is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 15, 1886 (2e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

99

avanceerde de jemadar en zijn twintig sepoys, en begon Baugh en den sergeant-majoor te stampen met de kolf van hunne geweren. Op dit oogenblik naderde een Mohammedaansche ordonnans, die Baugh uit zijn huis gevolgd was, en arresteerde Mungal Pandy, juist toen deze weder zijn geweer had geladen. Hij werd gevolgd door generaal Hearsey en andere officieren. De generaal trok een pistool uit zijn gordel en reed naar de kwartierwacht, beval de manschappen naar hun post te keeren en dreigde met eigen handen op den eersten sepoy te schieten die de bevelen dorst te trotseeren. Deze stoute daad imponeerde het geheele regiment, en de storm dreef weg juist toen hij over het station zou losbarsten.

Twee dagen later was er eene plechtige parade te Barrackpore. De geheele beschikbare Europeesche macht was aanwezig, waaronder het regiment van Rangoon en een vleugel en twee batterijen van Dumdum. Het 19<ie inlandsch regiment trok Barrackpore binnen, berouwvol en beschaamd. Zij hadden om vergeving gepetioneerd, doch er was geen pardon voor muiterij. De orders van Lord Canning werden overluid gelezen, waarbij de misdaad uiteengezet, de ongerijmdheid hunner vrees betoogd en de ontbinding gelast werd. De manschappen legden de wapenen neer en gingen heen. Het 19de inlandsch regiment had opgehouden te zijn.

Het 34ste inlandsche infanterie werd nog eenige weken gespaard. Mungal Pandy en de jemadar werden vervolgd, veroordeeld en gehangen, doch de plaag der muiterij was niet gestuit. Geen sepoy wilde de lieden der kwartierwacht aanwijzen, die de Europeesche officieren aangevallen waren. April ging echter voorbij en niets werd gedaan.

Tegelijkertijd waren er onaangename rapporten uit Oudh. Sir Henry Lawrence, de nieuwe oppercommissaris, streefde er naar de grieven der talukdars te herstellen, doch was belemmerd door den muitenden geest der sepoys. Hij had te doen met vier sepoy regimenten van het Bengaalsche leger: drie