is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 4]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

197

binnen mijn bereik te hebben gebruikt om een zóó groote ramp als de Egyptische oorlog te voorkomen zou een misdaad zijn geweest, en ieder lid van het voorgaande gouvernement begrijpt dit volkomen. Te beweren dus, dat mijn twist met de officieele wereld in Engeland mij er toe geleid heeft het officialisme in Indie aan de kaak te stellen, is mij onrecht aandoen. Voorzeker, mijne ervaring van de officieele wegen in Egypte bracht mij op het spoor van misbruiken in het verre Oosten, doch zij had geen invloed op mijn oordeel, laat staan dat zij mij tot wraakneming aangespoord zou hebben. Kairo-diplomatie maakte mij de diplomatie van Hyderabad duidelijk, evenals de landbouwende ellenden van de Delta mij voor de landbouwende ellenden van Deccan voorbereidden; doch mijne handelingen in Egypte hadden geen invloed op bet standpunt dat ik voor Indie innam. In beide gevallen handelden ik om onrecht te voorkomen; en ik verheug mij dat ik aldus handelde. Doch ik had geen andere drijfveer.

Het is tevens der moeite waard degenen, die mijn „Ideën omtrent Indie" verklaren als het resultaat van mijn persoonlijke teleurstelling omtrent Egypte, uit te leggen dat zij in groote trekken vast stonden en veel scherper uitgedrukt werden, eenige jaren vóór Egypte een belang in mijn leven werd. Mijn eerste bezoek aan Indie had plaats in 1879, en het was toen, terwijl ik lord Lytton's gast te Peterhof was, niet leefde met de inlandsche Indiërs, maar dagelijks verkeerde met de hoogst geplaatste Anglo-Indische ambtenaren, de Strachey's, de Batten's, de Lyall's, dat voor het eerst de gedachte bij mij opkwam dat Indie zelfzuchtig en onwijs geregeerd wordt. Ik kan gelukkig brieven aanhalen, die ik destijds mijn staatkundige vrienden schreef, en die ik de vrijheid neem te citeeren, niet wegens hunne innerlijke waarde, want zij zijn te overdreven en te zorgeloos gesteld, doch omdat zij bewijzen dat, toen ik, vijf jaren later, mijn „Ideëu" schreef, niet Egypte noch verhalen van inlandsche ontevredenheid mij inspireerden, maar gedachten die zich reeds te voren bij mij op-