Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

254

Zij, die dit Biet ontvangen hebben of meer exemplaren verlangen, vragen s. v. p. aan; van deze duidelijke verklaring van het Darwinisme is zeker veel te plaatsen.

Arnhem, 5 Aug. 1869. J. Heuvelink. [1575]

Alom verzonden N°. 1 van een bundel: GODSDIENSTIGE TOESPRAKEN UITGESPROKEN IN DE LIJDENSWEKEN EN OP DE CHRISTELIJKE FEESTDAGEN, bijeenverzameld door W. de Meijier. Prijs pro compleet ƒ1,80.

Vrij algemeen heb ik N°. 1 in commissie gezonden.

Wie lust heeft met dit Tijdschrift te werken, wordt verzocht een grooter getal in commissie aan te vragen. Het rabat is 20°/„ en 15 cents extra korting voor ieder exemplaar dat mij van heden af wordt opgegeven, premie 7/6J, 13/12.

Het is te plaatsen bij ieder modern Protestant.

Uitgave van I. de Haan te Krommenie. [1576]

Broese & Comp. te Breda, geven uit: WET TOT REGELING VAN HET ONDERWIJS BIJ DE KONINKLIJKE MILITAIRE AKADEMIE. Netto 8 cent, verk. 10 cent.

Per 10 ex. a 7f ct.; 30 a 7 ct.; 50 a 6i ct.; 100 k 6 ct. Wordt niet dan voor rekening geleverd. [15771

INTERNATIONALE TENTOONSTELLING IN HET PALEIS VOOR VOLKSVLIJT.

De algemeene, Fransche Catalogus is heden verschenen. De prijs is ƒ0,90 part. met 20°/o rabat. Aanvragen voor rekening zullen onmiddelijk beantwoord worden.

Ik herinner dat de Loten a 25 cent voortaan alleen a contant geleverd worden.

Amsterdam, 13 Ang. 1869. K. H. Schadd. [1578]

Gemengde Berichten.

Het ietwat vinnig artikeltje in het Zondagsblad van 15 dezer, geteekend: «Eenige leden der Vereeniging", zou ik onbeantwoord laten, indien niet sommigen, die niet de jongste Vergadering bijwoonden, daaruit verkeerde gevolgtrekkingen konden maken.

De voorstelling van de zaak, zooals die in bedoeld art. gegeven wordt, is verre van juist. Vermoedelijk zijn de gezamenlijke stellers er van een weinig verstrooid van gedachten geweest, toen zij van onzen Voorzitter de belofte van onzen Minister van Justitie hoorden mededeelen; want hetgeen ik van de zaak vermeld heb, mag wel degelijk bekend zijn en gerust door andere nieuwsbladen worden overgenomen. Iedereen mag weten dat onze Minister de belofte deed van een nieuwe wet op de drukpers in te zullen dienen, en met geen de minste vrees dat ik daardoor »voor een deel onze eigen glazen inwerp" herhaal ik deze tijding voor ieder die er belang in stelt.

Zijn de schrijvers van bedoeld stukje werkelijk van plan «later meer omstandig op deze zaak terug te komen", dan veroorloof ik mij hun in bedenking te geven vooral niet overhaast iets neêr te schrijven, want allicht zouden zij dan gevaar Ioopen hunne verplichting als leden onzer Vereeniging in deze teedere kwestie te verzaken.

Aangenaam zal het mij zijn indien het Zondagsblad verder niet misbruikt wordt om grofheden op te nemen als het jongste nummer ons een te lezen gaf. Het kan de bedoeling van onzen geachten uitgever niet zijn om daarin polemiek te laten openen tegen het Nieuwsblad. Alle opmerkingen dus over stukken, die in het Nieuwsblad zijn verschenen, verzoek ik, zooals trouwens maar aan weinigen nog onbekend is, aan mijn adres te richten. Zoomin de redactie van het Zondagsblad als den heer van 't Haafï behoeft men daarmede lastig te vallen, immers nimmer gaf ik een bewijs van partijdigheid ten opz!chte der opname van ook direct tegen mij gerichte artikelen, mits men slechts met open vizier durfde strijden.

Amsterdam, 16 Aug. 1869. G L Funke.

Tot aanvulling van ons beknopt verslag van de vergadering der Vereeniging, dd. 9 Aug. jl deelen wij nog mede dat vooral ook de heer P Keaat Jr. levendig deel nam aan de gedachtewisseling in zake het Nieuwsblad en dat na afloop der werkzaamheden de verrraderine als gewoonlijk besloten werd met een vriendschappelijk maal in het lokaal de Keizerskroon. Mocht het buiten den geheelen dag door en ook des avonds alles behalve aangenaam heeten, door den aanhoudenden regen en het gure weder, binnen de muren heerschte niets dan gezelligheid en schitterde menig oog van genoegen. De toasten door den tafelvoorzitter, B. van Dijk, en door zoovele anderen ingesteld werden van harte beantwoord en door menig pittig woord gekruid'

terwijl geestige liedjes, van welbekende pennen afkomstig, medewerkten tot eene vroolijke stemming. Zeer te recht was door den leider van 't feest begrepen dat de gewone pauze tusschen het diner en het dessert ditmaal geen plaats mocht hebben: daardoor toch bleef het gezelschap, ruim 80 man sterk, tot circa 10 uur compleet bijeen en bleef er den geheelen avond door een alleraangenaamsten toon heerschen. Na afloop van het maal trokken de leden, deels naar hun logis, dat enkelen door het overdrukke bezoek van de hoofdstad moeielijk genoeg te krijgen was, en ook een groot deel bracht verder den avond door op het terrein van 't Paleis voor Volksvlijt, van waar zij ten slotte door duchtige regenbuien naar huis gedreven werden.

