is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 1

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

macht bekomen, die straffeloos alle naburige mededinging kon trotseeren.

Een nog grooter bewijs wat vrij, onbelemmerd verkeer op de ontwikkeling van geheele gewesten vermag, is de tegenwoordige toestand van het schiereiland Malakka vergeleken bij dien van een kwart eeuw geleden. De Maleische staten op dit schiereiland verkeerden destijds in een toestand van volslagen achterlijkheid. De Maleiers, in onzen Archipel bekend als de meest ondernemende volkstam, waren op Malakka lui, vadsig, onverschillige verdeeld door onderlinge veeten, vaak teruggedrongen tot den natuurstaat. De voorzichtige en geduldige staatkunde der Britsche gouverneurs van Singapore heeft daarin op voorbeeldige wijze verandering gebracht. Zij hebben een heilrijken invloed op de vorsten uitgeoefend en door de vorsten orde en vrede, later ontwikkeling der hulpbronnen van het land in het leven geroepen. De ten aanzien van Malakka gevolgde politiek werd vijftien jaren geleden door den toenmaligen gouverneur der Straits Settlements, Sir Andrew Clarke, aan de regeering van het moederland in overweging gegeven, en is sedert, onder verschillende gouverneurs en ministeriën, standvastig voortgezet.

Volgens het aan het Engelsche parlement overgelegde blauwboek, bevattende de verslagen, over de jaren 1886 en 1887, van de Britsche residenten in de inlandsche staten op de Oost- en Westkust van het schiereiland Malakka, zijn die staten, onder bescherming van het Britsche gezag, in de laatste jaren opmerkelijk in beschaving en welvaart vooruitgegaan.

De hier bedoelde staten vormen, van de grens van Beneden-Siam in het Noorden, tot aan het eiland van Singapore aan de Zuidpunt, het zuidelijkste gedeelte van het schiereiland. Singapore, Malakka en de provincie Wellesley — met Poeloe Pinang — zijn de kernen, van waar het Britsche protectoraat zijne vangarmen heeft uitgestoken. De Maleische vorsten van Perak, Selangore en Soengei Oejong zijn de eersten