is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 18, 1889 (1e deel), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

458

geen straf wil beloopen, haast zich om de kazerne te bereiken.

De visitatie is afgeloopen, ze zijn allen present. De zaal is schemerachtig verlicht door het flauwe schijnsel van een olie-lamp. Weldra zijn de meeste soldaten ingeslapen, sommigen slechts half ontkleed, zijn op hunne legersteden neergevallen, beneveld en bedwelmd door overmatig drankgebruik, en snurken zoo hard zij kunnen. Slechts enkelen nog zijn wakker, en liggen fluisterend met elkander te praten. Een jeugdig soldaat zit met gevouwen handen en neerhangend hoofd op zijn brits, en bromd tusschenbeide eenige onverstaanbare woorden. Zijn buurman vindt dat gebrom erg lastig; hij richt zich op en zegt op knorrigen toon:

„Hou je toch stil, en ga slapen! Je stoort ons allen en beneemt ons de rust!"

„Stil houden, slapen l" antwoordt de jongeling, „doe jij 't maar als je kunt. Ik wil niet slapen, daar kan niemand me toe dwingen," zoo gaat hij voort, met de eigenzinnigheid eener dwarsdrijverij, die het gevolg is van te veel gedronken te hebben.

Een gesmoorde vloek is het eenige antwoord dat hij krijgt.

„Vloek maar, dat kan me niemendal schelen. De luitenant heeft me uitgescholden voor een lafaard. Ha! ha! dat vind ik prettig, daar heb ik eens op gedronken, voor 'teerst in mijn leven heb ik zóó veel gedronken, dat ik niet meer kon, ha! ha!"

„Wie maakt daar zoo'n leven!" roept de korporaal van 't einde der zaal.

„Dat doe ik, en dat wil ik doen; de luitenant heeft me uitgescholden voor een lafaard, omdat ik medelijden toonde met een soldaat van de tweede klasse, die van morgen werd afgestraft, en om genade smeekte. Ik een lafaard, en ik beu naar Indie gegaan om een ridderorde te verdienen, en roem en eer te verwerven. Nu! 't was een officier, die me dat toeduwde, maar anders, .... en nu balde de jonge-