is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 4, 22-01-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M *

44

Het Landbouw-BIauwboek.

Door het Departement van Binnenlandsche Zaken is uitgegeven en ■voor f 1.— verkrijgbaar gesteld het Blauwboek van den landbouw over 4896—1897, zijnde eene verzameling van verslagen, betrekking hebbende op de vanwege het Rijk gesubsidieerde proefvelden, het landbouwonderwijs, de rijkslandbouwproefstations, het veeartsenijkundig onderwijs en de paarden- en veefokkerij, als tak van staatszorg. Het boek neemt steeds in omvang toe en heeft thans bijna 800 bladzijden; de eerste jaargang, vier jaren geleden, bevatte nauwelijks de helft. In dezelfde mate is het cijfer der bijdragen, op de staatsbegrooting toegestaan voor landbouwonderwijs en al hetgeen daarmede verband houdt, geklommen. Het is bijna verdubbeld en bedroeg f 397,930. Bijna de helft hiervan (f 169,130) zijn kosten van de hoogere land- en landbouwschool te Wageningen, namelijk f 97,000 voor traktementen van hooger en lager personeel en f 72,430 voor onderhoud van gebouwen, aanvulling van verzamelingen, administratie en huishoudelijke uitgaven. .

De N. R. Ct. ontleent het volgende aan den inhoud: De rijkslandbouwproefstations kosten te zamen aan traktementen van directeuren, ambtenaren en bedienden f 37,000 en aan onderhoud en huur van gebouwen, administratie enz. f 40,050. Voor elf njkslandbouwleeraren en drie rijkstuinbouwleeraren werd uitgekeerd een bedrag van f 34,000 aan traktementen en bovendien voor subsidiën, ten behoeve van zuivelconsulenten in verschillende provinciën en voor de winterlandbouwcursussen en verder onderwijs in land- en tuinbouw en houtteelt nog f 52,800. , ^ . ..

Voor de opleiding van onderwijzers voor lager landbouwonderwijs was f 3000 bestemd en bijna f 31,000 voor kosten, voortvloeiende uit de oprichting en instandhouding van winterscholen; terwijl f 14,500 over de gezamenlijke provinciën verdeeld werd voor de kosten van aanleg en exploitatie van proefvelden. Van dit laatste kwam het grootste bedrag, f 4700, ten bate van Noord-Brabant, het kleinste, f 649, voor Noord-Holland.

Het Blauwboek bevat uitvoerige beschrijvingen dezer proefvelden en van de resultaten daardoor verkregen; bijna 200 bladzijden worden door haar ingenomen. Welk een verschil zij opleveren in de onderscheidene provinciën blijkt ook hierbij: terwijl Noord-Brabant eene ruimte inneemt van 40 bladzijden, heeft Noord-Holland genoeg aan

^Uit het verslag van de rijkslandbouwschool blijkt, dat in 4896 de cursus werd aangevangen met 227 leerlingen en 2 toehoorders; van deze behoorden 73 tot de hoogere burgerschool, 57 tot afdeehng A, 64 tot afdeeling B en 33 tot den voorbereidenden cursus voor technische amhtenaren bij het boschwezen in Ned.-Indië. Ook werd nog landbouwkundig onderwijs gegeven aan vier officieren van den intendance-cursus.

De examens ter verkrijging eener akte van bekwaamheid voor middelbaar onderwijs in landbouw- en tuinbouwkunde en houtteelt ^\'erden aan de rijks-landbouwschool afgenomen. Voor landbouw hadden zich aangemeld 8 candidaten, die allen slaagden, terwijl aan éen die de akte voor houtteelt verlangde, deze niet kon worden uitgereikt.

Ook de examens voor de akte lager landbouwonderwijs hadden te Wageningen plaats; van de 47 candidaten, die zich hadden aangeboden kon de akte aan 32 worden verleend. Deze toeneming van aspiranten zoowel als de gunstige uitslag waren te danken aan de lessen, die door de rijks-landbouwleeraars in verschillende provinciën aan onderwijzers gegeven worden. Zij hadden plaats gewoonlijk in haïfjaarlijksche cursussen, te Heerenveen, te Deventer, te Zwolle en te Enschede, te Groningen, in het Westland, te Goes, te 's-Hertogenbosch en te Bergen-op-Zoom, te Hoorn en te Sittard.

Uitvoerig worden de programma's en reglementen medegedeeld der landbouw-winterscholen te Groningen, Goes, Sittaru, Dordrecht en Schagen, welke gemiddeld ieder door 20 leerlingen werden bezocht, en der tuinbouw-winterschool te Naaldwijk die het eerste jaar geopend werd met 14 leerlingen.

Onder de vakscholen, die eene rijks-subsidie genieten, behooren te Gerard Adriaan van Swietenscholen, de zuilvelscholen te Bolsward en die der Geldersch—Overijselsche Maatschappij van landbouw en eindelijk de vereeniging Landbouwonderwijs te Middelharnis, die alleen in uitbreiding zijn toegenomen.

Wat de lagere winter-cursussen aanbelangt, worden er 7 genoemd voor Noord-Brabant, 10 voor Gelderland, 2 voor Zuid-Holland, 5 voor Noord-Holland, 1 voor Zeeland, 8 voor Friesland, 4 voor Overijsel, 6 voor Groningen en 3 voor Drente, terwijl in Utrecht en Limburg geene cursussen worden gehouden. Van alle cursussen wordt mededeeling gedaan van den leergang, het aantal leerlingen, de resultaten enz.

