Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'542

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

1919. No. 41

een zeker deel der bevolking zich in zijne gevoelens gekrenkt acht door het bestaan van een boek als «De hel», dat zij overigens volstrekt niet behoeft te lezen. Doch zoolang daartegenover staat eene meerderheid van ontwikkelde lezers, die in zulk een boek een kunstwerk zien, is het element pornografie, dat, bedoelt de zeden - dus óók die der ontwikkelden - te kwetsen, buitengesloten. Wanneer dus niettemin de ambtenaren der justitie een boek dat de belangstelling der ontwikkelden heeft, als pornografie gaat veroordeelen en in beslag nemen, dan geeft zij hierdoor het bewijs, dat zij nog niet het geestelijk niveau heeft bereikt, waarop het beste deel onzer bevolking zich bevindt. Dit deel der bevolking bevindt zich dus op een terrein, dat de ambtenaren der justitie rijp achten voor strafrechtelijke bemoeiingen.

De inbeslagneming van «De hel» heeft in de pers veel bespreking en afkeuring gevonden ; wij doen hieronder volgen eenige regels uit wat de heer Johan de Meester in de .Nieuwe Rotterdamsche Courant' van deze gebeurtenis zegt:

«deze Hel is géén boek voor de

menigte. Behoeven we te verzekeren dat het, als kunstwerk beoordeeld, daar allerminst minder om is? En is het, na bovenstaande vertaling van Maeterlinck's oordeel, nog noodig te zeggen, dat de confiscatie van dit kunstwerk ons verbaast?

«Veertien dagen nadat 'slands regeering bij monde van minister De Visser en met de daad van een rijksgratificatie, waarin we gaarne een literair pensioen begroeten, aan Willem Kloos heeft hulde gebracht, gaat er van een der hoogste vertakkingen onzer rechterlijke-macht een «dwangbevel» uit, dat zoowel met de letterkundige beginselen van den gevierden dichter-criticus als met heel de literaire praktijk, door den invloed van Willem Kloos en de andere Tachtigers in Nederland mogelijk geworden, lijnrecht in strijd is».

En verder:

En de onvrijheid, plotseling blijkend bij den maatregel tegen De Hel, doet zonderling aan na de hulde aan Kloos, met drie overheidsdaden gebracht».

Schoonheid In drukwerk. — Voor de afdeeling Amsterdam der Nederlandsche Vereeniging van chefs in het grafisch bedrijf hield de heer C. A. Lion Cachet op Donderdag 22 Mei, des avonds te 8 uur, in het gebouw «Neptunus» eene lezing over het onderwerp «Schoonheid in drukwerk». Strekking der voordracht, welke geheel het karakter droeg van eene causerie, en door tal van verwijzingen naar producten der boekdrukkunst, der grafische kunst, eigen arbeid en arbeid van andere kunstenaars van dezen tijd belangwekkend werd, was er op te wijzen, dat vroegere drukwerken over het algemeen mooier waren dan de tegenwoordige.

Met een groot aantal voorbeelden verduidelijkte de heer Lion Cachet zijne voordracht, welke slechts door een klein aantal belangstellenden werd bijgewoond.

Uit het buitenland

«Gabrielens Spitzen. Zwei Novellen», door Grethe Auer, zal verschijnen bij de uitgeversfirma Egon Fleischel & Co., te Berlijn.

«Sous les pins tranquilles», roman, door Paul Margueritte, zal verschijnen bij de uitgevers-firma Plon-Nourrit & Cie., te Parijs.

«Le monstre», roman, door Gaston Chérau, zal verschijnen bij den uitgever Ernest Flammarion, te Parijs.

«Un roman d'amour a Java», door Robert Chauvelot, zal verschijnen bij den uitgever Eugène Fasquelle, te Parijs.

De Duitsche boekhandel in 1918. — Aan

het jaarverslag van den Verein der Buchhandler te Leipzig ontleenen wij de volgende mededeelingen omtrent den toestand van den boekhandel in Duitschland gedurende het afgeloopen jaar.

De vraag naar ontwikkelende en onderhoudslectuur nam gestadig toe tot aan het uitbreken der revolutie. Met deze ving plotseling aan eene daling, ongeacht de behoefte aan kerstmislectuur. Afgezien van de orders der debitanten, bereikte ook de veldboekhandel een omzet, welke zelfs niet vermoed had kunnen worden. De groote behoefte en de vaak door de navraag en het gebrek aafl papier sterk slinkende voorraden der gangbare werken deden eene nieuwe figuur ontstaan.

Sluiten