is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

353

storm, die de residentie Timor in Maart 1882 teisterde, inzonderheid zijne verwoestingen in deze afdeeling had aangericht. „ Door een geweldige storm, die woningen, veldgewassen en vruchtboomen ter aarde sloeg, werd in Maart 1882 inzonderheid de bevolking van Eotti en Savoe zeer geteisterd. Op het vernemen van de ramp werden eenige handelaren te Koepang door het bestuur aangespoord om rijst en djagong naar de noodlijdende plaatsen aan te voeren. Eenige honderden pikols rijst werden dientengevolge op beide eilanden aangebracht, waardoor voorshands eene voldoende voorziening in de behoefte aan voedingsmiddelen werd verkregen."

In het laatste verslag (1884) dat wij nog hebben kunnen inzien, is het op Eotti en Savoe: tout est pour le mieux dans le meilleur des mondes. De hoofden en het volk zijn er over 't algemeen zeer aan het gouvernement gehecht. „Hoogst zelden doen zich aldaar ernstige geschillen voor. In vergelijking van andere gedeelten van het gewest zijn de toestanden op Eotti 't gunstigst te noemen. Het is het eenige eiland van den Timor-Archipel waar men wegen en bruggen aantreft en de veiligheid van personen en goederen laat er weinig te wenschen over. Velen der radja's zijn vrij degelijke lieden. Vaak gebeurt het dat de radja's, die zich aan wanbestuur schuldig maken door de kiesgerechtigden worden afgezet. In 1883 is dit met vier hunner het geval geweest. Twee der verdienstelijkste Eottineesche radja's, die van Dengka en Oenale, werden door het gouvernement ter belooning van hunne plichtsbetrachting met de gouden medaille begiftigd."

Dat uit een paedagogisch oogpunt beschouwd de afdeeling, die wij nu op het oog hebben, zich in veel grootere-sympathie dan welk ander gedeelte van den Timor-Archipel ook, heeft mogen verheugen, valt reeds dadelijk in 't oog bij het raadplegen van de statistieke opgaven van die plaatsen waar lagere scholen voor inlanders gevestigd zijn. Blijkens de Begeeringalmanak van 1874 waren op het geheele eiland Timor (natuurlijk het Nederlandsch gedeelte) gevestigd: een openbare lagere