is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 33, 13-08-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

418

gescheiden, wat niet aan te bevelen is, omdat alsdan de darmen met hun inhoud langer dan noodig nabij het versche vleesch blijven. Beter is daarom de veelal gevolgde werkwijze om het geheel naar de mestbergplaats te brengen, daar de darmen te ledigen en vervolgens het geheel naar de darmenivasscherij te brengen. Zulk een darmenwasscherij waarvan er in de meeste slachthuizen twee (één voor runderen en één voor varkens) voorkomen, doch soms ook een voor alle dieren gemeenschappelijk is een ruimte waar in het midden een of meer groote warmwaterketels staan en langs de wanden voor eiken werkman een vlakke houten tafel en daarnaast een geëmailleerd ijzeren bak met koudwaterkraan en aflooppijp. Op deze tafels worden de ingewanden gereinigd en boven den bak uitgewasschen.

De mestbergplaats is in den regel met een eenigszins verhoogden vloer aangelegd, in welken vloer zich een opening bevindt. Onder deze opening staat een wagen met ijzeren bak, waar de mest direct in valt door de opening in den vloer, terwijl de gevulde wagen gemakkelijk wordt weggereden en door een ledigen vervangen.

Het koelhuis is een der noodzakelijkste bij een modern slachthuis behoorende inrichtingen en is tevens de hoofdreden waarom zich de slachters overal waar zulk een inrichting is, geleidelijk verzoend hebben met de hun opgelegde verplichting om slechts in de openbare hal te slachten. Het koelhuis zelf is eenvoudig een ruimte die door koude lucht afgekoeld wordt, en die door traliewerk in hokken verdeeld is, welke hokken ingericht zijn om het vleesch te bergen en aan de slachters worden verhuurd. De vloer is veelal van beton, niet van asfalt. Behalve dit koelhuis is in de nieuwste inrichtingen nog een voor-koelruimte aanwezig, waarop straks nog wordt teruggeko¬

men, üocn die van groote ueujeK-ema vuuj. ucu gciiccj. in.

De koude lucht in het koelhuis wordt bezorgd door de ijsmachine, in de Rijnprovincie zijn de ammoniac-ijsmachines van Linde het meest gewild; in verband daarmede is een stoommachine met ketels opgesteld, waarbij natuurlijk verschillende systemen tot hun recht kunnen komen. De ijsmachine dient tevens tot de vervaardiging van ruw ijs, dat in den regel een niet onbelangrijke opbrengst geeft.

Het koelhuis is alleen 's zomers in gebruik.

Het afvalwater uit het slachthuis kan niet zooals het wegvloeit in de riolen of de openbare wateren worden geleid, maar dient vooraf eenige reiniging te ondergaan. In welke mate die reiniging moet geschieden, hangt af van de eischen van het daarover gestelde toezicht. Veelal bestaat de reiniging slechts in een inrichting, waardoor de vaste bestanddeelen worden teruggehouden en de rest door een bed van cokes of iets dergelijks wordt gefiltreerd.

Behalve deze komen bij de meeste slachthuizen nog bijkomende inrichtingen voor als een paardenslachterij, een ziekenstal voor besmet of verdacht vee, een stalling voor de paarden die het vleesch van de hal naar de stad brengen, een overdekte ruimte voor vleesch wagentjes, hondenhokken voor de bespanning der hondewagens, een vertrek voor de slachters, soms zelfs een restauratie. Voorts bij enkele inrichtingen een albuminefabriek, een huidenzouterij, een inrichting tot machinaal vleeschhakken, een badhuis, een inrichting tot het winnen van koepokstof, een inrichting tot het dooden van opgevangen losloopende honden. Twee inrichtingen behooren nog in 't bijzonder te worden vermeld: de vetsmelterij en de zoogenaamde „Freibank".

Vetsmelterij en komen bij enkele slachthuizen voor. Zoo is er een te Crefeld, die beheerd wordt door de slachtersvereeniging, geheel afgescheiden van het beheer van het slachthuis ; deze inrichting staat ook op een geheel afzonderlijk terrein. Het vet wordt eerst in een snijmachine in kleine stukken verdeeld en daarna in een grooten ketel gekookt; vervolgens wordt in hydraulische persen de margarine uit het vet geperst. _

De „Freibank" is een bijna onmisbare inrichting. Zij dient om het vleesch dat rauw schadelijk voor de gezondheid is, doch gekookt onschadelijk, tot zijn recht te laten komen. Daarom wordt het op het terrein in een grooten ketel gekookt en daarna voor een kleinen prijs verkocht.

