is toegevoegd aan je favorieten.

Nieuwsblad voor den boekhandel jrg 69, 1902, no 61, 01-08-1902

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NIEUWSBLAD VOOR DEN BOEKHANDEL

369

op schoolboeken, landkaarten en leermiddelen, als op de jaarlijks meer dan twaalf maal verschijnende tijdschriften, eenige korting, noch a contant, noch op rekening, wordt toegestaan; en dat: .

2e bij verkoop, van artikelen met vallende onder I, op rekening of a contant, binnen Berlijn 5°/0, daarbuiten 't zij 2%. 't ziJ in Selieel geen 1—...m-rlt tnpcrpstaan.

Aan deze bepalingen hebbe ieder boekhandelaar ,„.,„ 10 hnnden. Hij wordt er trouwens toe

gedwongen, te eenre door de uitgevers, die hem

zijn rabat weigeren, ten anaere aoor aen corseiiverein, jegens welken bijna alle uitgevers zich verbonden hebben, aan diegenen in den boekhandel die door den Verein als inbreuk-plegers, dader of tusschenpersoon, zijn aangewezen, niet meer te leveren dan tegen den particulieren prijs. Bij elk voorkomend geval wordt de toepassing van dezen maatregel aan den duitschen boekhandel bekend gemaakt door eene circulaire.

Gutenberg's eerste drukwerk volgens Otto Hupp.

Door Ch. Enschedé.

In het jaar 1896 ontdekte de antikwaar Ludwig

t> -v,,i t, VTimrhpn in een particuliere biblio

,™ hekwerk, een missaal bevattende,

afkomstig uit de boekerij van het klooster te c;„t Hi,=;m dat de. biizondere aandacht trok van

allen, die belang stellen in de oudste produkten der 'boekdrukkunst. Gedrukt met de kleine typen van het beroemde Psalter van 1457 van FustQr-Wffpr werd dit werk in 1898 door Otto Hupp

beschreven, die het niet alleen beschouwde als een voorlooper van het genoemde Psalter, maar zelfs den druk trachtte terug te brengen tot dien duisteren tijd, in welken Gutenberg zich onledig hield met proefnemingen in de kunst, waarvan de Duitschers de uitvinding hem zoo gaarne toeschrijven. Natuurlijk bleven de tegenstanders niet achterwege hnnner/iids nogingen aan te wenden om de bewering

van den heer Hupp teniet te doen en zoo werkten r.nk 7Ü er toe mede om aan het «missale speciale»

een groote vermaardheid te geven. De opmerk¬

zaamheid van de biblioplulen wera intusstucu nog vermeerderd toen in 1899 in de bibliotheek van het Benedictijner klooster St. Paul te Levanthal in Karinthië een verkort missaal werd gevonden, dat zooveel overeenkomst met het Münchener exemplaar vertoonde, dat met zekerheid kon worden vattcrp^pld. dat èn inhoud èn typographische be¬

werking van beide missalen nauw aan elkander verwant zijn. De tentoonstelling te Mainz in 1900 bracht de beide werken onder de oogen van de vele bezoekers en dank zij de liberaliteit van de Duitsche bibliographen en voornamelijk die van den Mainzer Stadsbibliothecaris Dr. Velke, werd o^r, oor, ipdpr de gelegenheid gegeven deze zeld¬

zame drukken nader te onderzoeken. Uit den aard ,w trokken zij ook mij aan, en bij mijn

bezoek aan de Gutenberg-tentoonstelling maakte

ook ik gaarne gebruik van de tot mij gericnie uitnoodiging de beide missalen eens nauwkeurig met elkander te vergelijken en mij te overtuigen van de juistheid der bewering, dat zij tot de alleroudste drukwerken moeten worden gerekend, te behooren. Hoewel volkomen instemmende met hen, die dezen missalen een hoogen ouderdom toekennen, geloof ik toch niet, dat zij afkomstig zijn van de drukkerij van Gutenberg uit zijn vroegste drukkersperiode en ik liet ze daarom in mijn «Technisch r,nri«.T»nolr<, hniten nadere beschouwing. Nu even¬

wel de heer Hupp, daartoe aangespoord door

de tegenkanting, die zijn meening ondervonden heeft, zich onnieuw aangordt*) Gutenberg's arbeid

aan de missalen te bewijzen, wil ik ook mijne

zienswijze in het licht stellen, en tevens maaK ik van deze gelegenheid gebruik om mij te verdedigen tegen de aanvallen, die de schrijver tegen mijn betoog over de uitvindingsquaestie heeft gericht.