Belangstelling in de gehouden fondsveilingen van den heer G. Theod. Bom (waarvan wij den afloop in dit nummer mededeelen) hield voorts een groot aantal leden nog een twee- of drietal dagen van huis; vele profiteerden bovendien van de weinige tusschenuren om de Tentoonstelling van voorwerpen ten nutte van den handwerksman, en andere merkwaardigheden van de hoofdstad te bezichtigen, zoodat deze samenkomst in Amsterdam zoowel leerrijke als aangename herinneringen zal verschaffen.

Blijkens eene voor ons liggende circulaire, is de heer C. Zwaardemaker te Deventer voornemens om met 15 Sept. te beginnen, een blad uit te geven, dat bestemd is om het publiek op de hoogte te houden van het nieuws van den dag op letterkundig gebied. Zonder zich bij bloote titelopgaven te bepalen, zal dat blad alle belangrijke uitgaven bespreken, een overzicht geven van de buitenlandsche nieuwe boeken van algemeen belang, den inhoud van tijdschriften, boekverkoopen, muziek en verdere uitgaven op kunstgebied — kortom al wat met ons vak in verband staat en voor het publiek belang heeft, zal in - Onze Tolk" een plaatsje vinden.

Met het plan dezer uitgave zal wel ieder onzer zeer ingenomen zijn. Het hangt er nu maar van af, of het blad door een goede redactie zich aangenaam zal maken bij zijne lezers, en zoo de heer Zwaardemaker en zijne medewerkers in dat opzicht den rechten toon weten aan te slaan , twijfelen wij niet aan het succes dat hem te wachten staat en de goede werking die zijn blad op het publiek hebben zal. Uitgevers, zoowel als debitanten onder ons, zullen hem dan ook in deze poging tot uitbreiding van hun debiet gaarne ondersteunen en hem met ons toewenschen, dat hij bij zijne niet zoo gemakkelijke taak ieders sympathie zal kunnen verdienen.

In het gebouw van de Munt te Parijs is een museum bijeengebracht van postzegels uit de geheele wereld, dat des dinsdag en vrijdags van 11—5 uur voor het publiek is geopend.

Hoewel deze collectie nog niet compleet mag heeten, vormt zij toch reeds een zeer merkwaardig overzicht van het voornaamste dat van dien aard in de 5 werelddeelen werd geproduceerd. Haast iedere natie heeftin die postmerken iets karakteristieks gelegd, zoo b. v. geeft Engeland op die van elk zijner koloniën eene afbeelding van het voornaamste product uit die kolonie; Westelijk Australië draagt een zwarten zwaan; Peru een lama; Chili het portret van Columbus; Salvador een vuurspuwenden berg; de Argentijnsche republiek de portretten der generaals San Martin, Belgrano en Uvadaria; Griekenland het beeld van Mercurius. De kostbaarsten uit die postzegels zijn ongetwijfeld die van de Engelsch-Indische compagnie die eene reeks zegels heeft voor haar eigen gebruik, waarvan de minste de waarde eener ana (7|- ct.) en de grootste die van 1000 ropijen (ƒ1200) bedraagt. Het kunstigst bewerkt zijn die van Turkije; zij stellen voor de halve maan in 't midden en aan de vier hoeken het jaartal der Mohammed, tijdrekening, dat der regeering, den naam van den Sultan en de waarde van het zegel, alles in Oostersche karakters uitkomende op een allerkeurigst gegraveerd veld, welk geheel er zeer bevallig en zelfs koket uitziet. Die van Italie's vroegere kleine staten zijn 't slechtst van allen bewerktDe invoering der postzegels geschiedde door Engeland iD 1848, door België in 1849, door Pruissen in 1850. Dit zijn de eersten. De jongste postzegels dateren van 1861 van Hannover, 1862 Oldenburg, 1864 Mecklenburg, 1865 Sleeswijk-Holstein, 1867 Noord-Duitscheu Bond en 1868 Finland.

Correspondentie.

Uit Deventer ontvangen eene opgaaf van «gevraagde leerboeken" zonder aanwijzing van inzender; — de geëerde schrijver gelieve zijn naam op te geven, aangezien de opname daarnaar wacht.

Nog ontvangen een ongeteekende «Advertentie", postmerk Borculo, die om dezelfde reden niet is opgenomen.

De Uitgever.

gedrukt nu c. bi.ommendjal.

Sluiten