is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 17, 1888 (2e deel) [volgno 7]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

465

brigade werd gesproken, dienstbaar zal kunnen worden gemaakt ook aan de belangen der verdediging van den vaderlandschen bodem. Maar juist op dezen grond is het vooralsnog niet wenschelijk, of liever niet mogelijk, meer dan een memoriepost uit te trekken, omdat de nadere uitwerking van het plan voor een goed deel beheerseht wordt door de in het vooruitzicht gestelde reorganisatie van het leger hier te lande, als gevolg van de herziening van het "VlIIste hoofdstuk der Grondwet. Zoodra de grondslagen voor deze reorganisatie zullen zijn vastgesteld, dient de gelegenheid te bestaan om, waar mogelijk, een begin van uitvoering te geven aan de denkbeelden tot oprichting van het meerbedoelde korps; en hiertoe dient de memoriepost, waarop — blijkens het slot van art. £ van het wetsontwerp n°. 1 —• wel degelijk overschrijving zal kunnen geschieden uit hetgeen voor „onvoorziene uitgaven" wordt toegestaan. De ondergeteekende kan dan ook geen vrijheid vinden om den memoriepost terug te nemen, allerminst met het oog op het bezwaar dier leden, die samenvoeging van uit Indie teruggekeerde militairen met nieuw aangeworven soldaten niet wenschelijk achten. Dit bezwaar toch, aangenomen dat het zooveel gewicht in de schaal zou mogen leggen als sommigen schijnen te meenen, kan op allerlei wijzen door detail-regelingen worden opgeheven; — zoo bv. zou de oprichting van eenige afzonderlijke reconvalescenten compagniën de kracht van het bezwaar reeds voor een goed deel ontzenuwen.

Ongetwijfeld zal het korps, als het tot stand komt, ook aan de verdediging der Westindische koloniën ten goede kunnen komen; hierin ligt een reden te meer om de oprichting niet langer te verdagen dan de omstandigheden dringend vorderen. Gaarne zal de ondergeteekende het rapport der hooger genoemde commissie andermaal aan de Kamer doen toekomen.

n. »