Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

766

NIEUWSBLAD VOOR

Voorstel VI, VII en VIII worden vervolgens met algemeene stemmen aangenomen.

Bij het laatste voorstel dankt de Voorzitter de Commissie tot reorganisatie van de Vakschool, welke vervolgens bij acclamatie wordt herbenoemd.

Voorstel IX wordt met algemeene stemmen aangenomen; bij voorstel X, betreffende het niet meer sluiten van het Bestelhuis op den verjaardag der Koningin, stemt de heer W. P. van Stockum jr. tegen.

Voorstel XI wordt na korte discussie ingetrokken.

Van Voorstel XII worden het eerste en derde gedeelte aangenomen, het tweede is door aanneming van Voorstel III vervallen.

Voorstel XIII wordt verworpen.

Van voorstel XIV worden de beide eerste gedeelten verworpen, het laatste aangenomen, Zoo ook Voorstel XV en XVI. De begrooting van 1920 wordt goedgekeurd.

De heer Paul Nijhoff wordt voor het verder gedeelte van het jaar 1919 benoemd tot Penningmeester en zoo ook voor het jaar 1920.

Tot penningmeester van het Ondersteuningsfonds wordt benoemd de heerL. J. Veen.

Als accountant wordt aangewezen de heer H. J. Wegerif, als kassiers- en bankiersfirma de firma Westendorp.

De heer W. P. van Stockum jr. dankt den Voorzitter, den heer A. B. van Holkema voor zijne leiding.

De vergadering wordt hierna gesloten.

Aan het diner dat een geanimeerd en aangenaam verloop had, werd deelgenomen door ongeveer vijftig personen. Tafelvoorzitter was de heer F. A. V e r b e e k j r.

De heer Paul Nijhoff bracht een dronk uit aan de scheidende Bestuursleden de heeren H. D. Tjeenk Willink jr. en H. E. Stenfert Kroese, de heer H. D. Tjeénk Willink jr. aan de nieuwe Bestuursleden de heeren J. C. Tadema, A. B. van Holkema en F. A. Verbeek jr.; de heer A. B. van Holkema wijdde een dronk aan de B. H. B. (Bronner, Harting, Bausch); de heer J. C. T a d e m a aan de eereleden de heeren W. P. van Stockum jr. en U. A. C. Proost; de heer H. A. S t e n f e r t Kroese aan den heer Paul Nijhoff, de heer J. M. Holtz aan de nieuwe leden; de heer C. M. v a n Stockum aan den heer A. B. van Holkema; verdere toosten werden ge-

DEN BOEKHANDEL 1919. No. 55

houden door de heeren U. A. C. Proost en W. de Haan.

De inbeslagneming van «De hel». —

Mr. Ernst Polak schrijft in het Weekblad van het Recht:

Wie zich, na eenige couranten-berichten omtrent de teruggave door de politie van in beslag genomen exemplaren van «De hel», de illusie had gemaakt, dat de zaak nu wel zou doodbloeden, blijkt bedrogen uit te komen. Wat toch is b.v. in Rotterdam geschied? De betrokken boekhandelaar - en het zullen er meer zijn, want de na te noemen missieve is een met de schrijfmachine doorgeslagen schrijven - ontving zijne exemplaren op 16 Juli j.1. terug met een begeleidenden brief van den officier van justitie. In dit schrijven maakt de officier den boekhandelaar «opmerkzaam op den voor de eerbaarheid aanstootelijken inhoud van dat boek, speciaal op de passages daarin voorkomende in het voorwoord van den vertaler en op de bladzijden 20-29, 33-41, 60-65, 70-72, 77-81, 160, 167-169, 221-226, zulks opdat u bij verdere handelingen met dat boek van den inhoud niet onkundig zult zijn». Volgt de tekst van art. 240 W. v. Sr.

De boekhandelaar, die natuurlijk blij is zijne exemplaren terug te hebben, etaleert weer. Bedrogen illusie: eenige dagen later volgt nieuwe inbeslagneming. Hieruit blijkt dus, dat die teruggave niet is geschied omdat de justitie den inhoud van 't boek niet «aanstootelijk voor de eerbaarheid» achtte, doch omdat niet vaststond, dat de boekhandelaar met den inhoud bekend was, welke bekendheid een der elementen van art. 240 Sr, is. Het briefje van den officier heeft nu voor dat ontbrekende gezorgd. Ik weet niet, M. de R., of ik hier juist doe, te denken aan een agent provocateur. Misschien niet. Maar men denkt toch wel even aan dat «vliegende blaadje» van het oude art. 240, dat zich aan iemand, zijns ondanks, opdrong. Als wij nu tegenwoordig van «geschriften» spreken, die zich niet zoo opdringen, maar die men nauwkeurig moet lezen, dan zal de justitie er met een kleinen bladwijzer wel voor zorgen, dat u het zoeken gemakkelijk wordt gemaakt. Arme, onbedorven boekhandelaarsziel, overigens geen onbelangrijk element van Nederlandsch intellect.

Maar als nu werkelijk de justitie, d. w. z.

Sluiten