is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (1e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

474

tegen het gezag. Dit laatste nu heeft Li-yung fu ook gedaan, voordat hij zijne diensten beschikbaar stelde om de Eransche troepen in Tong-king te bevechten, en de kans bestaat, dat wanneer hij zichzelven niet weet te beschermen, hem die vroegere zonden zullen worden ingepeperd. Daarbij komt nog, dat nu de oorlog in Tong-king geëindigd is, eene persoonlijkheid als generaal Liu, wederom een gevaarlijk element wordt aan het hoofd van zijne Zwartvlaggen, nu er geen emplooi voor hem en de zijnen is te vinden. Soldaten van hun ambacht worden, zoodra een algemeene vrede hen in een toestand van werkeloosheid brengt, licht muiters, vrijbuiters, kwaadwilligen, of hoe men ze noemen wil, in elk geval eene belasting voor eene ook maar eenigszins geordende maatschappij, gelijk zelfs het zuidergedeelte van China is.

Generaal Liu heeft reeds eenen wenk ontvangen, dat de groote mandarijnen in China niet bang voor hem zijn. Op eene vastgestelde audiëntie bij den vice-koning heeft hij lang moeten wachten, voordat hij in de tegenwoordigheid van Zijne Excellentie werd toegelaten.

Coöperatie van Chineesche visschers. —Het belangrijkste visschersstation is ten zuiden van Swatow. Wanneer — en dit komt nog al dikwijls voor — slecht weer en andere oorzaken de visschers aan land houden, wijden zij zich aan kleine industrieën, waarvoor de zee hun de grondstof levert. De moeielijkheden van hun bedrijf hebben de visschers er toe geleid om vereenigingen te vormen, ten einde zich te verdedigen tegen de roofzucht der mandarijnen en elkander onderling bijtestaan. Te Haï-meun, bij Swatow, hebben ze zelfs een machtige vereeniging opgericht. Daar bezitten zij een groot gebouw, waarin zij elkaar spreken en hun zaken overwegen en een open ruimte waar de visch wordt gewogen en verkocht ten overstaan van een meester-weger. Niet ver