Eene afzonderlijke rubriek in het Blauwboek wordt ingenomen door al hetgeen vanwege den staat geschiedt ter bevordering der paardenen veefokkerij, zoowel als het reglement en het verslag van de veeartsenijschool te Utrecht; terwijl tevens mededeeling wordt gedaan van de cursussen in hoefbeslag en de regeling betreffende de opleiding van burgerhoefsmeden bij het leger; daaruit blijkt, dat 44 jongelui van deze laatste gelegenheid hadden gebruik kunnen maken en dat aan een vijftigtal smeden een diploma kon worden uitgereikt, die de cursussen te Nijkerk, Deutichem, Steenwijk, Zaltbommel of Winterswijk hadden bezocht.

De elf rijkslandbouwleeraren deelen, elk omtrent zijne provincie, een verslag mede van hunne handelingen en bevindingen; waarbij min of meer nauwkeurige opgaven betreffende landbouw en veeteelt en den economischen toestand in hunnen dienstkring. Voor zoover de zuivel¬

bereiding aangaat, wordt dit nog aangevuld door de mededeelingen der zuivelconsulenten in Friesland, Z.-Holland en N.-Holland, waarbij tevens melding wordt gemaakt van de instructies der nieuwe consulenten voor Utrecht, Gelderland en Limburg.

Ten slotte wordt nog een afzonderlijk hoofdstuk gewijd aan alles wat betrekking heeft op de handelingen en den toestand der rijkslandbouwproefstations te Wrageningen, te Goes, te Hoorn en te kroningen waarbij is opgenomen een overzicht der uitkomsten van de openbare controle evenals de methoden bij het onderzoek aangenomen.

BENOEMINGEN, VERPLAATSINGEN, ENZ.

Bij Kon. besluit van 18 Januari j.1. is benoemd bij het wapen der genie, tot 1= luitenant bij het korps genietroepen, de 2» luitenant A. Gobee, van het korps.

Bij beschikking van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 20 Januari is, met ingang van 1 Februari 1898, aan dr. H. Hartong van Ark, op zijn verzoek, eervol ontslag verleend als assistent aan het Rijkslandbouwproefstation, te Groningen.

De gemeenteraad van Zierikzee heeft tot gemeente-bouwmeester benoemd, den heer L. C. Dumont, bouwkundig ingenieur te Utrecht.

Bij beschikking van den Minister van Waterstaat, H. en N. zijn benoemd tot buitengewoon opzichter: J. de Keuning bij het maken van twee kribben tot verbetering van den IJssel beneden Zalk; J. M. v. d. Ros te Heusden bij de werken van den brugbouw over de nieuwe rivier de Maas bij Heusden en A. Heemskerk bij het bouwen van eene dubbele dienstwoning onder Besoijen.

In Ned.-Indië. Bij den Waterstaat en 's Lands B. O. W. Benoemd: tot ingenieur 1= kL, de ingenieur 2« kl M Ypelaar; tot ingenieur 2° kl., de waarn. ingenieur 3= kl J. Wilke , tot ingenieur 3= kl., de adspirant-mgenieur J. van Tübergen ; tot adspirant-ingemeur A. A. Meijers, F. A. Varkevisser F Ch. van Sillevoldt, Jhr. R. R. L. de Mtjbalt en W A. M. Valkenburg, daartoe gesteld ter beschikking van den GouverneurGeneraal onder aanteekening, dat een dier adspirant-ingemeurs door den directeur der B. O. W. bij de werken en opnemingen aan de rivier de Solo gedetacheerd en mitsdien brj zijn korps a la suite gevoerd wordt; tot opzichter 4* kl., de opzichter 2* kl. K. A. Trouerbach ; tot opzichter 2* kl., de ambtenaar op nonactiviteit P. H. Briet.

Toegevoegd: aan den chef der werken en opnemingen aan de Solo-rivier, de benoemde adspirant-ingemeurs A. A. Meijers en lhr R R L. de Muralt en de opzichters 2" kl. J. Brouwer, P H Br'iet Ch van Aaken en F. .T. Ch. Micola von Furstenrecht; aan den chef der 1» waterstaats-afdeehng voor de irri-atie-opnemingen in de Tjihea-vlakte (Preanger Regentschappen) de benoemde adspirant-ingenyur E. A. Varkevisser; aan den chef der 4<= waterstaats-afdeehng voor de werksn aan de Brantas-, Porrong- en Soerabaja-rivieren, de opzichter # ki. W. F. H. Cramer.

Geplaatst: bij de directie, de benoemde adspirant-ingenieur F. Ch. van Sillevoldt. .

Overgeplaatst: van Poerwodadi naar Koedoes de opzichte qe kl A T de la Rambelje ; van de residentie Soerabaja naai de residentie Besoeki, de opzichter 3e kl. C. J. F. Ch. v. Raalten. Afd. Spoor- en Tramwegen en Stoomwezen van het Dep. van B. O. W.

Bij den aanleg van Staatsspoorwegen op Java: Benoemd: tot opzichter 2» kl., H. Wessels, thans tijdelijk met de waarneming van die betrekking belast, en de opzichtei 3e kl. W. Mooijen.

Ontslagen: op verzoek, eervol uit 'slands dienst, de opzichter le kl. C." J. Bollee.

Bij de Genie.

Geplaatst: bij den gewestelijken en plaatselijken geniedienst in Atjeh, de kapitein J. C. C. Peereboom, van dien van bumatra's Westkust te Padang.