Het jongste geschrift van den heer Hupp, dat tot titel heeft «Gutenberg's erste Drucke», kan „„..„„,.i;;i, h<w dpplen onderscheiden.

, ..1... r,m het missale

Met eerste oevai uei "««"6 - —

speciale en het daaraan verwante missale abbre-

viatum tot de vroegste druKKen van uuiw^6 terug te voeren, terwijl het tweede een uiteenzetting

van des schrijvers meenmg inhoudt, noe ae oeweerde uitvinder tot het drukken met beweegbare

gegoten typen is gekomen.

De bekende plaats m de Reulscne KronieK, iuc als historisch document zulk een krachtig bewijs

vnnr bptwen ik technisch meende te Kunnen

verklaren, voert de schrijver in zijn laatste studie

slechts ter loops aan. Hij noemt het een praatje, waaraan niet heel veel gewicht moet worden gehecht.

Opmerkelijk is deze uitspraak na de bespreking van die kroniek in het eerste geschrift (blz. 28 1), waar wij lezen, dat het verhaal van Zeil met alleen een der «wichtigste» en de oudst «eingehende» bron is, welke wij over de uitvinding van de boekdrnkU.mst bezitten, maar ook dat Zell's mededee-

lingen van groot belang zijn, als zijnde hij te

Mainz bij Schoeffer in diens drukkerij werKzaaw geweest. De hollandsche Donaat echter ging de hoor H„nr, destiids stilzwijgend voorbij. Intus-

schen erkent de schrijver nu (blz. 07 li), aai aunan= Zeil aan het praatje geloof schonk en zonder twijfel de bedoeling had te doen uitkomen, dat Gutenberg zijn vinding ontleend had aan de in Holland van houtblokken gedrukte Donaten. Een poging om rit. 9 rem meuten te ontzenuwen, die ik voor de

onhoudbaarheid dezer stelling meende te mogen aanvoeren, zoek ik in Hupp's werk te vergeefs, ja wat nog sterker is, hij gaat ook den grond voorbij, dien de heer Schreiber in het Mainzer Fostsrhrift aangaf om de onbestaanbaarheid van

den houten vorm, die voor den druk der Donaten zou hebben gediend, aan te toonen. Hoewel Schreiber's gezag in technische aangelegenheden voor m;i niot hiister croot is en zijn beweegredenen

niet altijd steekhoudend zijn (men denke slechts aan de redenen, die hij aangaf mij niet meer te millpn antwoorden) zoo is toch dit stilzwijgen van

den heer Hupp opmerkelijk omdat hij in andere

opzichten herhaaldelijk een Deroep uoci op ^ wetenschap van dezen volgens hem zoo voortreffelijken kenner van oude houtsneden.

In een noot (blz. 67 II) wordt mij het verwijt gedaan, dat ik in mijn studie geen afbeeldingen van de drukwerken heb gegeven, waarop ik tot staving mijner meening mij heb beroepen. Dat heb ik om twee redenen gelaten. In de eerste r,l!,3t<: omdat miin werkje dan te kostbaar zou

geworden zijn (het werk van den heer Hupp, 86 bladzijden 4°. kost 18 Mark!) en in de tweede en voornaamste plaats, omdat reproductiën voor een technisch onderzoek niet alleen onvoldoende zijn, maar erger nog, den onderzoeker op den verkeerden weg leiden. De gietfouten, om slechts een voorbeeld te noemen, laten zich alleen herkennen bij een nauwkeurige beschouwing van het origineel. De details, die de lettergieter behoeft, om de

*) Gemakshalve noem ik bij verwijzing naar de

beide geschnlten van aen neer nu^, »

het onlangs uitgekomenc II.

