Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 61 —

zit te koekeloeren. Een landeigenaar heeft het beter dan de koning'. Jij bent alleenheerscher over alles wat je ziet. Van jou hangt het wel en wee van honderden af. Je wenkt en het gebeurt, je spreekt enhet is er, je kent geen weerstand, geen verzet. Alles buigt voor je wil!"

Maar Banner dacht aan Judith en hoewel hij bij de woorden van zijn vriend, zich verheugde over zijn groote macht, voelde hij toch, dat er één verhouding was, waarin zijn macht niet voldoende was. dat hij één tegenstander had, die zich nog niet gebogen had. voor zijn wil.

Zij kwamen aan een kruisweg, waar Ström op Judiths verzoek de ar liet keeren. Deze vloog pijlsnel voorbij die van Banner. Hij zag hun stralende gezichten, hoorde hoe ze hem vroolijk toeriepen, en toen waren ze weer ver weg. Zijn heerschzucht werd op nieuw gewekt. Hij wilde zijn macht doen gelden, daar, zooals overal elders. Hij liet zijn ar keeren en de rit naar huis begon.

De zon ging onder. Haar laatste stralen deden aarde en hemel blozen. De kleuren speelden van 't, lichtste oranje in 't violet en loodgrijs, naarmate de stralende bol achter de verre bosscben en heuvels verdween.

»Doe nu een wensch, eer de zon verdwijnt, dan wordt die vervuld!" zei Hellman.

»Dan wou ik...." barstte Banner uit, maar zweeg toen plotseling.

»Dat is een beste wensch! Die wordt zeker vervuld ! Nu! ik wensch dan, dat het eten op tafel staat, als we thuis komen."

Nu verhief het landgoed met het heerenhuis zich vóór hen als een feeënpaleis. Door de tallooze vensters straalde het kaarslicht naar buiten.

»Wel, is dat nu niet mooi? Ja, als ik geen componist was, dan zou ik landeigenaar willen zijn! Dat moot toch heerlijk zijn."

De andere ar was al de plaats opgereden. Ström stond in de sneeuw en liefkoosde den grooten hond, die, tegen zijn gewoonte, vriendelijk bij hem opsprong. Judith leunde tegen de leuning van de stoep en sprak met hem. De staljongen was met de dampende paarden bezig.

Banner wierp den knecht de teugels toe, sprong van de ar en (loot den hond. Hij zag niet graag, dat die zich door een ander liet liefkozen.

De zalen en de kamers van de grootste tot de kleinste waren verlicht en verwarmd. Het was een mooie suite van verscheidene kamers en terwijl hij er doorheen liep, wreef Hellman zich de handen en genoot van al die weelde, schoonheid en comfort, die hem omgaven. Spiegels en prisma's weerkaatsten het licht met dubbelèn glans. Hij voelde met welbehagen

Bijlage van » Woord en Beeld" 1899. AH. 7.

de warmte van de groote haarden om zich been. Kleine zilveren schalen met reukwerk, die voor het vuur hingen, verbreidden een lichten geur. De vloerkleeden waren zóó zacht, dat zijn voeten er in weg zonken. Ouderwetsche, rijk. uitgesneden stoelen werden afgewisseld door elegante moderne salonineubels. Bronzen beeldjes, antieke candclabres, Venetiaansche spiegels, vazen uil. Pompeji, ingelegde tafels, fraai gevormde schotels en bloemstukken streelden betoog, waar men heen zag. Ook aan zeldzame en kostbare planten was er geen gebrek. En de aan eenvoud gewende man genoot van dit alles. Hij was zelfs zóó verdiept in zijn bewondering, dat hij liet. middageten vergat, tot eindelijk Banner hein op de schouders sloeg en zei:

»Nu Hellman, je wensch is vervuld, het eten staat oj) tafel. Mag ik de eer hebben?"

En hij geleidde hein met groote plechtigheid, aan tafel.

Het was een tafel, die fonkelde van zilver en fijn geslepen kristal, vol vruchten, bloemen en lijn porcelein. Banner had order gegeven het kostbaarste en fraaiste, wat het huis bezat, voor den dag te halen, niet om er mee te pronken, maar omdat hij wist dat zijn gast er plezier in zou hebben. En Hellman genoot met volle teugen.

»Ik houd zooveel van pracht," zei hij sik zou zoo graag minstens éénmaal in het jaar van zilveren borden eten, al was bet ook maar een kippenboutje en een mondjevol confituren."

Maar er was iets bizonders bij dit feest, dat Banner voor den vriend van zijn jeugd gaf. Het dienen ging zwijgend; zelfs Hellman vermeed den knecht zijn gewonen raad en aanwijzingen te geven: hij voelde dat het nu niet passen, zou. De wijn parelde in de glazen, de stemming was geanimeerd en het vroolijkst van allen was de vrouw des huizes, betooverend in haar schoonheid; het was als weerkaatste zij al het licht en de pracht om haar heen.

De architect zat naast haar, één en al bewondering; zij kwam hem voor als een schoonheidsopenbaring en hij had voor niets oogen en gedachten, dan voor haai'. Ook Banner schertste en lachte, maar hij verloor geen oogenblik zijn vrouw en haar jongen aanbidder uit het gezicht. De wijn vuurde zijn levensgeesten aan en scherpte zijn zinnen; zij kwam hem schoener voor en meer begeerlijk dan ooit te voren, en nu was zij misschien op liet punt onherroepelijk voor hem verloren te gaan. Dat zou niet gebeuren! — wanneer hij het tenminste verhinderen kon.

De stemming steeg. Hellman had den eersten, plechtigen indruk overwonnen, sloeg humoristische toasten en haalde oude herinneringen op. Banner hielp hem daarin en vervulde op onberispelijke wijze

Sluiten