Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1919. No. 4i NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

541

Bij voldoende deelneming zal daarvoor de groote zaal in «'t Boekhuis», Heerengracht 124-128, te Amsterdam, zoodanig Worden ingericht met boxes, stoelen, tafels, telefooncel enz., dat eens per week alle belanghebbenden in het graphisch bedrijf gelegenheid zullen hebben elkander te ontboeten, om zoodoende hun zaken in den kortst mogelijken tijd op de voor hen voordeeligsfe wijze af te doen.

Op deze beurzen zal de uitgever dus in de gelegenheid zijn eene uitgave persoonlijk bet den papierhandelaar, den drukker, den binder en den zincograaf te bespreken, bij Welke bespreking de papierhandelaar zijn Monsters bij de hand heeft, de drukker *ijne letterproeven kan toonen, de binder en zincograaf hunne modellen gereed hebben. Een gehoorvrije telefooncel geeft bovendien ieder gelegenheid zich onmiddellijk met eigen hoofdkantoor in verbinding te stellen.

Voorts bieden deze beurzen gelegenheid *0t bevordering van het verkeer tusschen uitgever en debitant, die elkander daar bunnen ontmoeten om speciale condities voor exploitatie te bespreken.

Den chefs van groote firma's, die niet de gelegenheid hebben hunne groote afnemers Persoonlijk te bezoeken, doch die wel een Uur per week kunnen vrij maken voor een bezoek ter beurze, wordt daar de gelegenheid geboden met hunne cliënten kennis te baken en daardoor in nauwer relatie te komen.

De contributie voor het lidmaatschap der **eurs bedraagt ƒ 7.50 per jaar; de prijs van een box, waarvan er negen aanwezig 2ljn, is ƒ 100 per jaar. Men dient zich voor beide te verbinden voor drie jaar.

Zoodra door het Bestuur der Vereeniging v°ldoende bewijzen van deelneming zijn °ntvangen, zal eene constitueerende vergadering van deelnemers worden gehouden, ^elke vijf beurs-commissarissen zal kiezen, eze beurs-commissarissen hebben het agelijksch bestuur over de Beurs en veregenwoordigen de beursbezoekers tegenover de Vereeniging. Het financieel beheer blijft in handen van en Penningmeester der Vereeniging ter be> prdering van de belangen des Boekhandels, le qualitate qua een der vijf beurs-comm'ssarissen is.

Inbeslagneming van «De hel». — De

inbeslagneming van exemplaren van «De hel», door Henri Barbusse, in Rotterdam en 's-Gravenhage begonnen, zijn gevolgd door meerdere in andere plaatsen: Haarlem, Alkmaar, Den Helder e. a. Van de uitwerking dezer inbeslagnemingen moet men zich echter niet te veel voorstellen; - bij den eenen boekhandelaar in eene plaats worden de aanwezige exemplaren in beslag genomen, terwijl een ander boekhandelaar rustig verder verkoopt.

Het eerste bericht, volgens hetwelk de inbeslagneming zou zijn geschied op grond van art. 240 Wetboek van strafrecht is onjuist ; de inbeslagnemingen te Rotterdam en 's-Gravenhage .werden uitgevoerd door de politie, op last van den procureur-generaal, echter zonder eenige opgave omtrent de reden van het beslag. Zelfs aan de politie was deze niet bekend. In overige plaatsen werden de inbeslagnemingen gelast door de officieren van justitie, daartoe van hoogerhand uitgenoodigd; een lastgeving als in het ressort waar Rotterdam en 's-Gravenhage onder vallen, werd elders echter niet verstrekt.

De uitgever van het boek, de heer Em. Querido, te Amsterdam, heeft aan den minister van justitie een verzoekschrift gezonden, waarvan de strekking is, niet anderen, doch hemzelf, den uitgever, aansprakelijk te stellen voor het delict dat men in het betroffen boek wil zien. De heer Querido vertrouwde voorts zijne belangen toe aan den heer mr. Ed. Polak, in het jaar 1912 gepromoveerd op een proefschrift, getiteld «De artt. 240 en 451 bis W. v. S. beschouwd in hun verhouding tot kunst en wetenschap».

Gaan wij in Nederland een tijd tegemoet, waarin de hooge gerechtelijke ambtenaren zullen uitmaken wat zedekwetsend is en wat niet, - niet dus, datgene straffen wat zedekwetsend is. Eenigen tijd geleden werd door de regeering de toezegging gedaan, dat zij toezicht zou oefenen op de in de stationskiosken uitgestalde lectuur, thans volgt de inbeslagneming van een literair werk. Dient men hierin het begin van een toezicht van regeering en justitie op het gebied der letterkunde te zien?

«De hel» van Henri Barbusse, thans in beslag genomen, is geen pornografisch werk. Het is zeer wel mogelijk, zelfs zeker, dat

Sluiten