is toegevoegd aan uw favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 2, 1887, no 3, 15-01-1887

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21

Daar de oude straten der stad zóó nauw zijn, dat meestal een enkele wagen voldoende is om het verkeer te stremmen, richt zich het groote verkeer van voertuigen langs de uitgestrekte in deze eeuw doorgebroken breede straten. Deze zijn dientengevolge, vooral in het hart der stad, buitengewoon overladen.

Een snel voorwaarts komen, voor rijdende brandweer-afdeelingen een bepaald vereischte, is daardoor nergens voldoende verzekerd. Om nu het rijden van grootere brandweer-af deelingen niet tot regel maar tot eene zeldzame uitzondering te maken, heeft men te Parijs kleine brandweerposten in groot aantal over de geheele stad verdeeld. Daardoor wordt de aanwezigheid 'van zaakkundige hulp bij het uitbreken van brand in den kortst mogelijken tijd verzekerd.

Een dergelijke post bestaat uit een onderofficier en drie man en bewaakt een district van ongeveer 100 hectaren; binnen dat oppervlak zijn van den post af geene afstanden grooter dan 600 meter afteleggen. In de hoeken welke vallen buiten een cirkel met 500 meter straal om de onderofficiersposten beschreven, zijn bovendien nog wachtposten ingericht, bestaande uit één of twee man. Deze wachtposten slaan evenals de onderofficiersposten in telegraphische verbinding met de brandweer-kazernen en met het brandweer-commandement..

Iedere onderofficierspost is voorzien van een brandspuit met toebehoorend bluschmateriëel. Met de 565 kilogram zware spuit kunnen de manschappen in stormpas 200 meter per minuut afleggen. Zoodra de onderofficier de grootte van het gevaar op de plaats zelf heeft overzien, loopt een man, de telegraphist, heen om het bericht te telegrapheeren aan den commandant der brandweer en aan de naastbijgelegen brandweerkazerne, en zoo noolig hulp bij te roepen. Blijkens een in 1881 verschenen geschrift van den toenmaligen commandant der brandweer, kolonel Paris, y>Le feu cl Paris et en Amérique", gelukt het evenwel aan zulk een onderofficierspost 39 malen op de 40, om

den brand zelf meester te worden, omdat hij binnen zulken korten tijd ter plaatse van het gevaar kan zijn. De door de Parijsche politieprefectuur opgestelde brandstatistiek vermeldt bijv. voor 1884. behalve 1671' schoorsteenbranden, 869 gevallen van brand, waaronder 629 kleine branden, 225 middelsoort en slechts 15, dus 2 percent groote branden (1).

Het aantal onderofficiersposten bedraagt 78, dat der wachtposten van 1 of 2 man 46. Bovendien geeft de statistiek over 1884 nog 26 posten van 2 tot 4 man aan voor theaters en industriëele inrichtingen. Tevens zijn 10 stoomspuitposten over de stad verdeeld, elk bestaande uit één onderofficier en 7 man. De kleine posten steunen op de 12 over de stad verdeelde brandweerkazernen. In elke daarvan staat een afdeeling, bestaande uit één officier en 12 man, steeds met spuiten en toebehooren gereed om onmiddellijk uit te rukken.

De Parijsche brandweer, Sapeurs-Pompiers, is een infanterieregiment, bestaande uit twee bataillons, elk van 6 compagniën, zoodat iedere compagnie eene kazerne heeft. Ingevolge hare organisatie staat deze troepenmacht onder den minister van oorlog, als militair corps onder den Gouverneur van Parijs en in haar technischen dienst, haar eigenlijk doel, onder den prefect van politie. Zij wordt door de stad Parijs onderhouden en kost jaarlijks ongeveer 2.160.000 francs.

De' bevordering van den commandant en der officieren heeft plaats in het wapen der infanterie, op dezelfde wijze als voor de overige infanterie-officieren; zij blijven dus niet stelselmatig verbonden aan het brandweer-regiment. De regimentsstaf onderscheidt zich van dien van een ander infanterie-regiment alleen daardoor, dat er een ingenieur-kapitein en een kapitein voor het gymnastiek-onderwijs aan zijn toegevoegd. Het regiment telt 50 officieren en 1693 man, met inbegrip der onderofficieren. Deze laatsten zijn tengevolge van de vele kleinere brandweerposten talrijker dan in een ander infanterie-regiment, nam. 39 per compagnie. De aanvulling geschiedt door uitgezochte manschappen, die eerst 8 tot 9 maanden onder de wapens geoefend worden en nog slechts den brandweerdienst hebben te leeren.

Dat de brandweer te Parijs uit een aan het leger ontleend regiment bestaat, wordt verschillend beoordeeld. In het werk: y>Administration de la ville de Paris" wordt gezegd:

»De wet dus is het, die den voor de behoefte blijkbaar te «grooten regimentsstaf opdringt, welke de stad moet betalen; »het is het toebehooren tot de infanterie, waardoor de nutte-

slooze wapening wordt veroorzaakt. Dit samenhangen met het «leger berooft het brandweercorps van alle bekwaamheid, alle «verkregen ervaring, juist op het oogenblik dat deze tot volle «ontwikkeling zijn gekomen en de dienst er nut van begint te strekken. Alle onderofficieren zijn, evenals hunne manschappen, »heden leerlingen. Zelfs de officieren kunnen, daar zij in het ■sgeheele wapen der infanterie in rang opschuiven, bij de brand«weer komen, zonder ooit aan dezen bijzonderen dienst te heb»ben gedacht."

