is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

450

De heer Wilfrid Blunt, een Arabiseerend Engelschinan, die lang onder Moslems leefde en eene diepe studie van den Islam heeft gemaakt, getuigt aldus van den vromen zin die de Moslems bezielt:

„Tot dusver toont de Islam geen zweem van ongeloovigheid. De Musuiman van den tegenwoordigen tijd, welke rang hij ook mag bekleeden, gelooft met even absoluut vertrouwen als de Christenen uit het tijdperk der Hervorming. Met uitzondering hier en daar van een valschen bekeerde, of, hetgeen nog zeldzamer is, van een geëuropeaniseerden ongeloovige van de moderne type, bestaat er nergens eenig Mohamedaansch scepticus, dat wil zeggen een Moslem, die niet gelooft in de goddelijke zending van Mohammed. Hij mag al zijne beroepsplichten verzuimen, schuldig zijn aan alle misdaden, elke wet vertreden hebben — hij mag de slechtste en meest gedepraveerde kerel wezen — of, andersom, hij mag de taal en tot zekere hoogte de geestesrichting van Europa aangenomen hebben, en, wat oneindig zeldzamer is, hij mag zelfs een spotter en godslasteraar zijn ; — toch beweer ik dat hij in zijn binnenste desniettemin stellig gelooft dat de Koran het boek der waarheid is, of dat op den jongsten dag des oordeels hij aangetroffen zal worden onder degenen, die de hel (Jehannem) ontkomen door de vaste erkenning van God en zijn apostel. Vreemde anecdoten zijn mij door geloofwaardige personen verhaald ter bevestiging van het voorgaande ten aanzien van Musuimanen. Iemand, die in de omgeving van Euad Pacha, de meest Europeesche der Ottoman diplomaten, gedurende zijne laatste dagen te Nice was, heeft mij verzekerd dat hij al zijn tijd besteedde aan het reciteeren en het van buiten leeren van den Koran. Een ander musuiman, bijgenaamd de Voltaire van den Islam, volbracht zijne gebeden en buigingen met nauwkeurige regelmatigheid wanneer hij zich alleen bevond; en een derde, evenzeer bekend als een scepticus, stierf aan godsdienstwaanzin. Al degenen, die veel verkeerd hebben met musuimanen, moeten getroffen zijn geweest door