is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 22, 28-05-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

285

M «*.

In eiken cirkelstand nu werd van elk van vier zuidelijke sterren een stel van acht zenithsafstanden gemeten, vier onmiddellijk vóór en vier onmiddellijk na den doorgang door den meridiaan, en wel bij Oculair Oost, Oculair West, Oculair West, Oculair Oost, Oculair Oost, Oculair West, Oculair West en Oculair Oost.

Door de verbinding van ééne bepaling bfj Oculair Oost met ééne bepaling bij Oculair West, werd, zooals gezegd is, de fout van het nulpunt, de zoogenaamde indexfout, geëlimineerd.

Aan de noordzijde werden alleen van de beide poolsterren, o enJ van den Kleinen Beer, zenithsafstanden genomen, onverschillig in welk gedeelte van hare parallel zij zich bevonden, maar om het aantal waarnemingen, noordelijk en zuidelijk van het zenith, gelijk te maken, werden in eiken cirkelstand twee stellen van acht zenithsafstanden van elke poolster genomen.

Vóór het begin der waarnemingen wordt eiken avond door de zoogenaamde methode van Dollen (waarneming, in beide standen van het instrument, van de doorgangen van eene zuidelijke ster en van de poolster door denzelfden verticaal) eene tijdsbepaling genomen, en zoo mogelijk wordt deze na het einde der waarnemingen herhaald.

Om de straalbuiging zoo zuiver mogelijk te kunnen in rekening brengen, worden vóór en na elk stel waarnemingen een barometer en een thermometer (beide geverifieerd) afgelezen.

Daar het bij de graadmeting niet zoozeer om de breedte zelve, maar wel om de breedteverschillen te doen is, zou het het best zijn, als op alle stations dezelfde sterren konden gebruikt worden. Daardoor toch zouden de fouten in de declinaties der gebruikte sterren, die in hare volle grootte op de breedten overgaan, geëlimineerd worden.

Maar de meridiaandoorgangen vervroegen eiken dag bijna vier minuten, dus elke maand twee uren ; bij de kortheid onzer zomernachten was het dus niet mogelijk op het derde station, dat drie tot vier maanden na het eerste bezocht werd, hetzelfde stel zuidelijke sterren te gebruiken als op het eerste.

Daar moest dus een volledig nieuw viertal van zuidelijke sterren genomen worden, terwijl, teneinde de gelegenheid te behouden om de breedteverschillen onafhankelijk van de declinaties der sterren af te leiden, in het tweede station eerst de vier sterren van het eerste stel in den eersten en derden cirkelstand, daarna de vier sterren van het tweede stel in den tweeden en vierden cirkelstand genomen werden.

De gebruikte sterren waren :

Grootte:

Eerste stel.

stel.

« Slang 2.7 R. Opkl. 15 u. 39 m. Deel. + 6° 45'

/ Slangendrager 3.4 » » 16 53 » + 9 32

a » 2.2 » » 17 30 » +12 38

f Arend 3.1 » » 19 1 » +13 43

Y Arend 2.8 R. Opkl. 19 u. 41 m. Deel. + 10° 22'

tf Dolfijn 3.5 » » 20 39 » +14 42

e Pegasus 2.4 » » 21 39 » + 9 24

£ Pegasus 3.6 » » 22 36 » + 10 18

Wat de azimuthen aangaat, deze werden bepaald door in twaalf standen van den horizontalen cirkel, die telkens 15° van elkander verschillen, het azimuthverschil tusschen de Poolster en het geviseerde station viermaal te meten Teneinde dit laatste scherp zichtbaar te maken, werd, van daar bij waarnemingen overdag, zonlicht met een heliotroop teruggekaatst, bij nachtwaarnemingen het licht van eene signaallamp toegezonden.

Ter elimineering van de collimatiefout van den kijker, werd ook bij deze bepalingen geobserveerd in twee standen van het bovendeel, die echter, daar het geviseerde station zich in alle streken van den horizon bevinden kan, niet door „Oculair Oost" en „Oculair West", maar door „Objectief links" en „Objectief rechts" worden aangeduid, benamingen die eerst duidelijk worden, als men bedenkt, dat, zooals boven gezegd is, de universaal-instrumenten gebrokene kijkers hebben, en 'het oculair zich aan een der uiteinden der horizontale as bevindt.

De opvolging der waarnemingen was bij eiken cirkelstand : Voorwerp, Poolster, Poolster, Voorwerp, Voorwerp, Poolster, Poolster, Voorwerp.

Tot de herleiding van al deze waarnemingen, zoowel ter breedte- als ter azimuthbepaling, is nog noodig de kennis van de correcties, zoowel voor gang als voor periodieke ongelijkheden van de mikrometerschroeven der vier mikroscopen van elk instrument, en bovendien ook de waarde der deelen van de verdeelingen der op elk instrument aanwezige niveau's, al hetwelk door opzettelijke onderzoekingen nauwkeurig bepaald werd.

De schijnbare plaatsen der gebruikte sterren werden voorloopig ontleend aan het Berliner Astronomisches Jahrbuch; de kleine correcties voor lunaire nutatie werden opzettelijk berekend en in rekening gebracht.

Ten slotte dient nog vermeld te worden dat de pijlers, zoowel voor de opstelling der universaal-instrumenten als voor die der heliotropen en signaallampen, door de zorgen der ingenieurs van de driehoeksmeting werden gebouwd.

De definitieve berekening der waarnemingen voor de bepalingen van het lengteverschil tusschen Leiden en Greenwich in 1880 en 1881 is ten einde gebracht en de uitkomsten van die waarnemingen zijn neergelegd in „Détermination de la différence de longitude entre Leyde et Greenwich par M. M. H. G. et E. F. van de Sande Bakhuyzen", hetgeen als Pubhcation III door de Commissie is uitge geven.