Als voordeel van het deel uitmaken van het leger wordt aangevoerd, dat de uitgediende manschappen van het regiment belangrijke diensten bewijzen als instructeurs in de brandweerkorpsen van de plaatsen hunner inwoning; het mocht echter niet worden geduld, dat Parijs op die wijze het leergeld voor het land betaalt.

Onder de sedert 1881 ingevoerde verbeteringen in de Parijsche brandweer zijn bepaaldelijk te vermelden: het bouwen van de 12de brandweer-kazerne, de vermeerdering der stoombrandspuiten van 4 op 10, het voorzien van deze, zoomede van de kazernen, van afzonderlijke spannen paarden (deze werden vroeger op aanvraag per telegraaf, door de omnibus-maatschappij geleend), de aanschaffing van een groote rijdbare reddingsladder voor iedere kazerne, zoomede van een even groot aantal luchtververschings werktuigen tot zuivering van ruimten met schadelijke gassen, en de invoering van electrische en andere veiligheidslampen.

Ss.

Technische tijdschriften. Verkorte inhoudsopgaaf. Annales des Travaux Publics, Januari. De bouw van de steenen bru°gen over den Tarn en den Aveyron in den spoorweg Montauban— Brive (met 2 platen). Excavator voor het maken en uitdiepen van spoorwegsloten op de Chicago & Northwestern lijnen (met figuren). Het gebruik van staal voor bruggen van 100 tot 400 M spanwijdte door Ingr Barbet, (met figuren). Bouw en exploitatie van de Merseytunnel Liverpool—Birkenhead met eindstations, ascenseurs, ventilators, verlichting, drooghouding, materieel van den weg en rollend materieel. Trogvormig handelsijzer type Lindsay voor plafonds, vloeren enz. Verplaatsbare rolremschoen in gebruik bij het rangeeren op station Ostrau. De tunnel Italië—Sicilië. Waterleiding te Napels; idem te

Petersfield. Constructie van elliptische gewelven. Houtbestrating voor binnenplaatsen en stallen. Fundeering van ijzer en beton. Papieren dakpannen. De microphon om lekken in waterleidingen op te zoeken. Sneeuw opruimen door middel van keukenzout. Petroleum-motor systeem Spiel. Bitumineus metselwerk voor fondamenten van stoommachines. Vergelijkende critiek der agenda's en jaarboekjes van Oppermann, Dunod, Kohier, Uhland en Mazzocchi.

Nouvelles Annales de la Construction, Januari. Herstellingsoord voor zieke kinderen te Muhlhausen (Elzas), met 2 platen. — Gemetselde viaduct over de Esk (spoorweg van Scarborough naar Whitby), met plaat. — Gebruik van zout tot opruiming van sneeuw. — Nieuwe formule ter berekening van den weerstand tegen samendrukking, gepaard met doorbuiging. — Bepaling der voegen bij elliptische gewelven. — Rechtspraak.

Engineering, Januari 7. Straatreiniging te Parijs. — De geschiedenis van plaatselijke besturen. — Amerik. Ver. van Werkt, mgrs.: geschiedenis der stoommachine, wrijving in tandwielen en niet-condenseerende machines, baggermachines. — Ingezonden stukken: Raadgeving oni op schepen, die petroleum vervoeren, uitsluitend electrisch licht te gebruiken, middel tot harden van stalen gereedschap, klinknaad voor stoomketels. — Gemengde berichten: Vermelding van het overlijden van den heer Dirks, verbond tusschen Belgische en Duitsche ijzerfabrikanten omtrent het inschrijven voor de levering van rails, het Russische Perekop-kanaal in de Krim enz. — Litholine, een ketelsteen oplossend middel vooral in gipshoudend water. — Levensbeschrijving van W. ÜRich. — Kaarsengietmachine (geïllustr.) — Stalen projectielen. — Administratie van de vloot. — De telegraafkabels voor het wereldverkeer. — Bernsteins electr. verlichting (geïllustr.) — Pittsburg. Kleine mededeelingen. — Allan's drukmeter voor stoomketels (geïllustr.) — Triple expansie machines van de Warrington (geïllustr.) Wellen met behulp van electriciteit (geïllustr.) — Beschrijving van zes Russische kruisers, in aanbouw voor het Russ. gouvernement.

(1) Te Amsterdam verleende in 1886 de brandweer, behalve bij 733 schoorsteenbranden, hulp bij 839 binnenbranden (812 kleine en 21 groote), 48 uitslaande branden (36 kleine en 12 groote), 16 buitengewone branden en 4 scheepsbranden.

BeoordeeSing en aankondiging van technische werken.

Van de hand van den heer P. E. Ekama verscheen dezer dagen bij de firma Gebr. J. & H. van Langenhuijsen eene verhandeling getiteld: »De wiskundige berekening en meetkundige samenstelling van. wissels en kruisingen in gebogen spoorbanen."

Allen lol verdient de moed, die er toe behoort om van een zoo geheel speciaal onderdeel der ingenieurs-wetenschappen zulk eene uitvoerige studie uit te werken; des te meer zal daarom dit weik gewaardeerd worden door ieder die, op dit gebied werkzaam, m ae