is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 6]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

393

geacht om tot in Wadelai te kunnen komen. Thans echter zijn er ook militairen noodig, en daarom hoopt men, dat de Rijksdag de zaak financieel zal willen steunen. Een millioen mark zal er minstens noodig zijn. De expeditie zou dan militaire stations landwaarts in willen vestigen en langzaam voorwaarts rukken.

Dat Duitschland echter het pleit in Afrika niet zoo spoedig zal opgeven als de eerste wedervaren teleurstellingen het sommige Duitschers doen raadzaam achten, mag op goede gronden aangenomen worden. Hiervan strekt tot bewijs onder andere de dezer dagen te Keulen gehouden openbare vergadering ter beraadslaging over „ bestrijding van den slavenhandel". De oproeping tot deze bijeenkomst was gedaan door mannen uit alle partijen in de Rijnprovincie en heeft ten volle beantwoord aan hunne verwachting, dat het niet zou ontbreken aan belangstelling en samenwerking op het neutraal gebied van het vraagstuk. De groote Gürzenich-zaal, alwaar de vergadering werd gehouden, was tot op de gaanderij zoo bezet, dat ten laatste vele honderden moesten terugkeeren, doordien er geen mogelijkheid meer bestond om binnen te gaan. Onder anderen waren er de provinciale Oberpresident, de aartsbisschop van Keulen, de superintendent-generaal der Evangelische Kerk in de Rijnprovincie, de regeeringspresidenten der provincie, verscheidene hooge ambtenaren van justitie, vertegenwoordigers uit alle afdeelingen van dienst, ook hooge militairen en onder de overige belangstellenden een zeer groot aantal dames.

De vergadering werd door den Geh. Commercienrath Eugen Langen namens het comité van oproeping geopend. Nadat vervolgens dit comité tot een bestuur geconstitueerd was, nam de daaruit benoemde voorzitter, de Oberstaatsanwalt 'Hamm, het woord, ten einde het doel der bijeenkomst nader toe te lichten. Als sprekers volgden de godsdienstonderwijzer Hespers, de luitenant Wissmann en dr. Eabri, na wier voordrachten de volgende besluiten werden genomen: