is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

429

teekende er prijs op moet stellen dat de zaak in Indie grondig behandeld wordt, vindt hij nog geen aanleiding om op spoed aan te dringen. Met belangstelling zal hij te zijner tijd deze zaak, waaromtrent hij vele der beschouwingen van den heer Cremer deelt, in behandeling nemen.

Het denkbeeld om voor het binnenlandsch bestuur deibuitenbezittingen eene afzonderlijke directie in het leven te roepen schijnt den ondergeteekende vooralsnog niet voor verwezenlijking vatbaar. Hij ontkent daarom echter geenszins de wenschelijkheid, dat aan de buitenbezittingen meer aandacht gewijd en^naar middelen gestreefd worde om hare ontwikkeling te bevorderen. Ook dit onderwerp is met den nieuw opgetreden Gouverneur-Generaal besproken, en de ondergeteekende zoude raeenen, dat op dit oogenblik de belangen der buitenbezittingen beter zouden zijn gebaat door de aanstelling van een of meer inspecteuren, uitsluitend voor allerlei ambtelijke onderzoekingen in die bezittingen bestemd, dan door het in het leven roepen van eene afzonderlijke directie. Hij wenscht hieromtrent nog nader het Indisch Bestuur te raadplegen, in verband met zijn verlangen, dat het bestuur van elke bezitting buiten Java zoodanig worde ingericht, dat zij in staat zij de voor haar noodzakelijke uitgaven uit hare eigene inkomsten te dekken.

Al werd, afgezien van de daaraan verbonden aanzienlijke kosten, op dit oogenblik tot de oprichting van eene afzonderlijke directie voor de buitenbezittingen overgegaan, zoude zij nog slechts ten deele aan het daarmede beoogde doel kunnen voldoen. Want, al kon als hoofd van zoodanig departement een hoofdambtenaar worden gevonden, die zijne geheele loopbaan in de buitenbezittingen had afgelegd, zou deze toch slechts een klein gedeelte der buitenbezittingen door eigen aanschouwing kennen en voor het overige op de adviezen der hoofden van gewestelijk bestuur en andere autoriteiten moeten afgaan. De leemte in zijne kennis en ervaring zoude ook bezwaarlijk door het ondergeschikte personeel, dat