is toegevoegd aan uw favorieten.

Caecilia; algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 72, 1915 [volgno 12]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gecomponeerd door den orkestmeester B. Ruloffs ')• En wel eigenaardig, dat terwijl het in die dagen — trouwens nog vele jaren nadien — niet noodig werd geoordeeld op de concerten gedrukte programma's te verstrekken — wij vinden alleen geschrevene, die dan zeker in enkele exemplaren in de concertzaal werden opgehangen — eigenaardig, dat van die muzikale spectacelstukken uitvoerige programma's in druk werden uitgedeeld. Trouwens, de menschen zouden er anders geen touw aan hebben kunnen vastknoopen. Van Ruloffs' Veldslag is de volgende gedetailleerde toelichting bewaard:

No. 1. Largo, stellende den morgen stond voor. In het midden van hetzelve is eene algemeene stilte, bij welke gelegenheid men, van verre, eenige musquetschoten van de voorposten hoort; waarna hetzelfde Largo vervolgd wordt. Men hoort weder eenige musquetschoten, en een alarm schot. De tambours staan alarm.

Een trompetter blaast, ten einde het paardenvolk te doen opzitten. Hierna hoort men twee seinschoten.

No. 2. Generale marsch, waarin, van tijd tot tijd, het getrappel der paarden van de ruiterij vernomen wordt. Het bevel der generaals, om den aanval te doen door een zwaar seinschot. No. 3. Veldslag. Wanorde van den veldslag, waarop een stilte volgt en appèl wordt geblazen. No. 4. Een dragonder-marsch. No. 5. Een curassiers-marsch.

No. 6. De veldslag wordt met meer moed hervat en tot overwinning voortgezet. Gedurende den veldslag hoort men, van tijd tot tijd, het grof geschut, peletonvuur, en het geklik klak der zijdgeweeren, alsook de draf en de galop der paarden; op eenige plaatsen, waar niet geschoten wordt, doet zich het muzijk weder hooren. Dit muzijkstuk eindigt gematigd, duidende daardoor het wijken der verwinnelingen aan. Algemeene stilte.

Ten teeken der volledige overwinning, wordt de triumph door trompetten en keteltrommen aangeduid.

No. 7. Klaagmuzijk, voor gekwetsten en stervenden.

No. 8. Doodenmarsch, ter begraving; bij de infanterij drie salvoos.

No. 9. Marsch tot het aftreden van het kerkhof, waarna de trompetten den afmarsch blazen.

No. 10. Marsch bij het begraven der officieren van de kavallerij met drie salvoos.

No. 11. Infantrij trekt met derzelve gewonden in marsch af.

No. 12. Curassiers trekken af.

No. 13. Dragonder-marsch.

No. 14. Huzaren-marsch.

No. 15. Marsch voor de pandouren of het vrijcorps. No. 16. Jager-marsch. No. 17. Grenadiers-marsch.

No. 18 Victorie. Groot Muzijkstuk, waarin alle instrumenten, van tijd tot tijd, en driewerf een triumph doen hooren. In het midden van hetzelve wordt, bij eene kleine stilte, geschoten. No. 19. Tot slot een vlug muzijkstuk (Prestissimo).

•1 B. Bjüloffs. 1737 geb. te Amsterdam en aldaar overleden 1801, directeur van het stadsschouwburg-orkest en van dat van Felix Meritis. Heeft veel gecomponeerd — ook opera's, waarvoor hn' zelf den tekst schreef. Bekend ook door een nieuwe bewerking van de muziek van Kloris en Boosje.

339