gietmethode te beoordeelen, welke gevolgd is bij den aanmaak der typen, gaan bij de photografische reproductie alle te loor en wanneer een warm Gutenbergiaan den lust mocht gevoelen te trachten mij van mijne «dwaling» te overtuigen dan zal hij noodzakelijk een reis naar Den Haag of Haarlem moeten ondernemen, evengoed als ik mijn wetenschap heb opgedaan op de Mainzer tentoonstelling en bij mijn bezoek aan verschillende Duitsche bibliotheken. Dankzij de persoonlijke kennismaking met de beide missalen kan ik de fraaie lichtdrukkpn hennrdeelpn. dip aan het welk van den heer

Hupp zijn toegevoegd, doch de schrijver zelf zal mij gelijk geven, wanneer ik beweer, dat slechts de origineelen in staat zijn mij de zekerheid te geven, dat de typen door in Abklatschen» zijn verkregen en dat zij toen zij voor de missalen werden gebruikt reeds vroeger voor andere drukwerken hadden dienst gedaan. «Die besten Kopien reichen zu feinen Typenvergleichungen nicht aus» zegt

de heer Hupp (blz. 23 I) en wanneer wijnuwuien doordringen tot de kern van het lettergieterswezen dan wordt er nog heel wat anders gevergd.

Zonder zich verder te bekommeren over de vraag hoe Gutenberg tot zijn vinding gekomen is, meent de heer Hupp dat het vast staat, dat hij in Straatsburg met zijn geheime kunst niets anders uitoefende dan de boekdrukkunst en dat hij zich toen reeds onledig hield met de voorbereidende proeven van het lettergietersbedrijf, dat hij eerst

te Mainz zou hebben voltooid. Het is den schrijver onbegrijpelijk hoe men in die kunst het boekbin¬

dersvak heeft kunnen zien en hij verwerpt dan ook verre van zich mijne opvatting, die hij aan een uit mijn «Technisch onderzoek» gedeelttlijk overgenomen zinsnede ontleent, «dat het voor de hand ligt, dat wij hier te doen hebben met de uitoefening van het boekbindersvak, waarin door Gutenberg enkele nieuwigheden werden toegepast.0 nio nnmerkino- ar.ht ik onverdiend. Want mijn

geheele verhandeling over het Straatsburger proces strekte juist om te betoogen, dat de geheime kunst van Gutenberg ons tot op het huidige oogenblik nog even onbekend is gebleven als zij dat was ten tijde van het gevoerde proces. De gegevens die ons ten dienste staan om er uit wijste worden, zijn ten eenenmale onvoldoende, doch, zoo zeide ik, «wil men die geheime kunst dan met geweld verband doen houden met het boek, dan ligt het

toch -veeleer voor de hand etc.» Mij dunkt,

duidelijker kan het wel niet gezegd worden, dat ook ik geen voorstander ben om in de geheime

kunst het boekbindersbedrijf te erkennen.

De behandeling van het Straatsburger proces heeft voor mij iets komisch. Gegeven een aantal woorden, wordt gevraagd die zoo te rangschikken en te gebruiken, dat een dragelijk verhaal wordt samengesteld. Een bezwarende omstandigheid is natuurlijk i. c. dat dat verhaal den aanvang van de boekdrukkunst (lettergieterij) tot onderwerp moet hebben, maar het vraagstuk wordt vergemakkelijkt omdat de woorden zoo vraag en onzeker zijn, dat men met hunne beteekenis nog al de vrije hand heeft. De heer Hupp nu maakt een handig gebruik van de woorden en gelooft of liever houdt het voor zeer wel mogelijk, dat Gutenberg te Straatsburg bezig was te drukken van gegoten platen, door «abklatschen» verkregen van looden matrijzen, waarin door middel van stempels eenige regels waren ingedrukt. Het woord «Stücke» verzet zich tegen die opvatting niet. Een geleerde taalkundige verklaart den heer Hupp dat onder dat woord allerhande gietwerk kan verstaan worden tot zelfs het militaire geschut inkluis. En om de mogelijkheid van zijn systeem verder aan te toonen