniën.

Bij Kon. besluit is bepaald dat: het in artikel 1, van het Kon. besluit van 24 Juli 1894, bedoelde Technisch Bureau is belast met de zorg voor de aanschaffing en keuring van ijzerwerken, constructies, machinerieën enz. en onderdeelen daarvoor (met uitzondering van de goederen, machinerieën, materialen enz. vallende onder den werkkring van afdeeling F) alsmede van belangrijke hoeveelheden getrokken ijzer en staal.

Voorts wordt het Technisch Bureau belast met alle andere zaken van technischen aard, welke door den Minister van Koloniën aan dat bureau worden opgedragen.

Het personeel van het aan het Departement van Koloniën verbonden

Technisch Bureau bestaat behalve uit den referendaris, chef van het bureau, voor zooveel noodig uit:

a. ambtenaren met den titel van hoofdcommies, commies, adjunctcommies, eerste-klerk of tweede-klerk, wier bezoldigingen, evenals die van den referendaris, in minimum en in maximum gelijk zijn aan die van hunne ranggenooten bij de Departementen van Algemeen Bestuur;

6. uit ambtenaren met den titel van ingenieur lste klasse, ingenieur 23e klasse, technisch ambtenaar lste klasse, adjunct-ingenieur, technisch ambtenaar 2de klasse, opzichter lste klasse of opzichter 2de klasse, wier bezoldigingen in minimum en maximum worden gelijkgesteld met die van hoofdcommies voor zooveel betreft een ingenieur lst(> klasse; met die van commies voor zooveel betreft een ingenieur 2de klasse en een technisch ambtenaar 'lste klasse; met die van adjunctcommies voor zooveel betreft een adjunct-ingenieur en een technisch ambtenaar 2de klasse ; met die van eerste-klerk voor zooveel betreft een opzichter lste klasse, en met die van tweede-klerk voor zooveel betreft een opzichter 2de klasse.

Aan den Minister van Koloniën wordt de bevoegdheid gegeven om het personeel van het Technisch Bureau in de rangen van klerk en opzichter aan te stellen, te bevorderen en te ontslaan.

Nederlandsen-Indische Commissie voor de tentoonstelling te Parijs.

De «Java-Bode» verneemt uit Buitenzorg, dat benoemd zijn tot leden der Nederlandsch-Indische commissie voor de wereldtentoonstelling te Parijs in 1900: het lid in den raad van Nederlandsch-Indië Jhr: L. Th. Hora Siccama, tevens voorzitter; de directeur der Javasche bank H. P. J. v. d. Berg ; de hoofdinspecteur bij den post- en telegraafdienst J. Berman; de luitenant-kolonel, chef van den topografischen dienst, H. D. H. Bosboom ; de hoofdinspecteur van het boschwezen W. Buurman v. Vreede; het lid van de Kamer van Koophandel J. van Delden; de hoofdingenieur bij de Staatsspoorwegen Th. F. A. Delprat; de kolonel van den geneeskundigen dienst J. Goslings ; de hoofdagent der N.-I. Handelsbank Th. J. van Haren Noman ; de industrieel Heymering ; de hoofdinspecteur bij de opiumaangelegenheden H. J. Hooghwinkel ; de hoofdambtenaar op non-activiteit W. Huisman ; de directie der thee-onderneming Sinagar J. A. Kerkhoven ; de kunstschilder J. van Kinsbergen; de resident van Batavia Jhr. H. de Kock ; het lid van de algemeene rekenkamer H. M. la Chapelle ; de directeur der cultuur-maatschappij Parakansalak G. Mundt ; de kolonel der genie W. P. H. van Oorschot ; de hoofdingenieur der lste klasse bij de B. 0. W., L. H. Slinkers; de hoofdinspecteur der Staatsspoorwegen R. H. J. Spanjaard ; de directeur van liet observatorium van meteorologische waarnemingen dr. J. P. van der Stok ; de hoofdagent der Koninklijke Paketvaart-maatschappij E. L. Tavlor ; de directeur van 's Lands Plantentuin te Buitenzorg Dr. M. Treub ; de inspecteur van den geneeskundigen dienst dr. A. G. Vorderman en de administrateur van Pondok-Gedeh Jhr. van Hoorn tot Burg.

Het blad vindt het meer eene Bataviasche dan eene NederlandschIndische commissie en behalve dat «typisch, echt Indisch, het feit, dat zeer bijzonder de aandacht en de ergernis zal wekken in Nederland, omdat het zoo in vierkanten strijd is met de daar voorgestane denkbeelden, dat in de geheele uitgebreide commissie geen enkele aanzienlijke inlander zitting heeft! Dat is sterk en ongelooflijk in eene kolonie, waar bij soortgelijke zaken per slot van rekening de soesab toch schier alleen voor rekening der inlanders komt. Men zal er zoo iets van hooren in Nederland! Het is dan ook al te mal.»

Behalve de instelling dezer commissie zijn bij besluit van den gouverneur-generaal de gouverneurs van Sumatra's Westkust en van Celebes en onderhoorigheden en de residenten van Semarang, Soerabaja, Soerakarta, Djokjakarta, de Preanger-Regentscbappen, Palembang, de Oostkust van Sumatra, de Westerafdeeling van Borneo, de Zuider- en Oosterafdeeling van Borneo, Menado, Ternate en Amboina uitgenoodigd ter hoofdplaats van hun gewest door hen te presideeren subcommissiën in te stellen, welke in overleg met de ingestelde commissie werkzaam zullen zijn ter bereiking van het door de regeering beoogde doel, en zijn de genoemde hoofden van gewestelijk bestuur er op gewezen, dat bij de samenstelling dier sub-commissiën de landbouw- en nijverheids-ondernemingen op ruime schaal daarin zullen moeten vertegenwoordigd zijn.

Nationale Zuiderzee-bond.

Het hoofdbestuur van den Nationalen Zuiderzee-Bond heeft een schrijven verzonden aan de leden der Zuiderzee-Vereeniging, aan den Nationalen Zuiderzee-Bond en aan allen die bereid zijn het vraagstuk van de afsluiting en droogmaking der Zuiderzee te helpen oplossen.

In de phase waarin het Zuiderzee-vraagstuk zich thans bevindt, is het, meent het hoofdbestuur, van het hoogste belang, de subjectieve meeningen van deskundigen omtrent het bedrag der directe en indirecte voordeelen van den afsluitdijk te kennen. Daarom richt het tot allen het dringend verzoek, ieder voor dat doel, waaromtrent hij door werkkring of studie zich het meest bevoegd acht, op een bijgevoegden staat enkele cijfers in te vullen.

Het bestuur stelt zich voor, de uitkomsten in druk bekend te maken en natuurlijk in de eerste plaats aan de regeering mede te deelen, en vleit zich, dat ook tegenstanders der droogmaking aan het verzoek zullen willen voldoen.

De vraagpunten in den bovenbedoelden staat luiden als volgt: