Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 66 -

Toen hij opstond om heen te gaan, reikte zij hem do hand: »Als ik gelukkig word, reken u er dan maar op dat ik alles zal doen, wat in mijn macht staat, om allen om mij heen gelukkig te maken."

Hij drukte haar hand hartelijk, hoog en ging heen. Toen hij weg was, stond zij een poos in gedachten verzonken. Toen ging zij naar de deur en sloot die af.

Zij ging naar haar stoel terug, wierp er zich voor op de kniëen en hegon te hidden met het hoofd in de handen.

»Als Gij bestaat 1 — Als Gij mij hoort" — want er was nog altijd twijfel, in het diepst van haar ziel. Toen schrikte zij van wat ze deed en had op nieuw. Wel zonder dat »als" op de lippen, maar aldoor met den twijfel in haar hart. — Neen! zij kon niet bidden!

Ze voelde dat haar gedachten weggleden van het gebed. Zij was ze niet meester; ze kon zich niet tot innigheid stemmen, moe en slap als ze was na dien doorwaakten nacht. Haar hoofd zonk op haar borst, zij zag haar man voor zich, hoorde zijn stem, en zij strekte de armen uit en bad tot hem, smeekte hem zich over haar te erbarmen, haar te vergeven, haar lief te hebben, nu en in alle eeuwigheid. — Ze schrikte op uit haar droom en was ontsteld over wat ze gedaan had. — En weer spande zij zich in, dwong haar gedachten van hem weg, richtte ze op God. en begon op nieuw te bidden. En eindelijk gelukte het haar zich tot zulk een extase op te werken, dat zij meende zich in diepen ootmoed te buigen voor Hem, die het heelal houdt in Zijn hand.

»Gij, die het onmogelijke mogelijk maakt, geef mij dit ééne! Gij, die zoo rijk en zoo goed zijt, geef mij dit beetje geluk, waaraan mijn leven hangt, en mijn ziel, die verbitterd werd. door tegenspoed, en door smart versteend, zal zacht worden door geluk, verootmoedigd door Uwe onverdiende genade! Neem mijn leven, als Ge wilt, maar geef me één dag, één enkelen maar, dat hij me lief heeft! — Laat me oogsten wat ik niet gezaaid heb, laat mij winnen, wat ik versmaadde. Ik verdien het niet; maar ik zal ernaar streven het waard te worden. Al is het een wouder.... ja ik geloof dat het een wonder is; maar doe het, Heer! Neem uit mijn hart weg wat ik dwaas genoeg was te gelooven: het geloof, dat ik zelf mijn lot bepaal en bepaald heb; dat iedere handeling een andere ten gevolge heeft, dat alles oorzaak en gevolgis, een. keten, door mij zelf gemaakt. Leer mij, dat aan U is de macht en de eer en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen."

De lunch was reeds lang afgeloopen toen Judith de huiskamer binnentrad. Haar hart bonsde toen zij de deur open deed; zij wist nauwelijks of het een verlichting of een teleurstelling was toen zij Hellman alleen in de kamer vond. Banner was uitgereden. Ström was naar de kerk gegaan om de uitgesneden eikenhouten deuren van de banken uit te teekenen. Hellman legde het boek, waarin hij zat te lezen, bij haar binnentreden neer.

»Goede morgen, mevrouw! De zon is wat laat opgegaan vandaag, dunkt me."

Zij glimlachte en trok een stoel bij den haard tegenover hem.

»En u zit hier maar zoo alleen. Ik kan niet zeggen, dat wij attent voor onze gasten zijn."

»Ach, Banner beeft voor mijn amusement gezorgd eer hij ine verliet," en hij wees op het boek.

»\Vat is dat voor een boek?"

»Wat mythologische snorrepijperij! Men kan daaruit zien hoe geraffineerd de oude goden ons arme menschen plaagden, als wij ons hun ongenade op den hals haalden. Men kan kiezen tusschen als Maisyas gevild te worden, of geradbraakt als Ixion, of als Loke over drie scherpe steenen gespannen te worden. De keus is lastig."

»Maar in die oude sagen ligt toch heel wat verborgen wijsheid."

»Ja, daar hebt u gelijk aan," zei Hellman ernstiger »ik ken Tantalussen, Sisyphussen en Ixions genoeg, en ik ben blij dat ik hun lot niet behoef te deelen, maar tevreden en vergenoegd leef met mijn bescheiden lot."

»'t Is moeilijk altijd tevreden te zijn."

»Dat is het ook. Dat bereikt men maar op twee manieren in de wereld, namelijk door. ..."

»Te berusten!" viel Judith hem in de rede.

»0 neen, heelemaal niet, dat is iets wat dominees en filosofen bedacht hebben. Neen, door wat uit te voeren en door iemand innig en onzelfzuchtig lief te hebben. Gelukkig zijn dat wegen, die voor ieder open staan."

Zij wilde liever op dit onderwerp niet ingaan, en zij vroeg: «Welke vindt u de beste? De straffen van de Grieksche of van de. Noorsche goden?" ■

»De Noorsche," antwoordde .Hellman. sWant Ixion ligt alleen op zijn rad, maar bij Loke staat Sigyn zacht en liefdevol."

Het bloed steeg judith naar de wangen, zij begreep wat er komen zou.

«Bewondert u Sigyn zoo?" vroeg zij, alleen om wat te zeggen.

»Ja zeker doe ik dat. Ziet u, Loke heeft haar niet lief en geeft haar misschien niet eens een vriendelijk woord, terwijl zij daar geduldig en trouw blijft

Sluiten