Noch moet er op worden gewezen, dat bij het slachten nog al veel water noodig is, waardoor verschillende steden, ook die welke over een stedelijke waterleiding beschikken, in

het slachthuis een afzonderlijke inrichting tot het oppompen van water hebben aangelegd. Als een behoorlijk waterreservoir aldaar gebouwd wordt, kan de stoommachine die de iisbereiding verzorgt ook daarin gemakkelijk voorzien. Tevens kan zij dienen voor het bezorgen van het electnsch licht in de inrichting.

Van groot gewicht bij het ontwerpen eener openbare slachtinrichting is de juiste dispositie van de benoodigde ruimte en zulks zoowel met het oog op de kosten van aanleg ais op de gemakkelijkheid der exploitatie. Zoo mogen de stallingen niet te ver van de slaehthallen verwijderd zijn, terwijl bovendien moet voorkomen worden dat de lucht uit de stallingen in de hallen doordringt. Iets dergelijks geldt omtrent de darmwasscherij en de mestbergplaats; moeten de ingewanden uit de hallen over eenigszins belangrijken afstand worden ver: voerd, dan is dit bezwaarlijk, komt de lucht uit de wasscherij in de hal of in het koelhuis dan is dit vooral, 's zomers nadeelig voor het vleesch. Waar het machinelokaal wordt geplaatst is tot zekere hoogte onverschillig, mits niet te yer van het koelhuis; dit laatste moet echter van de hallen gemakkelijk te bereiken zijn en evenzoo van den uitgang naar den openbaren weg. ,

In de Rijnprovincie waar vele slachthuizen voorkomen die elders als voorbeeld hebben gediend, hebben zich drie typen ontwikkeld: .

1°. die waarbij nagenoeg alle gebouwen op zich zelt staan ;

2°. die waarbij alle lokalen onder één dak zijn vereemgd ;

3°. die waarbij de hallen en het koelhuis onder één dak zijn samengevoegd en stallen, machinelokaal, darmenwasscherij en mestbergplaats eveneens een afzonderlijk gebouw vormen. Deze beide gebouwen zijn al dan niet door een overdekte ruimte verbonden. a

t->_ i—i'v.i-^Vi+^o- Vippft bet voordeel dat net

UK CeiBlgClIUCUJUO mii^..^6 "

indringen van onwelriekende dampen van de eene ruimte m de andere geheel is uitgesloten. De aanlegkosten met tal van buitenmuren zijn uit den aard der zaak echter hooger, terwijl in den winter bij sneeuw en ijs het verkeer tusschen de verschillende gebouwen niet zonder bezwaar is.

Wordt alles onder een dak gebracht dan geeft zulks besparing van aanlegkosten en veel gemak in het gebruik. Daarentegen moeten bij anderen voorzorgen genomen worden om slecht riekende dampen uit de hal te houden, wat bij de onmogelijkheid om de verbindingsdeuren gesloten te houden, niet gemakkelijk is.

Het aantrekkelijkst schijnt daarom wel voor steden van middelbare grootte het in de derde plaats genoemde stelsel. De hallen liggen dan ter weerszijden van het koelhuis, achter dit gebouw ligt een dwarsgang die van een goeden yentilatiekap kan worden voorzien en daarachter de stallen, de wasscherij, enz. De mestbergplaats kan dan öf aan laatstgenoemd gebouw worden aangelegd öf in een opzichzelfstaand

SeHetWadministratiegebouw ligt uit den aard der zaak steeds op zichzelf.

De ruimte die in de hallen benoodigd is, hangt natuurlijk in de eerste plaats af van het maximum aantal dieren dat er moet kunnen worden gedood. Ook echter m groote mate van de inrichting van het geheel en in het bijzonder van de vraag of er een voor-koelhuis is, gelijk nog slechts m de nieuwere inrichtingen voorkomt.

Het vermogen der hal is in de eerste plaats afhankelijk van het aantal windwerktuigen, maar ook van het aantal malen dat elk dezer per dag kan worden gebruikt, in de oudere slachthuizen laat men dikwijls de gedoode dieren tot den volgenden morgen in den hal hangen, zoodat elk windwerktuig per dag slechts eens wordt gebruikt. Het voorkoelhms nu is bestemd om het gedoode dier op te nemen zoodra het afgeslacht is, hetgeen reeds 1 of 2 uren na het dooden kan geschieden; het windwerktuig is dus alsdan weer beschikbaar en wordt hierdoor de capaciteit der inrichting belangrijk verhoogd, zonder dat het noodig is om reeds dadelijk het vleesch in het eigenlijke koelhuis te brengen, wat door velen nadeelig wordt geacht.

Het ligt voor de hand dat de beschouwing der slachthuizen ook van andere zijden belangrijke gezichtspunten aanbiedt, zoowel de verordeningen hen betreffende, tarieven, rentabiliteitskwestiën bieden veel belangrijks ter overweging aan.