is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 2

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

De bewoners der Oued Eir' of Rouara hebben de huid zwart en kroeshaar, en, op het eerste gezicht meent men in hen negers te zien. In werkelijkheid waren de voorouders der Bouara Berberen, dat is blanken; maar, gedurende eeuwen, hebben zij zwarte vrouwen genomen uit de slavenkaravanen die uit Soudan geïmpoteerd werden. Zij zijn in 't algemeen van een zacht karakter en zeer eerlijk. Musuimanen, evenals hunne oude veroveraars de Arabieren, maar oneindig minder dweepziek, gezeten landbouwers, voeren hen hunne belangen naar ons toe en verwijderen hen van de zwervende Arabieren.

De meest absolute vrede heerscht onder deze nijvere en belangwekkende bevolking, die weet welke weldaden zij aan Frankrijk te danken heeft en wier erkentelijke trouw zich geen enkelen dag heeft verloochend sedert de verovering, zelfs gedurende de ergste opstanden van Algerie. In 1871, onder begunstiging van onze tegenspoeden in Europa, en het jaar van den grooten opstand in Kabylie, viel de avonturier Bou Choucha in de streek der Ouargla, ten zuiden der Oued Eir', en, versterkt naar het noorden marcheerende, slaagde hij door verraad Tougourt binnen te dringen, waarvan hij het garnizoen vermoordde. Maar onze brave Eouara verroerden zich niet, en weldra kwam van Biskra eene Fransche kolonne, die zonder slag of stoot Tougourt, vervolgens Ouargla weder in bezit nam.

De luitenant der inlandsche spahis Mohammed Ben Driss werd toen benoemd tot Agha van de Ouargla en hielp ons door zijne veerkracht de orde in het Zuiden te herstellen. Hij werd verder verplaatst naar Tougourt, in de hoedanigheid van Agha der Oued Rir' en van de Souf.

Ben Driss is welbekend bij vele Parijzenaars; hij is verscheidene malen in Frankrijk geweest, en kent zelf uitnemend de hoofdstad. Hij is een der meest verfranschte Arabieren die wij in Algiers hebben; hij heeft zich Franschman laten naturaliseeren. Zijn loopbaan is der moeite waard genoteerd te worden. Zonder tot eene groote inlandsche familie te behooren,