Voor het overzicht van de vordering der driehoeksmeting is een kaart van het driehoeksnet der 1ste orde bij het verslag gevoegd.

STATEN-GENERAAL.

Voorziening in de verdediging van de Noordzeekust in de provincie Noordholland tusschen de Heldersche en Hondsbossche zeeweringen.

Bij Kon. Boodschap van 11 Mei j.1. is ónder bovenstaanden titel bij de Tweede Kamer ingekomen een wetsvoorstel dat tot strekking heeft een eind te maken aan den strijd tusschen do Regeering en het Provinciaal bestuur van Noordholland, waarvan in de laatste jaren zoo dikwerf weerklanken in beide Kamers werden gehoord.

De artikelen van het ontwerp luiden :

Artikel 1.

Met wijziging en uitbreiding van den bij het Koninklijk besluit van 27 Mei 1876 (Stbl. n°. 109) behoorenden staat, omschrijvende de werken, welke met 1 Augustus 1876 weder in beheer en onderhoud bij het Rijk zijn teruggekomen, worden van Rijkswege aangelegd en onderhouden de werken, noodig voor het verdedigen der kust tegen de Noordzee in de provincie Noordholland tusschen de Heldersche en de Hondsbossche zeeweringen.

Artikel 2.

In de kosten van aanleg en onderhoud, bij art. 1 bedoeld, voor zooveel betreft het gedeelte der kust gelegen tusschen den 800sten Meter bezuiden strandpaal 9 tot aan den 900sten Meter bezuiden strandpaal 17, worden door de provincie Noordholland, behalve jaarlijks eene vaste som van vijf en twintig honderd gulden, twee derden gedeelten van hetgeen boven dat bedrag wordt uitgegeven, bijgedragen.

Het ontwerp wordt door den Minister als volgt toegelicht :

§ 1. ,,De verdediging van de Noordzeekust tegen het geweld der zee in het noordelijk gedeelte van het vaste land der provincie Noordholland is voor een groot deel ongeregeld.

Krachtens het Koninklijk besluit van 27 Mei 1876 (Stbl. n°. 109) is de Heldersche zeewering bij het Rijk in beheer en onderhoud. Zuidwaarts ligt een ongeregeld kustvak, vooreerst van strandpaal 0 tot 3 de Grafelijkheidsduinen daarna, tot aan den 80Usten Meter bezuiden strandpaal 9, de overstoven duinen vóór den Koegraszanddijk of dijk van 01denbarneveld ten westen van den polder „het Koegras".

Vervolgens zuidwaarts voortgaande, treft men in de eerste plaats aan de zeewering van den polder Callantsoog, welke doorloopt tot ongeveer halverwege de strandpalen 13 en 14, behoudens de daartusschen lig¬

gende, na te noemen, Rijkszeewering. Tusschen de twee genoemde polders is geen behoorlijke dijk ; de noorder Schinkeldijk en zijn verlengde, de Helmdijk, zijn op vele punten weggegraven en beide buiten het gebied van den eerstgenoemden polder gelegen. De duingronden vóór den Voordijk, den dijk om den polder Callantsoog gelegen, behooren mede niet tot den polder. Zuidwaarts volgt een aan een particulier behoorende smalle en zwakke duinregel, daarna de zoogenoemde „zeewering van Callantsoog", welke bij het besluit van 1876 in beheer en onderhoud bij het Rijk is teruggenomen, bestaande in de zoogenoemde Zuider- en Noorderdijken, onderling gescheiden door eene hooge kale, mede aan een particulier toebehoorende vlakte.

Van ongeveer 500 Meter benoorden strandpaal 14 tot bij strandpaal 18 wordt eene zeer breede duinstrook aangetroffen, waarin het Zwanenwater is gelegen, welke duinstrook is te beschouwen als eene borstwering, die den Zijperpolder tegen de Noordzee beschermt. Die polder is echter in de strandverdediging en het behoud der duinen wettelijk evenmin betrokken.

Daarop volgen zuidwaarts de werken, door het Rijk tot verdediging der duinen aangelegd benoorden en bezuiden Petten, de Pettener zeewering, krachtens het besluit van 1876 bij het Rijk in beheer en onderhoud, waaraan ten slotte aansluiten de Hondsbossche zeewering en andere dijken, voor welker onderhoud het hoogheemraadschap van den Hondsbossche en duinen tot Petten heeft te zorgen.

§ 2. Vóór ruim 17 jaren, en sedert telkens bij min of meer uitvoerige correspondentie, werd door de Regeering de aandacht van het provinciaal bestuur van Noordholland gevestigd op den ongeregelden toestand van de zeeweringen in dat gewest. Die correspondentie heeft evenwel niet tot een resultaat geleid, omdat de Staten daarbij steeds van de onderstelling uitgingen, dat het onderhoud van de zeeweringen op het Rijk, en alleen op het Rijk rust.

Van Regeeringswege is daartegenover steeds gesteld, dat de regeling van het onderhoud moest uitgaan van de Staten en dat alleen voor zoover de onmiddellijk belanghebbenden niet in staat waren de kosten te dragen, sprake kan zijn van Rijkshulp.

De Minister, overtuigd, dat regeling dezer aangelegenheid voor zooveel noodig en mogelijk door de Staten der betrokken provincie moest geschieden, heeft spoedig na zijn optreden een nieuw overleg met de Gedeputeerde Staten, ditmaal op andere grondslagen, geopend, met dat gevolg, dat, na veelvuldige gedachtenwisseling met het gewestelijk bestuur, — in het midden latende de waarde der van die zijde geleverde beschouwingen — over de regeling zelve thans overeenstemming is ver-