is toegevoegd aan je favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 72, 1915 [volgno 10]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

muziekliteratuur; zijn scherp geformuleerd, helder, ruim en welwillend oordeel. Dat alles, bleek ook uit het vroeger besproken eerste deel.

Hier, waar tijdperken uit de muziekgeschiedenis worden behandeld die ons veel nader staan dan de oudheid en de vroege middeneeuwen, springt nog in 't oog de aardige manier waarop kleine, maar zeer belangrijke bizonderheden, als ter loops worden meegedeeld, maar toch samen eene verzameling van importante feiten vormen.

Ik leerde uit dit boek, dat een jaar voor Caccini zijn „Nuove musiche „uitgaf, in Engeland verschenen is" the first book of Ayres" van Kobebt Jones, wien dus de prioriteit zou toekomen ; ik vond, dat Pubcell de eerste was die het „begeleide recitatief" aanwendde, en dat het woord „Cantate" voor 'teerst is gebruikt door Alessandeo G-bandi. Bizonderheden, die voor de meesten nieuw moeten zijn, vindt men in groote getale, b.v. (blz. 197) hoe de kardinaal Richelieu, die verliefd was op Anna van Oostenbijk, voor deze prinses „eigenbeenig" eene Sarabande danste; (blz. 454) rapporten over de praestaties en hoedanigheden van de zangeressen der Opera, die weinig vleiend voor haar uitvielen, en (blz. 455) vermakelijke verhalen van maatregelen genomen om balsturige zangers en zangeressen tot rede te brengen; ten slotte — o schande! —(bldz. 466) dat voor de voorstellingen te Parijs, van Mozart's don Juan, waarvoor Kalkbbenner de verantwoordelijkheid droeg, de geheele partituur met 3 bazuinen was „aangedikt."

Puntige gezegden, treffende uitspraken, men vindt ze over het gansche boek verspreid! Ik doe eenige grepen: (blz. 208) „II y a beaucoup d'artistes chrétiens; ü y a peu d'art chrétien „pur;" — (blz. 470) over Beethoven:" c'était un trop grand musicien, pour qu'il réussit au „théatre;" — en als tegenhanger (blz. 496): „Rossini appartient a une categorie de musi„ciens, moins rares qu'on ne pense: il aimait peu la musique"; Die gezegden bevatten eene schat van wijsheid; en wijsheid spreekt ook uit de volgende woorden:" waarom oordeelen door vergelijking? Vergelijken is altijd, onrecht doen aan iemand of iets".

"Waar ik, tot nu, over dit boek slechts goeds zeggen kan, spijt het mij te moeten constateeren, dat — waarschijnlijk door dat de uitgave te haastig is geschied — dit tweede deel, in tegenstelling tot het eerste, een aantal onjuistheden bevat, die wel-is-waar geen enkel kardinaal punt betreffen, maar niettemin het boek ontsieren, en gemakkelijk te vermijden, of te verbeteren waren geweest. Op blz. 163, waar een titel van oude Sonates (van Schenenstühl) wordt aangehaald, is „meistens für Frauenzimmer componirt" vertaald door: „composées principalement pour les chambres (sic!!) des dames"; op (blz. 165) heet de Deensche provincie Seeland in 't Fransch „Zélande", waardoor Buxtehude, die in die streek geboren is, tot Zeeuw geproclameerd wordt; op blz. 270 heet Mozaet in 1789 „enfant"; zijn geboortejaar is 1756.

De aardige uitdrukking die Hegel toepaste op de kleine-terts toonsoort: „eim gelaugneter Üur-Akkord", vertaalt Combaeieüx (blz. 279) met „une altération de majeur". Hier ontbreekt het begrip „loochenen" ten eenen male.

En er zijn nog meer van die flaters! Mozaets sterfdag wordt op 15 December gezet; het moet 5 zijn; van Swieten, de direkteur der hof bibliotheek te Weenen, heet bij Combaeieüx van Svieten; de organist van den Eeden, de leermeester van Beethoven, van den Ceden. Onder de liederen van Schubeet wordt genoemd „Planète de Kolma". Uren heb ik naar

262