Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 96 —

»Je kunt immers scheiden I" «Dat is onmogelijk I"

»En ben je dan niet groot genoeg je over de vormen heen te zetten?" herhaalde ze ironisch.

«Dat is het niet. Maar waarom zou ik het doen? Welk recht heb ik Astrid verdriet te doen?"

«Ja juist. Maar je vindt het heel natuurlijk mij te compromitteeren. Houd je meer van je vrouw dan van mij ? Of vind je mij soms een wezen van lager soort? Ik ben even fatsoenlijk als zij. Maar hier moet een eind aan komen. Ik ga morgen weg."

»Jutta, neem niet de laatste zonnestraal uit mijn leven weg. Verdraag mijn liefde. Meer vraag ik niet. — Maar wat je eischt is onmogelijk. Meen je dat Astrid in een scheiding toestemt? Zij heeft me lief. Jutta, ik kan niet anders handelen dan ik doe."

«August, bekommer je niet om mij. Ik zie in, dat ik. hier veel kwaad, gesticht heb. Je hebt je vrouw lief en ik heb verkeerd gedaan met me tusschen jelui in te dringen. Mijn besluit is genomen. Ik ga morgen een betrekking zoeken. Ik zal wel wat vinden als gouvernante of juffrouw van gezelschap. Als ik weg ben, vergeet jelui me wel en zal je gelukkigwezen met je brave vrouw."

August zag haar wanhopend aan. »Ik begrijp het wel. Je begeert mijn hand, niet mijn hart. Welnu verlang wat je wilt; maar ga niet heen! Ten slotte zal ik je liefde wel winnen."

Ze herhaalde: «Laat je scheiden. Je behoeft haar immers niet te compromitteeren. Probeer haar te bewegen daarin toe te stemmen. Er zal wel 't een of ander in haar leven zijn, dat je daar het recht toe geeft. Ze is toch ook maar een mensch."

«Ja. ... ik heb haar eens. . . . verrast,. . . . toen er een jonge man aan haar voeten lag,. . . . maar. ..." Hij kon niet uitspreken.

Astrid stond voor hem, bleek en kalm. Als de bliksem voor zijn voeten was ingeslagen had August niet meer verschrikt kunnen zijn. Onwillekeurig strekte hij afwerend, de armen uit.

«Zij daar," sprak Astrid en wees op Jutta, «is me geen woord waard. Maar jou, August! heb ik een woord te zeggen. Je bent een stumper, wat meer is je bent een ellendeling! Nu zie ik in, dat je dat al lang waart. Vandaag heb je ons huwelijk beter ontbonden dan ooit een scheiding doen kan. Ik ben je .vrouw niet langer."

Hij lag voor haar op de knieën en dacht niet meer aan Jutta. Hij wilde haar hand grijpen en kussen; maar ze trok die met weerzin terug.

«Ik voel niets meer voor je. Je bent me nu onverschillig — niet omdat je me ontrouw waart; maar om je onuitsprekelijke lafheid. Door jou laat ik me niet vertrappen."

Hij lag op den grond en schreide met 't gezicht in zijn handen verborgen.

«Vergeef me" smeekte hij.

Jutta zag hem met verachting aan. Astrid verliet de kamer en kort daarna het huis.

Elisabeth zat voor haar schrijftafel, toen haar zuster binnen kwam.

«Dag Astrid. Je kunt nog juist met ons meêeten. Doe je goed af ... maar wat scheelt je? Ben je ziek? Je ziet er zoo vreemd uit."

Ze bracht haar naar de sofa en ging naast haar zitten. «Toe zeg het me. Wat scheelt er aan?" En Astrid vertelde haar wat er in de laatste maanden, dagen en uren gebeurd, was, afgebroken en onsamenhangend, maar toch duidelijk genoeg, en naar mate ze sprak verdween haar met moeite verworven zelfbeheersching en ze gaf haar droefheid vrije uiting.

Elisabeth hoorde haar aan, sprakeloos van ontzetting, toen ze hoorde hoe haar zuster, die ze gelukkigwaande, geleden had. Eerst toen Astrid haar om hulp en steun vroeg, omdat ze niets meer met haar man te maken wilde hebben en niets meer van hem aannemen, zei ze hartelijk :

«Ja, natuurlijk zal ik je helpen. En als ik er iets aan doen kan, zal je nooit meer naar den onwaardige teruggaan, die je bedrogen heeft. Neen — vergeef het hem niet. Beschouw van nu af mijn huis als je eigen."

Astrid dankte haar met een handdruk, toen juist Dr. Bang binnenkwam.

«Wat scheelt mijn lieve schoonzuster?" vroeg hij, verbaasd over Astrids lijdend uitzien.

Elisabeth vertelde heftig en verontwaardigd, wat er gebeurd was.

De dokter luisterde kalm.

«Is 't je plan, je man te verlaten?" vroeg hij Astrid. »Ja."

«Omdat haar man nu eens een andere dame een beetje 't hof maakt, gaat een vrouw toch niet scheiden."

«Ik weet niet wat «een. vrouw" doet," antwoordde Astrid kortaf. «Ik handel naar mijn eigen overtuiging en ik ga niet naar hem terug."

«En waar wil je dan blijven?" vroeg de dokter koel.

«Hier!" riep Elisabeth uit; «natuurlijk hier, Edward. Je zult Astrid toch je huis niet weigeren."

«Neen, maar ik wil niet rneèhelpen, om een schandaal te maken, dat zooals Astrid wel weet, ook anderen dan haar alleen raakt."

Elisabeth fronste de wenkbrauwen. «Je hebt zeker niet begrepen, wat er gebeurd is," zei ze.

Sluiten