is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

50

en gemakkelijk opengekapt kan worden," zooals de eigenaardige Battaksche spreekwijzen luiden, waarmede men te kennen wil geven, dat een of ander meisje nog aprendre is, — dan gaan de zaken niet zooals het behoort.

„ Doch laten wij de toekomst niet vooruitloopen en ons verheugen over de goede zorgen, waarvan deze kleinen het voorwerp zijn en die ze beloonen door op de school zich ordelijk en vlijtig te gedragen. De kleine zendingsschool, hier een afzonderlijk gebouw, was geheel gevuld toen de kinderen er binnen waren gegaan en neergehurkt zaten voor de lage bankjes, die tot schrijf- en leestafels dienden. Lezen en schrijven, rekenen, Bijbelsche geschiedenis en zang vormen de vakken van het onderwijs. Inlandsche meesters helpen den zendeling in de school tegen een klein salaris met veel ijver. Het nederige gebouwtje zinkt als in het niet bij de groote, ruime en fraaie gouvernementschool, die sinds eenigen tijd te Boenga Bondar tegenover de zendingsschool is verrezen; doch de bevolking van de laatstgenoemde overtreft ver die van de andere school. In weerwil van het flinke lokaal, van de nette banken en de met milde, ja kwistige hand verstrekte leermiddelen, hadden slechts weinigen er hunne kinderen heen gezonden, zoodat zij slechts een zestiental leerlingen telde tegenover de zestig, die van den zendeling onderwijs ontvangen. De gouvernements-onderwijzer was een Christen, en misschien lag het wel hieraan, dat de heidensche en Mohammedaansche Battaks van den omtrek aan zijne school hunne voorkeur niet schonken.

„Het Gouvernement had het onderwijs in het Sipiroksche zonder schade wel geheel aan de zendelingen kunnen overlaten, evenals dit vóór weinige jaren nog geschiedde, toen er ook eene tamelijk bloeiende kweekschool voor onderwijzers te Prau Sorat bestond, eerst onder de leiding van Dr. Schreiber, vervolgens onder die van den heer Leipoldt. De ondervinding had althans geleerd, dat ook de Mohammedaansche Battaks niet ongeneigd waren om van de zendingsscholen voor hunne