is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 14, 1885 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

469

dweepzieken of vreesachtigen steun vonden en waaraan het gros van de hoofden en bevolking geheel vreemd bleef, werden bf tijdig verijdeld, zooals in November 1884 het geval was met een plan om Fort van der Capellen aan te vallen, bfin de geboorte gesmoord, zpoals in Maart jl., toen eenige kwaadwilligen zich in de omstreken van Solok verzameld hadden, maar door de militaire macht zonder veel moeite werden uiteengedreven. Eenigen der onruststokers vielen achtereenvolgens in handen van het bestuur, dat zich in hunne vervolging ijverig geholpen zag door hoofden en bevolking, die algemeen, evenals de eigenlijk gezegde geestelijkheid, afkeuring over het gebeurde te kennen gaven. Was reeds spoedig de hand gelegd op den hoofdaanlegger van het komplot tegen Eort van der Capellen (een wegens misdrijf veroordeeld gewezen larashoofd van Salimpaoeng), volgens berichten van 't laatst van April is ook de voornaamste raddraaier van het gebeurde in Solok, zekere Toeankoe di Tabing, gevat.

In de reeds genoemde onderafdeeling Toba (residentie Tapanoli) deden zich weder moeilijkheden voor, die de zending van eene militaire expeditie noodzakelijk maakten, ditmaal tegen het op 2 uur gaans van Baligé gelegen landschap Tangga Batoe, welks hoofden, teleurgesteld dat zij onder gouvernementsgezag hunne vroegere veerooverijen niet ongestraft konden voortzetten, halsstarrig weigerden naar Baligé op te komen om zich wegens een nieuw misdrijf van dien aard voor de rapat te verantwoorden. Vertrouwende op de veronderstelde onneembaarheid van hunne ook door de natuur versterkte nieuwe nederzetting (hunne oude, gemakkelijke toegankelijke kampongs hadden zij ontruimd), schenen de Tangga Batoesche hoofden te meenen dat weigering om aan de bevelen onzer ambtenaren te gehoorzamen genoeg was om zich van 's Gouvernements gezag los te maken. Toch ontbrak het niet aan herhaalde minnelijke pogingen onzerzijds om hen tot andere gedachten te brengen, waartoe eerst de resident van Tapanoli en ten laatste de gouverneur zelf zich