is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 53, 31-12-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

653

M 53.

per se rechtstroom geven, doch èn in zeer geringe hoeveelheid èn met veel moeite.

Wij mogen hieraan toevoegen als illustratie van ons gezegde dat de werking van een induktorium zoo bijzonder gekompliceerd was, het volgende vreemde feit.

De teekening ^^^^ ~j-— is niet volkomen juist,

de -f spanning ligt namelijk niet evenver van de nullijn als de — spanning, m. a. w. de positieve spanning is grooter dan de negatieve, een geval dat zich, zoover ik weet, anders in electriciteit nooit voordoet.

Du Moncël was degeen die dit feit opmerkte en aantoonde, doch m. i. niet genoegzaam verklaarde,

Hij meent een verklaring te vinden in het verschil van binnen en buiten draadeinde en voert experimenten ten bewijze aan ; nu bestaat er echter bij groote induktoriums geen binnen- en buiteneinde, daar zooaïs wij zien zullen de klossen volkomen symetrisch gewikkeld zijn en beide einden buiteneinden zijn.

Een analoog geval van ongelijkheid van gelijktijdige + en — spanning is mij elektrisch niet bekend.

Een hydraulisch voorbeeld werd door mij besproken in .,Electra", pag. 120.

Het zal voor de duidelijkheid van behandeling wenschelijk zijn ons onderwerp te splitsen in eenige onderdeden; wij zullen daarom achtereenvolgens nagaan den invloed van:

1°. de stroominterruptie voor wat betreft methode en snelheid;

2°. kapaciteit van den kondensator; 3°. primaire wikkeling en ijzerkern; 4°. sekundaire wikkeling; 5°. spanningsverschil en vonklengte.

1°. Stroominterruptie.

Laten wij aannemen dat ter beschikking is een elektriciteitsbron van voldoende sterkte — zij het een gewoon lichtleidingsnet van 110 volt of zij het akkumulatoren of primaire elementen, dat blijft voor het doel volkomen hetzelfde, het spreekt vanzelf dat deze laatste van zoodanig type moeten zijn dat zij veel stroom kunnen geven, aanhoudend en onverzwakt, de koperoxyd elementen voldoen uitstekend aan dezen eisch (zie Electra p. 95).

Het is nu dus de vraag op welke wijze kan deze stroom het beste herhaald onderbroken worden.

Wij kunnen de stroominterruptoreh in twee klassen splitsen, n.1. :

1°. die waarbij de interruptie in de lucht plaats vindt; 2e. die waarbij de interruptie in een vloeistof plaats vindt.

Daarenboven zou men kunnen onderscheiden tusschen afhankelijke en onafhankelijke interruptie.

Onder afhankelijke interruptie verstaan wij die inrichtingen waarbij de stroom pas verbroken wordt als het magnetisme van den ijzerkern een zekere sterkte bereikt heeft, zooals bij de bekende gewone hameronderbrekers en waarbij dat geschiedt door het magnetisme van de kern zelve. Een groote verbetering aan de nieuwere hameronderbrekers is een inrichting waardoor de stroom dan nog niet verbroken wordt, doch waarbij deze toestand evenzoo gehouden wordt teneinde den stroom tijd te geven om tot de maximum sterkte te klimmen.

De zeer bekende induktieklossen van Apps werken met zulk een interruptor. Men heeft bij deze methode dus de zekerheid dat de kern tot haar maximum gemagnetiseerd is geweest en dus den beschikbaren stroom geheel benut.

Een nadeel van deze afhankelijke interruptie is dat een induktum hiermede werkende dan ook eigenlijk altijd het maximum vermogen geeft, en dat is niet altijd gewenscht, men wil ook wel eens met veel zwakker secundaire spanning werken, doch dat gaat dan niet, aangezien bij zwakker primaire excitatie de hamer niet aangetrokken wordt ergo, de stroom niet verbroken wordt.

Er zijn echter ook onafhankelijke luchtinterruptors welke in beweging gebracht worden door een tweede hulpbatterij, dit is wel een komplikatie, doch loont de moeite wel, daar men dan de secundaire spanning meer regelen kan met de sterkte van den primairen stroom. Deze gewone veervibratoren kunnen bij goede konstruktie tot 300 interrupties per sekunde geven.

Dat'— in aanmerking genomen de zeer groote zelfinduktie van den klos, de exstrastroom vonk de metaaldeelen waartusschen de stroomverbreking plaats vindt zeer beschadigt behoeft geen betoog — maar behalve dit is het ergste nog dat door die vonk de snelheid van verbreking zeer vermindert; de vonk vormt een geleidend pad voor den stroom, al is het metalliek kontakt reeds verbroken, een pad van langzaam toenemenden weerstand, juist hetgeen wij niet willen, daar plotselinge stroomverbreking het ideaal is.

Al wordt die vonk zeer belangrijk verminderd door den kondensator, waarover straks, zoo blijft die toch in de lucht steeds een zeer ongewenscht element.

Geen wonder dus dat men getracht heeft het euvel te vermijden door de verbreking niet in de lucht doch in een of ander vloeibaar diëlectricum te doen plaats vinden, het metalliek kontakt moet dus verbroken worden in een vloeistof.

Veelal wordt hiertoe alkohol aangeraden, dit heeft echter